Huishoudelijk werk als in 1913

Dit najaar leek het wel alsof het bouwjaar van mijn huis was teruggekeerd: 1913. Bijvoorbeeld tijdens de bramenoogst uit eigen tuin, waar ik saus van heb gekookt. Nu heb ik een wintervoorraad potjes op een kastplank staan. Ook at ik wekenlang puree van tamme kastanjes als aardappelvervanger. Zelf geraapt, gewassen, ingekeept, gekookt en gepeld. Wat een arbeidsintensief en ambachtelijk proces is dat. Toch stemt de aanblik van een zelf aangelegde voorraad zeer tevreden.

Bovendien was de regenton tot de rand gevuld. Maar rond deze tijd hoef je de tuin niet te sproeien. Planten groeien nauwelijks tot het voorjaar, dus wat moest ik met al dat vocht? Daar kon ik het toilet mee spoelen. Dus op naar de winkel voor een mooie emmer. Die zette ik steeds gevuld klaar bij het toilet.

Het eerste wat bij zo’n actie opvalt, is hoe veel water we eigenlijk gebruiken. Ik moet toch wel regelmatig naar het toilet. Er staan maatstreepjes in de emmer. Daaruit blijkt dat er per spoelbeurt al snel vier liter water doorheen gaat. Per dag gebruik je dan per persoon makkelijk veertig liter.

Het tweede wat opvalt, is wat een gezeul het is. Kan je nagaan hoe onze voorouders in de weer moeten zijn geweest. Zij moesten steeds water halen uit de sloot, of uit de put op het erf. En anders wel bij een openbare waterpomp op een plein. Ze gingen vast niet voor vijf litertjes op pad. Dus moesten ze meerdere malen per dag met loodzware emmers sjouwen.

Het derde wat opvalt, is hoe luxe wij nu leven. Er is zo veel zwaar, eentonig, vuil en vervelend huishoudelijk werk verdwenen. Vrouwen die met bijtend bleekmiddel de was wit maakten, kregen schrale en zelfs kapotte handen. Vroeger zag je ze nog wel. Echte werkhanden vol eelt in de palm en met een ruwe huid aan de bovenkant. Moet je onze poezelige handjes nu eens bekijken.

Gelukkig komt de bodem van de regenton in zicht. Je zou er een hernia van krijgen.