Smartphone op vakantie: lust of last?

Als EU-burgers kunnen we ons mobieltje nu vier maanden in het buitenland gebruiken, zonder extra kosten. Dus is het hek van het dam. De Volkskrant van afgelopen zaterdag wijdde er een artikel aan. We blijven maar naar dat schermpje staren, waar we ook zijn. We willen appjes van het thuisfront ontvangen. Filmpjes maken en naar achterblijvers sturen. Met Google Maps op pad gaan en recensies lezen over het restaurant waar we recht voor staan. We hoeven geen lokale inwoners aan te klampen, want we weten alles al. Zijn we dan nog wel op vakantie? Of blijven we met één been in ons vertrouwde leventje hangen?

In het buitenland ben ik er graag even helemaal uit. Dan hoef ik geen intensief contact met het thuisfront. Lange tijd was dat algemeen gangbaar. Tot begin jaren nul had niemand een smartphone. Je stuurde een kaartje per vakantie, soms twee. Je belde een keertje naar huis. En bij lange reizen stuurde je brieven, die je in den vreemde ook kon ontvangen per poste restante. Dat waren nog eens tijden. Ze kwamen pas een week later aan. Dan besef je wat het betekent om ver weg te zijn. Nu kan je moeilijk nog aan sociale verwachtingen ontsnappen. Waar je ook bent.

Jarenlang heb ik vakantie gevierd zonder reisgids, in print of als persoon. Ontegenzeggelijk is dat vele malen avontuurlijker dan rondbanjeren met Google Maps. Soms ging het mis en belandde ik in een groezelig oord. Dan besefte ik terdege dat niemand wist waar ik uithing. Maar als ik voorbijgangers aansprak, sloofde menigeen zich uit. Ze wezen niet gewoon de juiste richting aan. Nee, ze liepen mee en vertrokken pas als het zeker was dat ik goed terecht kwam. Zulke hartverwarmende ervaringen mis je met een smartphone.

Zonder nieuws-app ontgaat je ook wat er thuis gebeurt. Dat kan plezierig zijn. Wie wil er nu op zijn vakantiebestemming volgen hoe het met de kabinetsformatie gaat? Of een week lang berichten ontvangen over eieren en bestrijdingsmiddelen? Weinig is zo destructief voor je vakantiegevoel als een telefoontje van je werk. Maar als er thuis iemand in het ziekenhuis ligt, wil je wel een bemoedigend appje sturen.

Vooral jongeren gaan op in hun mobiele telefoon, zowel thuis als op vakantie. Het kan best dat ze minder naar bezienswaardigheden kijken. Maar is dat nu echt zo anders dan vroeger? Op hun leeftijd ging ik ook liever naar strand en discotheken, dan naar kerken en amfitheaters. Ik kan me de gebouwen uit die tijd nauwelijks herinneren. (Sorry Spanje, sorry Italië, sorry Griekenland.) Pas later ontstond mijn interesse voor cultuur. Nu kan je ter plaatse via Google over de geschiedenis lezen. Dat is een voordeel vergeleken bij luisteren naar een groepsleider met een langdradig verhaal.

Mijn gevoel voor afstand verdween begin jaren tachtig. Toen nam ik voor het eerst een vliegtuig naar Spanje. Binnen een paar uur waren we er al. Terwijl we het jaar ervoor nog anderhalve dag met de trein onderweg waren geweest. Alleen vliegreizen naar afgelegen oorden, zoals Australië en Polynesië, brengen het besef van afstand terug. En echt ‘vreemde’ landen, waar weinig gaat zoals thuis, zorgen nog voor wat avontuur. De meeste mensen hebben daar eigenlijk geen behoefte aan.

Een smartphone is vertrouwd, waar je ook bent. Het is een schakel in het uitdijende net van globalisering. Voordat je het weet, wordt alles overal hetzelfde. Dan kunnen we voortaan wel thuisblijven. Aan ons de keuze hoe ver we die ontwikkeling willen laten gaan.