Kronkels

Met zijn zevenen lopen we op de Veluwe door een gebied dat ik goed ken. Een vriendin is de kaartlezeres. We maken een lijnwandeling van de Mooiste Routes. Na zeventien kilometer zullen we uitkomen bij centraal station Arnhem. Maar eerst gaan we genieten van de wandeling.

Het begintraject zou ik blind kunnen vinden. Het is onderdeel van een NS-route en van het Maarten van Rossumpad. Dat gaat voorspoedig. Wel nemen we aan de overkant van een drukke weg ineens een andere afslag. Goed, dan zien we eens wat nieuws.

Er zijn hier geen markeringen en prompt gaat het tweemaal mis. We moeten telkens een stuk teruglopen. Je zou zeggen dat een paar honderd meter extra geen punt is als je wil wandelen. En feitelijk is dat ook zo. Maar toch voelt dit een beetje overbodig.

Na de koffie wordt het helemaal een gekronkel. We maken een extra lus over een heideveld en daarna een ommetje langs een vijver. Gevolgd door een uitstapje naar een waterpartij en allerlei bochtenwerk op een heuvel. Bij herhaling wil ik naar links (want in die richting ligt Arnhem), terwijl we naar rechts afslaan. Het voelt alsof we steeds weer verkeerd gaan.

Nu moet ik echt op mezelf gaan inpraten. Dat we hier niet zijn om zo snel mogelijk van A naar B te wandelen. Dat ik van de omgeving moet genieten. En van het gezelschap. We hebben toch geen haast? Het is toch leuk zo?

Soms vraag ik me echt af waar ik mee bezig ben. Tuurlijk, urenlang bewegen in de buitenlucht is gezond. Maar eerst 5 ½ uur wandelen, inclusief pauzes, en dan in zeven minuten terugrijden … Ik weet het niet hoor.

4 gedachtes over “Kronkels

  1. Ik vind het serieus ver, 17 km. Ik liep vrijdag bijna vijf, en halverwege ben ik even op een boomstam gaan zitten om uit te rusten. Goed, ik was nog brak van de alcohol de nacht ervoor, ik hoop maar dat ik dat de schuld mag geven.

    1. Ja hoor, geef de schuld maar aan alcohol. (Tenzij je het altijd na twee km hebt gehad. Doe je aan sport?) Op sportwebsites staat dat een beetje alcohol s’ avonds voor een wandeltocht al het vermogen vermindert om te wandelen. Eens heb ik op een warme dag op een Brabants terras na driekwart van de wandeling één glas bier gedronken, terwijl we nog vijf km verder moesten. Dat doe ik dus nooit meer.
      Tot twintig km lukt mij prima met voldoende pauzes, maar ik ben weer niet gebouwd voor krachtsport.

      1. Vroeger liep ik een rondje panbos, ik had het familierecord, maar ik dronk altijd een biertje van te voren. Dit waren 10 biertjes of zo. Ik had het zwaar.

Reacties zijn gesloten.