Uitvaart in Brabant

Op een uitgesproken stormachtige dag in het uitvaartcentrum van Made. Een plaatsnaam uit een grijs verleden. Google Maps toont andere illustere namen die horen bij lang geleden: Raamsdonksveer, Stampersgat en Lage Zwaluwe. Vlak onder de grote rivieren in het Brabantse land. Het water is er altijd nabij.

Hoe begint zoiets? Een vakantie in Italië. Gevolgd door logeerpartijen in de huizen van onze ouders. Hooguit twee keer per jaar; het was zo ver reizen. Dat vonden we toen, tenminste, zo’n 35 jaar geleden. We waren bijna volwassen. Tussendoor schreven we talloze brieven, vaak van wel drie kantjes of meer. Over uitgaan, vriendjes en vriendschappen. Over rijlessen, werk en hobby’s. Over de hilarische dingen die we meemaakten. En over de volgende vakanties. Daar draaide het om in ons leven.

En dan zit je naast een collega-vrijwilliger van haar overleden vader. Achter rijen grijze hoofden. Wachtend op wat komen gaat. Buiten woedt de zware westerstorm. Kale takken zwiepen naast het raam. Het omringende land ligt onaangeroerd op de achtergrond en trekt zich niets aan van de emoties binnen. Op de radio zegt de nieuwslezer achteraf: ‘In de Biesbosch staat het water zo hoog dat de dieren er last van ondervinden.’ Als ware het een echo. Want haar vader heeft dat andere hoge water daar nog meegemaakt, in 1953.

Drie kinderen van in de vijftig volgen de kist. Maar ik zie de jonge volwassenen van toen. En alsof we niet allemaal een hele levensreis hebben gemaakt, verschijnen nu ook hun ouders. In verhalen en op celluloid. Precies zoals ik me hen kan herinneren, 35 jaar geleden.