Op vakantie naar het buitenland

Bij de kassa vertelt de caissière dat ze nooit naar het buitenland op vakantie gaat. Ze blijft liever in Nederland. Dit is Gelderland anno 2018. Sinds ik hier woon, hoor ik dat vaker. Bijzonder. Want veel vrienden, familieleden en vroegere collega’s van mij passeren de grens minimaal een keer per jaar. Voor werk, studie of plezier; met de auto, camper of het vliegtuig. Alsof het de norm is. Kennelijk ligt dat toch een beetje anders.

Bij vakantievierders in eigen land dacht ik steeds: ‘Ze vinden het zeker lastig als ze midden in de nacht naar Schiphol moeten.’ Vooral buiten de Randstad speelt dit mee. Het blijft voor mij ook wennen dat de treinen hier niet 24/7 naar de luchthaven rijden. Op mijn vorige adres was dat een makkie. Van deur tot deur stond ik binnen een half uur op Schiphol. Dat gaf gemoedsrust. Alsof de nooduitgang altijd in de buurt was.

Hier ontmoet ik mensen die het echt prima vinden om in Nederland te blijven. Ze hebben geen behoefte om ver te reizen. Ik vind dat wel verfrissend. Mijn ouders namen me voor het eerst mee op vakantie toen ik twee jaar was. Dat ging zo vrijwel ieder jaar door. Later ging ik zelf graag op pad. Ik weet precies in welke jaren ik niet in het buitenland kwam. Want die jaren vormen een uitzondering.

Toch, in het dorp waarin ik ben opgegroeid waren buitenlandse vakanties niet zo gangbaar. Het was begin jaren zeventig. Veel klasgenootjes op de lagere school kwamen uit grote gezinnen en boerenfamilies. Zij logeerden in de zomer hooguit een weekje bij een oom of tante. En een katholieke jeugdclub organiseerde een zomerkamp op Brabantse boerderijen. Dat waren ontzettend leuke weekjes, compleet met kampvuur, slapen in de stal en nachtelijke droppings.

Soms vroeg onze juf na de zomervakantie wie naar het buitenland was geweest. (Doen juffen dit nog? Voordat je het weet, werkt zo’n vraag stigmatiserend.) Samen met hooguit vijf andere kinderen stak ik dan mijn vinger op. In een klas van 25. Die anderen woonden in ‘de nieuwbouw’, een wijk waar veel import was neergestreken. Onder meer uit Den Haag. Dat waren geen boerenkinderen.

Mijn ouders waren ook import, maar dan uit Leiden. Als kind van import ben je voor sommigen in je eigen dorp een halve vreemde. Dat maakt de stap naar het buitenland misschien kleiner.

Reageren mag

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.