Dat zal hem leren!

Onderweg, in de bus van Arnhem CS naar een oerlelijk industriegebied. De buschauffeur en een collega zitten voorin. De collega begint over een feestje vanavond, stapt daarna over op familiebijeenkomsten en belandt dan bij een zwager. Vorig jaar hadden ze flink mot. ‘Hoe hij haar behandelt, ik kan daar niet tegen. Maar ik heb hem dat wel even laten weten. Ik heb hem helemaal in elkaar geramd. Zal hem leren!’

De chauffeur humt begripvol. ‘Je kreeg een taakstraf, toch?’, vraagt hij. ‘Ja, 20 uur. Ik heb 2,5 dag gewerkt bij die manege op de Schelmseweg.’ (Goh, denk ik, is dat een taakstraf?) De collega zit zich nog steeds op te vreten. ‘Liegen dat ‘ie deed, tegenover de rechter.’ Even blijft hij in gedachten verzonken. ‘Maar ja, je mag daar in de rechtbank niks zeggen, hé.’

Wanneer de chauffeur speciaal voor hem bij het busdepot stopt, zie ik het gezicht van de geweldenaar. Hij draagt een vrolijk gekrulde snor en heeft iets weg van een grootformaat tuinkabouter. Uiterlijk de gemoedelijkheid zelve, innerlijk misschien ook wel. Normaal gesproken.

Tachtig procent van al onze gedachten bestaat uit angsten, zorgen en oordelen. (Marci Shimoff) Zo las ik in een oude Happinez. Dit kan ons blikveld aardig vertroebelen.

Ik herken wel iets in die man met de snor. Ronduit feiten benoemen kan al confronterend genoeg zijn. Helemaal als er een oordeel achter schuil gaat. Dat oordeel kan best zijn ingegeven door serieuze angsten of zorgen. Maar je mag hier niet met de beste bedoelingen op een kwalijke manier voor iets of iemand opkomen. Dit is verwarrend. Met name wanneer je denkt dat je legitiem bezig bent en dus niets kwalijks onderneemt.