Wandelen tot je conditie je terugfluit

Het is hartje zomer, zeker 28°C, en de zon schijnt ongenadig. We wandelen in een groepje over de glooiende heide van de Posbank. Er loopt een vrouw mee van 65 jaar. Ze is klein en te zwaar, maar typisch zo’n flinke meid die door blijft gaan. Hijgend loopt ze steeds verderop achteraan.

De Posbank voelt die dag als een heteluchtoven. Het zand is diep en rul; nergens schaduw. Toch moeten we wel doorgaan. Vanwege de flinke hoogteverschillen raken we zelf ook buiten adem. Onder een boom aan de rand wachten we op die vrouw. Iemand loopt even terug om haar aan te moedigen. Als ze eindelijk ons groepje bereikt, kán ze niet meer.

Dit wordt het uur van de waarheid voor haar, zo blijkt there and then. Want in de loop der jaren heeft ze steeds meer kwalen gekregen waardoor ze steeds vaker moeite heeft om de rest bij te benen. Terwijl ze altijd zo goed meekwam. Ja, zelfs voorliep op anderen. Ze deed vaak mee aan de Nijmeegse Vierdaagse. Veertig kilometer per dag marcheerde ze dan. Maar nu kan ze er niet langer omheen. Dat haar conditie niet meer is zoals vroeger. Dat ze keuzes moet maken. En daarom een paar voor haar belangrijke activiteiten moet laten gaan. Het is een hard gelag.

We zijn er ter plekke allemaal getuige van. Maar vreemd genoeg lijken we ook allemaal te denken dat het onszelf voorlopig niet overkomen zal.