Nog even over dat seksfeest

Als voormalig medewerkster van een internationale ontwikkelings-organisatie ben ik nauwelijks verbaasd over de seksfeesten op Haïti in 2011. Niet omdat hulpverleners continu prostituees zouden inhuren. Maar gewoon, omdat er mannen en vrouwen op dat eiland rondlopen. Voeg een ernstige noodsituatie toe, waarbij de een afhankelijk is van de ander. Dan is de kans levensgroot dat je in een schemergebied belandt, qua normen en waarden. Is dat altijd erg?

Om te beginnen geldt wat Farah Karimi, directeur van Oxfam Novib, zegt: ‘We doen er alles aan om machtsmisbruik uit te bannen. Dat je als hulpverlener een land binnenkomt dat net is getroffen door een van de grootste aardbevingen ter wereld en dan je machtspositie misbruikt, is niet te rechtvaardigen. Het enige wat vrouwen in die situatie kunnen bieden, is hun lichaam. Dan moet je dus een nog hogere morele standaard en een nog sterker integriteitsbesef hebben om te weten dat je zoiets niet doet.’ (Volkskrant, 14-02-2018.)

Helaas voor Oxfam en zusterorganisaties komt vertrouwen te voet en gaat het te paard. Ik twijfel niet aan de intenties van grote Nederlandse hulporganisaties. De kans op herhaling wordt inmiddels zo klein mogelijk gemaakt. Maar je zal altijd rotte appels houden.

Bovendien vermoed ik dat noodhulp, meer dan regulier ontwikkelingswerk, avonturiers en cowboys trekt. Want noodhulp bieden na een grote ramp is als je een weg banen in outlawgebied. Vergelijkbaar met het Wilde Westen. Het is chaos en alles moet worden opgebouwd. Je kan er de held uithangen. Je kan er echt verschil maken. Je kan het gevoel krijgen dat je voluit leeft. Zoals oorlogsfotografen vaak ervaren. En je kan er ook tijdelijk ongehinderd je gang gaan. De bestaande structuren zijn verwoest. Wie is er om in zo’n situatie de wet te handhaven?

Toen ik in Kenia werkte, kwam er een nieuwe Nederlandse medewerker langs. Hij was ingehuurd als kwartiermaker en ging het nieuwe kantoor in Zuid-Soedan opzetten. Een nogal onrustig land. Daarvoor moest hij wat zaken regelen in Nairobi. In het weekend maakten we samen een paar uitstapjes.

Er was iets met die man. Ik vond hem een opportunistische rouwdouwer en vrijbuiter met aso-trekjes. Feitelijk iemand die het niet in een normale baan kan uithouden. Hij was anders dan de Keniaanse en expat-medewerkers op ons kantoor. Ook zag ik de twijfel in de ogen van mijn enige andere Nederlandse collega daar.

Maar het is evenmin eenvoudig om goed expat-personeel te vinden voor een Godvergeten oord in Zuid-Soedan. Je gaat daar niet even leuk een jaartje buitenlandervaring opdoen met je gezinnetje. Hoe hou je als manager vanuit Nederland in de gaten wat je enige Nederlandse medewerker daar doet? Tegen de tijd dat je geluiden via de grapevine hoort, is het al te laat.

En dan dat werkbezoek in Bulgarije, een wat groezelig land aan de rafelrand van Europa. Roma worden er als minderheid zwaar gediscrimineerd. Ik zat er in een geparkeerde oude ambulance nabij de afslag van een snelweg. De weg was omzoomd door bos. Het was de oppik- en afwerkplaats voor prostituees. Veelal jonge vrouwen uit de Roma-gemeenschap. Het voertuig was knus en huiselijk ingericht, compleet met ruchesgordijn. Ze konden er even bijkomen en een praatje maken met een verpleegster. Ook kregen ze koffie, condooms en desgewenst een bloedtest op HIV.

Een mannelijke medewerker van een lokale organisatie had me gebracht en bleef er bij. Regelmatig stapte er een vrouw binnen. Mooi opgemaakt en ordinair gekleed, maar allemaal even vriendelijk. Het werd best gezellig, ze voelden zich veilig in die ambulance. Al zat daar normaal gesproken nooit een man bij. Er zaten zeer aantrekkelijke vrouwen tussen. Die plaatselijke medewerker zag een daarvan best zitten, eigenlijk. Leek mij.

Toch is dit niet het hele verhaal. Vaak genoeg beschouwen vrouwen in armere landen westerse mannen als aantrekkelijke partij. Ook als er geen noodsituatie is. Of expliciter, juist omdat de rechtspositie van lokale vrouwen meestal zo precair is. Wat wij zien als scheve verhouding binnen een relatie met buitenlanders, kan vanuit hun perspectief een verbetering inhouden. Vergeleken met de positie die ze krijgen in een huwelijk met een man uit hun eigen traditionele gemeenschap. Ik schreef het al eens eerder. Zelfs met een huwelijk volgens de sharia zijn Afrikaanse vrouwen soms beter af.

Over de positie van de vrouwen bij dat seksfeest op Haïti heb ik weinig illusies. Zij komen niet aan het woord. Jammer, want ik had als vrouw wel meer over hun motivatie en kijk op deze zaak willen horen. Hun achtergrondverhaal geeft waarschijnlijk precies aan waarom het werk van goede ontwikkelingsorganisaties daar zo belangrijk is.

Over achtergrondverhalen gesproken: Tina Turner met Private Dancer.

6 gedachtes over “Nog even over dat seksfeest

  1. Qua content en analyse kan dat telllen. Het Oxfam verhaal gaat voor mij meer over wat omschreven wordt met de “doofpot”. Ben benieuwd of op dat moment (of later) wel geluisterd werd naar die Haïtiaanse vrouwen.
    Wat ik uit het volgen ervan vooral leer is dat de interne controlemechanismen niet werkten of rapporten onder de mat geveegd werden. Dat op zich vind ik een onvegreeflijk iets.

    1. Mee eens. Blijkbaar hebben ze al jaren getracht het stilletjes intern op te lossen. Ik weet niet hoe het zit met de rechtspraak op Haïti, maar daar had deze kwestie toch achteraf nog kunnen worden aangekaart.
      Tegelijk heb ik begrip voor de worsteling van deze organisaties. Alles ligt qua publieke opinie onder een vergrootglas en bepaalde partijen zijn er als de kippen bij om dergelijke zaken zo mogelijk nog verder op te blazen. Sommige organisaties melden incidenten al wel in hun jaarverslag, ook Oxfam Novib. (Maar wie leest die?) Wat ze volgens mij ook beter kunnen doen voor de beeldvorming van hun werk, is eerlijker zijn, door het hele verhaal te vertellen en goed uit te leggen wat er allemaal meespeelt. Dan mag het publiek alsnog oordelen. Nu zijn het nog te vaak eenzijdige cliché-verhalen.

  2. Zo duidelijk belicht, dat lees je niet altijd terug in kranten.
    Jammer.
    Neemt niet weg dat je een redelijke beheersing mag verwachten van ngo’s en AzG en alle andere hulpverlenende instanties.

    1. Met dat laatste stel je je bescheidener op dan de regels die er al voor medewerkers gelden.
      Met die duidelijke belichting hoop ik dat lezers niet alleen het negatieve onthouden, maar zich ook realiseren dat het om mensenwerk gaat in complexe situaties. Situaties waar negen van de tien commentatoren zich geen voorstelling van kunnen maken. Zie ter aanvulling mijn reactie op Bentenge.

  3. Het is sneu voor goede doelen die wel goed werk doen. Maar als ik dan net hoor dat de desbetreffende persoon al eerder rare dingen heeft gedaan en nu weer bij een Frans goed doel werkt dan vraag ik me af of er wel controle is. Daarbij os hij niet alleen daarmee in de fout gegaan hij heeft het geschonken geld ervoor gebruikt. Ik gaf al niet aan goede doelen als deze en ga het ook niet meer doen. Ik geef het binnen Nederland wel aan iemand die het kan gebruiken. Alle goede medewerkers ten spijt.

    1. Wat ‘en nu weer bij een Frans goed doel werkt dan vraag ik me af of er wel controle is.‘ betreft: kennelijk is die controle onvoldoende. Daar mag zeker wat aan worden gedaan. Toch denk ik dat het een utopie is dat alles ooit helemaal goed zal gaan. Binnen de ontwikkelingssector, maar bijvoorbeeld ook binnen de gezondheidszorg. Was er niet vorig jaar een arts die al geschorst was en doodleuk in Duitsland of hier werkzaam was?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s