Een inbraak in onze straat

Onlangs was er een inbraak in de straat, slechts vijf huizen bij mij vandaan. Op het moment zelf was er niemand thuis. Een buurtgenoot kwam de inbrekers tegen en kon gelijk klappen krijgen. Klaar ben je. En wat een unheimisch idee dat hier kwaadwillende mensen hebben rondgestruind. Al komt dat overal voor.

In het kantoor van een werkgever werd ook eens ingebroken. Ik kwam daar ‘s morgens altijd als eerste aan. Direct na binnenkomst zag ik de spullen op mijn bureau overhoop liggen. Er was iets duidelijk mis. Op zo’n moment weet je niet of er nog iemand rondloopt. En zo ja, hoe een inbreker reageert wanneer hij wordt betrapt. Dat is het griezeligste eraan. De dader bleek al weg, maar had wel een boodschap achtergelaten. Op het herentoilet, in de vorm van een riekende hoop.

Drastische preventieve maatregelen vergroten niet altijd het gevoel van veiligheid. In Nairobi bewoonde ik een appartement op de begane grond, op een ommuurd terrein. Er was 24/7 bewaking bij de poort en er stond stroom op die muur. Voor alle ramen, deuren en het terras zat traliewerk. Dat vond ik pas echt griezelig. Want stel dat er brand zou uitbreken terwijl de tralie bij de voordeur op slot zat?

Bovendien wilde ik ’s nachts een beetje frisse lucht in de slaapkamer. Na veel wikken en wegen zette ik het raam op een kier. Maar het bleef eng, want tralies houden de loop van een geweer niet tegen. Dat soort gedachten krijg je dan.

Op een nacht krijg ik daar toch de schrik van mijn leven. Gemorrel bij het raam wekt mij uit mijn slaap. Het is pikkedonker en er glipt iets naar binnen. Een beest! Dit is wel Afrika en ik heb geen idee om welk dier het gaat. Een hele poos lig ik stokstijf in bed met luid bonzend hart. Verder blijft het doodstil. Is het beest verdwenen? Dat kan niet, het moet zich nog ergens bevinden.

Ik verzamel al mijn moed, spring uit bed, doe het licht aan, ren naar de gang en grijp een bezem uit de kast. Ter zelfverdediging. Het blijft stil. Niets beweegt. Ik moet het beest een uitweg bieden en open de deur naar het terras. Daarna sluip ik voorzichtig met de bezem voor me uit terug naar de gang. Naast de slaapkamer maak ik wat geluid. Dan, als een schicht, schiet er ineens een zwarte kat vanonder het bed weg. Die minstens even panisch is als ik.

7 gedachtes over “Een inbraak in onze straat

  1. Het blijft een grappige reactie; stokstijf blijven liggen of zitten waar je bent in geval van onraad, liefst met onze ogen dicht want als ik hen niet zie….. Als we een struisvogel zouden zijn zouden we onze kop in het zand steken. Uiteindelijk een dappere actie van jou.

  2. Achteraf grappig maar op het moment van schrik is het niet leuk.
    Ik lig altijd doodstil bij het horen van vreemde geluiden, niet als struisvogel maar in de hoop dat een eventuele inbreker het veiliger vindt me te laten ‘slapen’.☻

  3. Ingrid van Bouwdijk

    Ik heb ooit met een vriendin langst de snelweg in Frankrijk geslapen niet heel ver weg van de bewoonde wereld. Overdag zag alles er heel vriendelijk uit, maar s’nachts was het toch wel eng. Op een gegeven moment hoorden we allebei voetstappen om de tent. We verstijfden van schrik en na een hele tijd met de moed der wanhoop greep ik mijn zakmes en sprong uit de tent. Geen kip (meer) te bekennen en al helemaal geen verkrachter…. Toch ben ik sindsdien nog jaren naar adem happend wakker geworden. Een “trauma” opgelopen van de schrik, terwijl er niks aan de hand was….

    1. Ha ha, toch was dat een heldendaad hoor. Gelukkig waren jullie met zijn tweeën. Misschien hebben we nog het meeste van onze fantasie te vrezen.
      Nu jij dit schrijft, herinner ik mij een nacht op een camping in Australië. Alle anderen sliepen in een campervan terwijl ik in een tentje naast mijn motor lag. Op nog geen dertig meter van een rivier waar reusachtige krokodillen zwommen. ‘Je kan hier beter geen eten laten slingeren’, stond er op een bordje.

Reacties zijn gesloten.