Levensbepalende boeken

Naast mijn luie stoel ligt een stapel leesvoer. Soms ligt er veel. Vaker gaat het om een paar tijdschriften, enkele reisbrochures of andere bladen om bij weg te dromen, een krant en de tv-gids. Is de stapel hoog, dan verandert leesplezier in plichtmatig leesvoer doorwerken. Want zomaar iets ongelezen weggooien doe ik niet snel. Misschien komt dit omdat ik niet ben opgegroeid met een overvloed aan boeken en tijdschriften.

In mijn vroege jeugd was het bezit van een boek nog speciaal. Er waren wel enkele kinderboeken in huis. Mijn moeder kocht ze voor het hele gezin, zoals de sprookjes van de gebroeders Grimm. Ook hadden we een soort kinderbijbel. De boekenkast stond vol rijk geïllustreerd populair-wetenschappelijk werk over cultuur, geschiedenis en volken. Verder lazen mijn ouders taaie geschriften van oudere schrijvers. En er was een verzameling boeken over tuinieren. Niet echt wat mij als jong kind boeide.

Waarschijnlijk was mijn eerste echte eigen leesboek Samen op ’t eiland Zeekraai van Astrid Lindgren. Op de binnenflap wordt het verhaal als volgt ingeleid: ‘Op een zomerdag zet de schrijver Melkerson met zijn vier kinderen voor het eerst voet aan wal op het voor de Zweedse kust gelegen rotseilandje Zeekraai. Weinig vermoeden ze dan hoeveel opwindende en verwarring brengende gebeurtenissen hun te wachten staan. Maar ook hoeveel vriendschap en plezier. Vader, onpraktisch als hij is, heeft op het eiland zomaar voor een heel jaar een huisje gehuurd. Het blijkt nogal bouwvallig … Maar de Melkersons hebben de vakantie van hun leven, ook door hun nieuwe vrienden, net zulke dierenliefhebbers als zij.’ Achteraf bezien moet dit boek veel invloed hebben gehad op mijn verwachtingen van het leven.

In ons dorp was geen bibliotheek. Wel kon je op de lagere school wekelijks boeken ruilen. Ik kan mij hele series herinneren van Pinkeltje en van Arendsoog. Maar er was vast nog veel meer.

Toen ik een jaar of elf was, kocht ik op een bazaar in het plaatselijke bejaardenhuis een half vergaan exemplaar van Désirée van Annemarie Selinko. Daarmee deed heel andere kost zijn intrede. Het begint zo: ‘Hoofdstuk 1 De dochter van een zijdekoopman uit Marseille. Ik geloof dat een vrouw veel gemakkelijker wat van een man gedaan kan krijgen, als ze een goed figuur heeft. Daarom ben ik van plan om morgen vier zakdoeken in mijn decolleté te stoppen om er werkelijk volwassen uit te zien. Natuurlijk ben ik in werkelijkheid al helemaal volwassen, maar dat weet ik alleen zelf en je kan het nog niet goed aan me zien. In november ben ik veertien jaar geworden en Papa heeft mij als verjaardagsgeschenk dit mooie dagboek gegeven. … Het heeft ook een klein slot dat ik kan afsluiten; zelfs mijn zuster Julie zal niet te weten komen wat er in staat.’ Désirée stamt uit 1951, maar anno 2017 herkent elke puber er nog wel iets in.

Wegdromen bij verhalen, dat was voor mij jarenlang de aantrekkingskracht van boeken. Daarom hebben deze twee alle verhuizingen en opruimwoedes overleefd. Niet dat ik ze ooit nog lees. In latere jaren volgden talloze reisboeken en verhalen over mensen die ergens ver weg een nieuw leven begonnen. Vroeger en nu. En daarna kwam de ‘echte literatuur’. Ik zat zelfs een poosje bij een leesclub, maar bleef slechts kort. Naar mijn idee werden mooie verhalen er vakkundig kapot ontleed. Je moet iets aan ieders fantasie overlaten.

Nu lees ik vooral kranten en ‘serieuze’ tijdschriften. Soms kan ik die stapel leesvoer moeilijk verteren. Politiek, economie, wereldleed: wat moeten we ermee? Ik ga toch weer eens dat boek met avonturen op het eiland Zeekraai lezen.