Naar het ziekenhuis in Zevenaar

Kort na de verhuizing zoek ik uit wat het dichtstbijzijnde ziekenhuis is. Dat blijkt Rijnstate te zijn, aan de westelijke rand van Arnhem. Handig. Al moet ik wel twee bussen nemen om er te komen. Of een helse heuvel op fietsen, wat minder prettig is wanneer je je beroerd voelt. Hm. Eigenlijk was ik beter gewend. In Leiden stond het LUMC op loopafstand van mijn appartement en het Diaconessenhuis was nabij.

Dus toen ik onlangs een afspraak moest maken voor een onderzoekje bij Rijnstate, en de telefoniste zei: ‘Ja, dat kan over drie weken, dan is de eerstvolgende gelegenheid in Zevenaar.’, riep ik: ‘Zévenáár!?’ Het kwam eruit voordat ik het wist. Maar jemig, Zevenaar! Dat ligt wel 25 kilometer verder en bovendien in de Achterhoek. Daar kan ik slechts komen met een bus en dan een stoptrein en dan weer een bus en dan nog een stukje lopen. En om zeker te zijn dat ik geen aansluiting zou missen, moest ik ook nog een half uur eerder vertrekken. Nou, vooruit dan maar. Op naar Zevenaar.

Nu heb ik dan voor het eerst Zevenaar gezien. Het station, de bushalte, de route naar het ziekenhuis door oudere nieuwbouwwijken en vooral de wachtkamer van het ziekenhuis. Want ik moest bijna anderhalf uur wachten; de specialist liep drie kwartier uit. Daarna ging het weer busje in, terug naar het station, busje uit, waar de trein net wegreed. De zon scheen, dus toen heb ik het centrum maar verkend.

Het was al na vijven, het vroor en er waaide een Siberische wind. Misschien was het gewoon niet het beste moment. Want je zag er bijna geen mens op straat. Ik vroeg mij nog af: ‘Ben ik nou in het centrum of niet?’ Ik was de grootste kerk toch al dicht genaderd en meestal is het centrum daar. Maar hoe nader ik ook kwam, het bleef stil. Op een haastige fietser na. En op het zachte geluid na, dat uit luidsprekers kwam. Opgewekte deuntjes voor het ontbrekende winkelpubliek.

Het stemde mij droef. De winkeliers deden duidelijk hun best. En je moet stevig staan om in zo’n plaats stand te houden. Speel alleen nóóit zo’n muziekje af om de stilte te verdrijven. Want dat associeer ik onmiddellijk met de mislukking van een sfeerloze winkelstraat.

Toch, er is leven in Zevenaar. Gelokt door een monumentaal torentje in een achterafstraatje zag ik het filmhuis. Hier zaten mensen knus bij elkaar. En hier vind je achter hoge muren een heus oud landgoed in het groen. Van de familie Van Nispen tot Sevenaer. Het biedt nu onderdak aan nieuwe alternatieve bewoners. Een deel is al opgeknapt en een deel is nog ruïneus. Zoals je ook wel op het platteland van Frankrijk ziet. Laat ik nou precies dát het allermooiste vinden van wat je kan aantreffen in ons keurig aangeharkte land.

3 gedachtes over “Naar het ziekenhuis in Zevenaar

Reacties zijn gesloten.