Grote mensen en jonge honden

Een onbekende met haar hond nadert op de smalle stoep. Het is zo’n soort golden retriever; de donkerbruine variant. Het dier is nog jong. Een en al poot, speelsheid en bewegelijkheid. Die bewegingen gaan alle kanten op en zijn een beetje ongecontroleerd. Nieuwsgierig verkent hij de hele wereld en hij is duidelijk in de leer. Want het baasje gaat tussen hem en mij in staan en zegt: ‘Blijf.’ Ze herhaalt het voor de zekerheid nog een keer. Het beestje heeft het begrepen. Zodra ik ben gepasseerd, krijgt hij zijn beloning. Ik, ondertussen, heb ook mijn best gedaan om braaf te gehoorzamen.

Puppies, ongeacht van welk ras, hebben op mij een enorme aantrekkingskracht. In feite kan ik slechts ternauwernood van ze af blijven. Het liefst zou ik ze allemaal willen aanhalen en aaien. Maar niet ieder baasje vindt dat leuk. Dus gedraag ik me.

Waarschijnlijk voelde die vrouw dat aan. En koos ze er bewust voor om met haar rug naar mij toe stil te staan. Ze zei evenmin gedag, terwijl elkaar groeten hier wel gangbaar is. Heel wijs van haar, anders had ik zeker een toenaderingspoging gedaan.

Het lijkt me best lastig om zo’n jonge hond in het openbaar goed op te voeden. Niet alleen vanwege zijn hoge aaibaarheidsfactor. Het gedrag van omstanders kan snel verkeerd werken. Maar vooral omdat het gedrag van het baasje zelf onder een vergrootglas ligt. Voordat je het weet gaan anderen zich ertegenaan bemoeien. Een baasje wordt net zo scherp beoordeeld als ouders op een schoolplein of in een restaurant.