Geluid festivals loopt de spuigaten uit

‘Nederland wordt te klein voor zo veel festivals’, kopte de Volkskrant afgelopen zaterdag. Feit is dat het aantal festivals in ons land al jaren flink stijgt. In 2012 waren het er volgens onderzoeksbureau Respons 708, tegen 934 in 2016. Dan hebben ze de jaarlijkse straatmaaltijd in mijn oude stadsbuurtje vast niet meegeteld. Waren die festivals allemaal maar zo gemoedelijk. Vaker worden omwonenden opgescheept met forse geluidsoverlast.

Voor wie verder leest: deze longread begint met de invloed van openlucht-festivals op omwonenden. Daarna volgt mijn ervaring met wonen te midden van omgevingsgeluiden in Leiden. In geuren en kleuren, uiteraard. En ik sluit af met een ode aan ‘3 oktober’ van Rubberen Robbie, voor de liefhebbers.

De Volkskrant: ‘In Breda werd deze maand een motie aangenomen tegen de geluidsoverlast. Centrumbewoners klagen over ‘misselijkmakende’ bassen en ramen die kapot trillen door lawaaiige optredens.’ Dit is nog afgezien van dagenlange parkeerproblemen, wegomleidingen, onbereikbare werkgevers, plus piesende en kotsende, straalbezopen jongens voor je deur. Het klinkt vertrouwd, want ik ben opgegroeid met 3 oktober (Leidens Ontzet).

Moeten we dit soort mega-evenementen in steden dan maar schrappen? Bij het artikel staat een foto van een Vierdaagsefeest aan de Waalkade in Nijmegen. Eigenlijk is dat een mismatch. Dergelijke grote, traditionele evenementen zorgen niet voor blijvende ergernis. Als je in Leiden woont, weet je dat je 3 oktober er bij krijgt. En de Tilburgse kermis hoort net zo in die stad thuis als een gesloten textielfabriek. Een of twee grote jaarlijkse evenementen kan iedereen wel verdragen.

Maar ‘uit cijfers blijkt dat vooral het aantal kleine en middelgrote festivals groeit. … Onderzoeken laten nu zien dat bezoekers vooral behoefte hebben aan kleinschaliger ervaringen op bijzondere plekken. … Die vind je vaker in de stad.’ Dus kan het gebeuren dat de gemeente van mei tot oktober om de week een ander ‘event’ toelaat. De centrummanager, organisatoren en horecabazen zijn daar blij mee. Want het is fijne promotie voor de stad en iedereen pikt een graantje mee. Behalve de omwonenden, die hebben het kennelijk maar te accepteren. Een vergelijking met Airbnb is zo gemaakt.

Organisatoren kunnen wel wat doen om geluidsoverlast in te perken. Een goede installatie, vakkundige geluidsmensen en een slimme opstelling van boxen, maken al verschil.
Gemeenten kunnen een harde limiet stellen aan tijden, geluidsvolumes en aantallen openlucht-evenementen met versterkte muziek. Graag zie ik dat ze gewoon de stekker eruit trekken wanneer een organisator zich niet aan afspraken houdt.

Het probleem zit vooral in de opeenstapeling van rumoer en het dominante geclaim van de openbare ruimte. ‘Vrijheid eindigt zodra die van een ander wordt beperkt.’, zei Jan Terlouw onlangs. Dat is precies wat er bij een teveel aan geluid speelt. Het geluid word je opgedrongen. In je eigen woning kan je niet meer tot rust komen. Het houdt je uit je slaap, ook al moet je er de volgende dag vroeg uit. In het ergste geval leidt het tot hevige stress, gevoelens van onmacht of feitelijke agressie, uitputting en fouten in het verkeer of op het werk. Ik betwijfel of een festivalorganisator dat in zijn SWOT-analyse meeneemt.

Kortom, jaarlijks een of twee grote evenementen in de openbare ruimte vind ik prima. Maar hou het daar bij. Als bekend is dat omwoners ernstige overlast krijgen, laat organisatoren hen dan een financiële vergoeding geven. Tenslotte is de openbare ruimte van iedereen. Zo’n gebaar is volwaardiger dan mensen afschepen met een gratis drankje. Kennelijk zijn evenementen in de buitenlucht lucratief genoeg. Anders was er nu geen sprake van wildgroei.

Mag ik dan nu aangeven waardoor ik zo’n pesthekel aan mensen heb gekregen die met hun volume voortdurend te veel openbare ruimte innemen?

Tot twee jaar geleden bewoonde ik in Leiden een appartement op circa 300 meter afstand van de Beestenmarkt. Begin jaren negentig was het best rustig in de buurt. Voor de deur liggen een parkje en een flinke speeltuin met gras plus een basketbalveldje met asfalt. In het buurthuis recht tegenover ons werd soms wat georganiseerd. Noemenswaardig lawaai was er bijna nooit. In het parkje fietsten mensen en er liepen wat bewoners met hun hondje langs. Een keer per jaar was het 3 oktober en stond de kermis vlakbij. Dan was er een hoop kabaal. Verder gebeurde er weinig.

Eerst bijna onmerkbaar veranderde dat. Het begin van de crisis viel samen met de grote ‘behoefte aan samenzijn met gelijkgestemden … in deze tijd van maatschappelijke onrust’ op festivals.  (Volgens Martin Groters, hoofd opleiding vrijetijdsmanagement, in de Volkskrant. Ikzelf beschouw dit als een marketingverhaal.) Ook werd er verderop een nieuwbouwwijk tussen bestaande wijken gepropt. Daardoor bleef er nog minder groen over dan Leiden toch al arm is. De speeltuinvereniging/het buurthuis kreeg bovendien minder subsidie van de gemeente. Zoals nu gangbaar is, moest men draagvlak gaan aantonen, in de vorm van eigen inkomsten.

Door de nieuwbouw kwam ineens half Leiden-Noord bij ons voor de deur zijn/haar hond uitlaten. Sommigen brachten een complete roedel mee. Hun ritueel begon steevast om 06.00 uur met het geschreeuw ‘TICO, TICO! KOM HIERRRR!!! Tico was een strontvervelend minihondje met een nog strontvervelender langharig latino-achtig baasje. Dat baasje had nog nooit gehoord van een baasjestraining. Want daar lag het eigengereide gedrag van dat mormel aan. Maar misschien vergis ik mij. Wellicht zocht deze man gewoon aandacht van ons buurmeisje, dat daar ook haar hondje uitliet.

Geloof mij. Zeven dagen per week om 06.00 uur, 12.00 uur, 16.00 uur, 20.00 uur én om 23.30 uur het gebrul naar hondje Tico aanhoren, gaat je niet in de koude kleren zitten. Vooral niet wanneer het pal onder je slaapkamerraam plaatsvindt. En zeker niet wanneer er nog een stuk of veertig honden vier maal daags langs paraderen. Want allemaal lieten ze graag van zich horen; de baasjes incluis.

Ook de verminderde subsidie had onplezierige gevolgen. Voorheen speelden er hooguit een stuk of veertig uitgelaten kinderen in de tuin. Dat was te overzien, al produceerden zij aardig wat geluid. Na de crisis kwamen ze regelmatig met drie schoolklassen tegelijk van 25 stuks elk. Plus nog wat loslopend kroost én een aantal verhitte vaders/moeders/begeleiders. Want zet te veel kinderen met een gelijkblijvend aantal speeltoestellen in een te krappe ruimte en het wordt knokken. Het volume steeg dan ook buitenproportioneel. En dat van 10.00 tot 18.00 uur op elke werkdag. Vaak moest ik ’s zomers mijn radio harder zetten om het nieuws nog te kunnen volgen.

Bovendien werd het flexibele net bij het basketbalveld vervangen door een heuse metalen kooi. Nou, daar waren we mooi klaar mee. De hele zomer lang was dat de vaste hangout van opgeschoten jongens. Boink, boink, boink, boink, boink, boink, boink. Zo ging het van tien uur ’s morgens tot soms middernacht door. Zeven dagen per week. Er zat geen pauzeknop op.

Verder wist de speeltuinvereniging/het buurthuis een nieuwe inkomstenbron aan te boren. Fijn natuurlijk, maar dan nu de uitvoering. Het buurthuis viel namelijk goed in de smaak bij de Marokkaanse gemeenschap in Leiden-Noord. Sindsdien vierde de hele gemeenschap recht tegenover ons alle familiefeesten. Dat zijn er veel. En Marokkaanse families zijn groot. Ze brengen allerlei lekkernijen mee (ik geef toe, ik had ook wel gast willen zijn). En ze dansen erbij. Op zelf meegebrachte muziek uit erbarmelijke versterkers. Bij voorkeur met de tuindeuren wijd open. Zodat ook opa en oma het in de verste uithoeken van de speeltuin kunnen horen.

Ik verzin dit niet. De laatste jaren was het werkelijk elk weekend feest op zaterdag én op zondag van 11.00 uur tot 20.00 uur, van mei tot en met september. Tegen juli keek ik nogal uit naar de winter. Want naast die feesten waren er dus dagelijks tientallen kinderen, groepen hangjongeren, soms met gettoblaster, schreeuwende baasjes en blaffende honden.

En dat was nog niet alles. Want de gemeente Leiden is behoorlijk actief in het werven van toeristen. Dus wordt er op gehoorafstand de hele zomer lang bijna om de week iets in de binnenstad georganiseerd. Vaak ook met muziek. Bij een zuidwestenwind was dat op drie hoog uitstekend merkbaar in mijn appartement.

Leiden is een studentenstad, al zag je in ons buurtje voorheen nauwelijks studenten. Er staan vooral woningen die betaalbaar zijn voor tweeverdienende bakfietsgezinnen. Toch zagen sluwe investeerders mooie kansen voor studentenhuisvesting in oude panden. De buurtvereniging heeft nog geprobeerd om verkaveling tegen te houden, maar helaas. Een keer raden wat er in een studentenhuis gebeurt wanneer de zon schijnt en de drank vloeit. Jawel: balkondeuren open, platte dak op. Feesten! Muziek! Tot diep in de nacht. Zucht.

Had ik al verteld over die windrichting? Nou kijk, daar letten piloten dus ook op. Ik wist altijd precies wanneer het druk was op de Kaagbaan. Er is een periode geweest waarin ik geen wekker hoefde te zetten. Exact om 06.00 uur kwam het eerste vliegtuig over en met intervallen van exact één minuut bleven ze dan nog wel even komen.

Over de sirenes zeg ik niets. Het politiebureau was dichtbij. En met een hoofdweg vlak achter ons, twee grote ziekenhuizen even verderop, én een brandweerkazerne hoor je nu eenmaal van alles. Ook op de gekste tijden midden in de nacht.

Over rare tijden gesproken. Toen Club 70 nog bestond, kwamen bezoekers na sluitingstijd nog wel eens op het parkeerplaatsje iets verderop staan. Met een lekkere vette bas erbij zodat de autoramen mee bewogen. Daar heb je toch die speciale autospeakers voor, nietwaar?

Bij zo’n opeenstapeling van geluiden, met slechts enkele stille uren in de nacht, kom je nooit helemaal tot rust. Dat kruipt onder je huid. Maar afgezien van alle zomerfeesten, blaffende honden, schreeuwende baasjes, uitgelaten kinderen, roepende ouders, feestende families, voetballende hangjongeren, lallende en brallende studenten, dreunende autospiekers, zoemende vliegtuigen en gierende sirenes, viel het qua geluidsoverlast eigenlijk wel mee. (Als de zzp’ende buurman zich beneden koest hield, tenminste.)

Dus een of twee grote evenementen in de openbare ruimte vind ik prima. Maar laat het daar bij.

Afijn. Vandaag is het nog precies tien weekjes wachten tot 3 oktober.

Reageren mag

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.