De kat van de buren

Dit weekend pas ik op de kat van de buren. Zijn baasjes klussen momenteel elders in hun volgende huis. De hond is mee. Waarom de kat hier moest blijven, weet ik niet. Hij zal toch een keer aan zijn nieuwe verblijf moeten wennen. Maar ik doe het graag hoor, op hem passen. Het gaat om meer dan hem tijdig zijn brokjes voorschotelen en zijn water verversen. Ik moet hem ook uitlaten.

De hond van de buren is vele malen groter dan de kat, maar haar positie binnen het gezin is zwak. Net als die van haar baasje, de buurman. Bij de buren zwaait de buurvrouw de scepter. En de kat is van haar. Althans, dat is wat ik opmaak uit gesprekken van achter onze schutting. Maar moet er iets geregeld worden, dan doet de buurman dat.

Dus heb ik van hem uitgebreide instructies gekregen. ’s Morgens krijgt de kat een half bekertje kattenbrokjes. Dan ververs ik ook de waterbak die de hond deelt met de kat. Er is geen specifieke tijd genoemd, daarom krijgt hij eten voordat ik ontbijt. Om 17.00 uur volgt het late middagmaal. Het is me nogal wat allemaal. Want zijn tweede maaltijd bestaat uit wel vier soorten kattenvoer.

Om te beginnen krijgt hij een bodempje van dezelfde brokjes als ’s morgens. De buurman heeft mij laten zien hoeveel. Verder liggen er individueel verpakte kattenstaafjes klaar met een schaar. Als ik het goed heb, mag hij er elke dag een. Dan staat er nog een blikje in de koelkast, met een vork erop. Voor elke dag precies een/vierde deel. Tot besluit is er een geinig Tupperware-achtig doosje in de vorm van een kattenkop. Compleet met oortjes. Daarin zitten heerlijke kattensnoepjes. Althans, volgens de buurvrouw. Daarvan mag hij er ook een paar.

Ik ben vergeten te vragen of het de bedoeling is dat hij eerst zijn staafje krijgt, dan zijn gewone brokjes, dan het voer uit het blikje en als laatste zijn snoepjes. Of dat het in een andere volgorde moet. Bij wijze van voorgerecht, tussengerecht, hoofdgerecht en toetje. Wij eten toch ook vaak iets zoets als sluitstuk van een maaltijd? Nu kieper ik maar alles tegelijk in zijn bak.

Even heb ik nog overwogen om mijn buren over dit belangrijke vraagstuk te bellen. Ik heb echter alleen het 06-nummer van de buurman. En als de buurvrouw niet in de buurt is, weet ik al wat hij gaat zeggen. Namelijk: ‘Het is maar een verwende rotkat.’

Daar heb ik dus niets aan. Hij heeft wel gelijk. Onze kat thuis moest het doen met de goedkoopste blikjes kattenvoer. Mijn moeder had het niet zo op huisdieren. Verder kreeg hij de mergpijpjes uit de soep en het vel van gekookte melk. Maar onze rode kater was dan ook geen doetje. Hij was van oorsprong een echte boerderijkat. Geboren onder de trap naar de hooizolder in de stal. Zijn moeder, een lapjeskat, had daar haar eigen kartonnen doos met oude lappen.

Zij werd geacht zelfstandig muizen te vangen en heeft beslist nooit kattenvoer gehad. Wel at ze het heerlijke vette melkschuim dat in de zeef op de melkbussen lag. En als de boer een kip uit eigen schuur slachtte, kreeg zij ook altijd wat. Hoe moeder en haar jongen hun dag doorkwamen, moesten ze zelf maar uitzoeken.

De kat van de buren denkt daar anders over. Ik heb opdracht gekregen om hem buiten te laten wandelen. ‘Hij wil nu eenmaal graag naar buiten.’, volgens de buurman. Dat is waar, normaal struint hij de halve buurt af. Gisteren heb ik hem toch maar binnen gehouden met al die regen. Maar vandaag moest ik hem juist aanmoedigen om de deur uit te stappen. Ik was nog niet terug in mijn eigen huis, of hij zat al bovenop onze scheidingsmuur te janken.

Ach gut, het ventje voelde zich zo alleen. Helemaal blij werd ‘ie, zodra ik naar buiten kwam en hem aaitjes gaf. En intens verdrietig was ‘ie, zodra ik weer achter mijn keukendeur verdween. Na twee uur gejammer heb ik hem mijn woonkamer in gelokt, naar de voordeur geleid, de voordeur van zijn huis geopend en hem daar zachtjes naar binnen geschopt. Zo, eindelijk rust aan mijn kop.

Ach, wat zal ik dat beest straks nog missen.

12 gedachtes over “De kat van de buren

  1. We zijn dus “collega’s”, ook ik pas op de poes van de buren, voor twee weken. Poes moet niets van me hebben en ik zie poes, die Muis heet, dus vrijwel nooit. En áls ik haar verras blaast ze me een kushandje toe en neemt de benen naar boven. Muis krijgt wel 2x per dag eten maar dan brokjes of een blikje, dit is dan ook maar een straatkat die gered werd door buuf die toevallig dierenarts is, je moet maar boffen als straatkat!

    1. Aha, een solitaire kat. Dat komt vaker voor. Misschien ook door het vroegere straatleven, in dit geval?
      De kat van mijn buren is juist super aanhankelijk en wenst de hele dag gezelschap. Gelukkig komen de buren gauw weer thuis.

  2. Ingrid van Bouwdijk

    Het is me wat met katten en honden. Ik ken iemand waarvan ik de naam van haar hond kan dromen maar niet weet hoe haar zoon heet. Laatst weer zo’n verhaal over een paar weken oud katertje dat door de hond als ongewenste indringer werd beschouwd: “Hij zou hem hebben verscheurd als hij de kans had gekregen.” Dus katertje op de eerste verdieping achter hekje. Na twee weken opnieuw geprobeerd of ze vriendjes konden worden. Dat lukte niet helemaal. De rollen zijn een beetje omgedraaid: katertje blaast en zet zijn staart op en weg is de hond waar hij 10 x in past.

Reacties zijn gesloten.