Kleding voor binnen het glazen hokje

Zoals elk normaal mens draag ik hooguit 50% van wat er in mijn kledingkast hangt. Bepaalde kledingstukken zitten nu eenmaal lekkerder dan andere. Los van de mindere goden heb ik een verzameling kleding voor het geval dat. Zoals voor het geval ik naar de tropen ga én voor het geval de temperatuur ver onder nul zakt. Plus voor het geval er een feestje is, of voor wanneer ik naar kantoor toe moet. Want dan moet je iets passends dragen. Verder heb ik kleding voor sportieve uitstapjes; pyjama’s en nachtjaponnetjes; een hele rij jassen voor alle weersoorten, en nog wat ongeregeld spul. Daarom is het nogal krap in mijn kledingkast.

Zojuist heb ik een poging gedaan om een beetje ruimte te maken. Het viel weer niet mee. Ik kwam allerlei jasjes tegen, die ik nog nooit heb gedragen. Zonde om weg te doen, nietwaar? En dan die mooie broeken waar ik niet langer in pas. Eigenlijk al vijf jaar niet meer. Daarom liggen ze helemaal onderin de kast. Maar ze staan me aanzienlijk beter dan wat er de afgelopen jaren in de mode was. Vandaar. Als ik die broeken toch wil dragen, moet ik blijven staan om adem te kunnen halen. Lastig hoor, bij zittend werk. En even wat kilootjes afvallen is natuurlijk te veel gevraagd.

Met veel pijn en moeite heb ik drie stapeltjes gemaakt. Een stapeltje compleet verwassen kleding voor de vuilnisbak. In ons kakkineuze dorp mag je namelijk geen lompen in de kledingbak deponeren. Dan nog een stapeltje dat wel in de kledingbak kan voor het goede doel. Het derde stapeltje wil ik via een tweedehandswinkel verpatsen.

Je zou denken dat een paar nieuwe pyjama’s uit een vorig logje aanleiding zijn voor deze opruimactie. Maar nee, de dresscode bij mijn aanstaande werkgever zorgt voor enige twijfel. Gelukkig hoef ik slechts een dag per week op kantoor te komen. Daardoor kan ik eenvoudig verhullen dat mijn best zittende kleren uit C&A-winkels komen. Toen ik nog vast werk had, kocht ik wel vaker in boetieks. Bovendien valt de overgang van de zomer naar de herfst precies in die werkperiode. Dit verkleint de kans dat ik steeds hetzelfde nette vestje ga dragen.

Schoenen vormen wel een dilemma. Ik heb heerlijke zwarte laarsjes. Die kunnen bij vrijwel al mijn broeken. Alleen droeg ik ze zes jaar geleden ook al, toen ik bij dezelfde werkgever rondliep. Degene die mij inhuurt, zal ze zeker herkennen, want zij had ze toen ook. Ander passend schoeisel is voor kantoor toch te bloot of te plat, of kraakt gênant bij het lopen. Ik heb keurige schoenen met een klein hakje voor dames van zekere leeftijd. Eigenlijk val ik zelf binnen die categorie, qua leeftijd dan. Maar gevoelsmatig horen ze helemaal niet bij mij. Zo heb ik nog twee paar ongedragen ‘professionele’ schoenen in de kast staan. Het liefst zou ik comfortabele stadswandelschoenen dragen.

Oh, en dan nog een tas. Onlangs was ik bij een netwerkbijeenkomst voor kleine ondernemers. We deden een oefening. Op basis van elkaars uiterlijk (kleding, schoenen, stijl) vertelden we hoe de ander op ons over kwam. Ik had mijn nette, donkerblauwe rugtas bij me, maar die vond iemand toch te informeel. Maar als ik straks vier uur reistijd heb, wil ik wel graag van alles meenemen voor onderweg. Daarvoor is mijn beschaafdere zwarte leren tas te klein.

Op kantoor zou ik best bedrijfskleding of een uniform willen dragen. Dat zou het leven veel aangenamer maken. Helaas. In Nederland moeten we zo nodig individualistisch zijn en onze identiteit via kleding uitdragen. Blabla. Want ondertussen zitten we nog altijd met die glazen hokjes, vooral op kantoor. We kunnen nog lang niet overal kleding naar eigen keuze aan doen.

Een petitie pro uniform dan maar?

4 gedachtes over “Kleding voor binnen het glazen hokje

  1. hier precies dezelfde dilemmas. Ach we lijken best op elkaar, we komen elkaar vast nog eens tegen. Ik heb een paar echte jurkjes, gekocht in een winkel waar ik anders niet snel naar binnen zou gaan. Voor dames van zekere leeftijd, zeg maar. In die jurken voel ik me precies zoals ik me dan wil voelen: in staat tot een scherp debat. Zo heb ik ook schoenen met hakken: hakken geeft een gevoel van kracht en macht. Sportschoenen van nonchalance. Op kantoor loop ik graag op hakken, het lijkt dan net of ik erbij hoor. Op mijn sportschoenen loop ik veel te nonchalant. Ik heb dat ook wel eens in het centrum van Arnhem, tegen lunchtijd. Loop ik daar in kantoorkleding met hoge hakken, dan doe ik mee. In wandelbroek met sportschoenen voel ik me een slons temidden van de hoogegehakte klikkende zakenvrouwen.
    Nou tja, het blijft lastig. Een garderobe van 15 stuks is wat mij betreft onmogelijk.

    1. Ha, nu komt jouw reactie weer goed terecht.
      Ja, sterk is dat: wanneer je op hakken met een bijpassend jurkje loopt, lijkt het net alsof je erbij hoort. Het is een beetje poppenkast, maar kleding kan je wel mentaal sterker maken. In die zin is het meer dan een beschermlaagje; het is een soort harnas waarin je veilig binnen de groep past. Kantoormensen en professionals herkennen je als één van hen en dat kan de samenwerking vereenvoudigen. Overigens kan ik erg genieten van een mooie zakelijke outfit. Het zoeken is vooral naar iets moois wat ook klassiek en praktisch is.
      Een garderobe van 15 stuks lijkt mij in dit land met wisselend klimaat een enorme uitdaging. In de tropen is het misschien wel haalbaar.
      Soms zie ik trouwens vrouwen op het doorgaande fietspad naderen en dan denk ik: ‘Is dat Mathilde?’ Ik let op hoor. 🙂

Reacties zijn gesloten.