Brandgevaar! We blijven spelen met vuur

Het is nogal raak deze maand. Eerst die brand in een Londense flat en nu staat Portugal in vuur en vlam. Weinig is zo fascinerend en zo griezelig als groot vuur. En weinig toont zo pijnlijk confronterend aan hoe hardleers we daarmee omgaan.

Pasgeleden las ik in een Leidse krant uit 1912 over een grote brand. In die stad was het gebruikelijk dat weeskinderen met de brandspuit van het weeshuis hielpen blussen. De brand was bij hen om de hoek, maar ze konden niet uitrukken. Want de commandant ontbrak en zonder orders moesten ze wachten. Intussen brandde het pand helemaal af. Afgelopen week stond de brandweer in Goor machteloos omdat de bevelvoerder even weg was.

Door de ziel snijdende taferelen tijdens 9/11 waren filmpjes met mensen die van grote hoogte uit de Twin Towers sprongen. Hoe enorm moet je wanhoop dan zijn? Wat gaat er door je heen? In het Londen van 2017 wierp een moeder haar baby van de tiende verdieping naar beneden. Het kindje viel in goede handen en overleefde. Het lot van de moeder is mij onbekend. Er was een schimmige foto van een vrouw bij een raam. Ze kon geen kant meer op zonder nooduitgang.

In Bangladesh, China en India storten regelmatig mijnen in. Of er vliegen fabrieken in brand. Bij zo’n bedrijfsbrand stond eens vermeld dat de ‘werkneemsters’ niet konden vluchten. Omdat ze vastgeketend zaten. Onze arme Brabantse varkens trof recentelijk een vergelijkbaar lot. Kan dat ook dieren gebeuren die als stukjes biologisch vlees worden verkocht? Ik wil dit nu wel weten.

Ooit maakte ik als kleutertje een grote brand mee van zeer nabij. Misschien heb ik het al eens beschreven. Op het erf van een boer in ons dorp vloog totaal onverwacht een hooiberg in brand. Ik stond op slechts enkele meters afstand. Een jongetje was namelijk vlakbij met lucifers aan het spelen. Met mijn schoolvriendinnetje rende ik in paniek naar huis. De hele tijd waaide er brandend hooi door de lucht over ons heen. Er stond een harde wind en we renden in onze onnozelheid met de wind mee. Ik dacht dat alles in brand zou vliegen.

In Australië ben ik vrij dicht langs bosbranden gereden, over de snelweg. Je weet dan niet of je er goed aan doet om door te rijden. Met al die inheemse eucalyptusbomen daar, kan het vuur zo overspringen. Het gebied is uitgestrekt en er staat geen motoragent klaar met waarschuwingsbordje. Vluchtende automobilisten in Portugal wisten evenmin welke kant ze op moesten rijden. Ze deden wat ze dachten dat goed was. Wat konden ze anders? En ze hebben er tegenwoordig ook eucalyptusbomen.

In het appartement op de vierde woonlaag had ik een bergklimmerstouw in mijn slaapkamer klaarliggen. Voor het geval dat. Maar ik vond het te gênant om en plein public te oefenen of ik daarmee wel veilig beneden kwam. Had ik wel genoeg spierkracht om beheerst twaalf meter langs dat touw af te dalen? Bij brand zou ik toch te dicht op de rand van hysterie zitten om er verstandig mee om te gaan.

Ben jij goed voorbereid, mocht dat onverhoopt eens nodig zijn?

2 gedachtes over “Brandgevaar! We blijven spelen met vuur

  1. Ik woon 1 hoog en had dezelfde overwegingen over een touw op het balkon, dus heeft het geen zin. Nu denk ik dat ik gewoon ga springen. Dan maar iets breken……………….. En nog beter, geen brand!!

    1. Ja, van een hoog is dat vast het beste. Wel eerst een zacht verend matrasje naar beneden werpen. 😉
      Inderdaad: liever brand voorkomen. En een rookmelder kan geen kwaad.

Reacties zijn gesloten.