De emancipatie ging aan mij voorbij

Bovenstaande titel heb ik in gedachten als de Volkskrant op de mat valt. Groot op de voorpagina staat ‘Generatie huisvrouw zwaait af’. Voor het eerst hebben de meeste 45-plusvrouwen een baan. Het gaat om een nipte meerderheid van 50,1%. Als alleenstaande kostwinnaar vind ik een betaalde loopbaan echter niet zaligmakend.

Tot in de jaren zestig kregen vrouwen hun ontslag zodra ze trouwden. Hun levensinvulling bestond uit het moederschap, vond men. Naast hun rollen van liefhebbende echtgenote en degelijke huisvrouw. Zo werden ze automatisch financieel afhankelijk van hun man. De kerk en het patriarchaat hielden dit graag in stand. Mannen waren trots dat ze voldoende verdienden voor hun gezin. Werkte een echtgenote toch, dan was dat eigenlijk gênant, voor haar man. En was ze wel een goede moeder dan?

Mijn moeder had voor haar huwelijk een administratieve baan. Vervolgens zat ze veertien jaar thuis. Met kleine kinderen was dat handig, want er waren geen crèches in de buurt. Maar regelmatig verveelde ze zich. Toen ik tien jaar werd, ging ze op zoek naar parttime werk. Het was net oliecrisis. Ze was blij met een bijbaantje in de supermarkt. ‘Dan was ik er tenminste even uit.’, vertelde ze onlangs.

Mijn beeld van haar leven in die tijd was tamelijk positief. Ik herinner me zomers met fietstochtjes naar het zwembad en de Wassenaarse Slag. Lekker ontspannen. En ik zie mijn moeder nog zitten in de tuin. Even een bakkie doen en de Libelle lezen, een praatje maken met de buurvrouw, of aardappels schillen in de zon. Op woensdag ging mijn moeder naar de stad en langs bij oma. En ‘s middags haalde ze groenten van onze volkstuin. Het ging er heerlijk relaxed aan toe. Zo’n leven wilde ik ook wel.

Al deed mijn moeder het huishouden, ze had genoeg tijd voor hobby’s. Zoals zich verdiepen in kunst- en cultuurgeschiedenis. En lezen over de verzorging van haar tuin- en kamerplanten. Wijs een plant aan en zij noemt de Latijnse naam. In de jaren zeventig kwam de VOS-cursus: Vrouwen Oriënteren zich op de Samenleving. Mijn vader vond het allemaal best. Hij legde haar geen strobreed in de weg. Maar als stadse kon mijn moeder slecht wennen aan de traditionele dorpscultuur van dat moment. Terwijl ik als kind het buitenleven daar heerlijk vond.

De meeste klasgenootjes op mijn basisschool kwamen van boerderijen. Die school was een katholiek instituut met een autoritair hoofd. Nog in 1975 stuurde hij meisjes door naar de lagere huishoudschool. ‘Want ze gaan later toch trouwen.’ Zelfs al hadden die meisjes volgens de CITO-toets atheneumniveau. Bij een reünie in 2003 bleek dat veel vroegere klasgenootjes eenvoudig werk deden in de zorg. En bijna alle jongens hadden een technisch beroep gekozen.

Ook ik leek voorbestemd voor het huisje-boompje-beestje-leven. Mijn moeder drong wel aan op goede scholing, maar als puber kon mij dat niet boeien. Ik wilde het liefste jong trouwen en daarna kinderen krijgen. Daar rekende ik op en opleiding was minder belangrijk.

Maar toen ik zeventien was en met een LHNO-diploma van school kwam, had ik nog steeds geen vaste verkering. Die zomer begon het tot mij door te dringen dat het misschien een beetje anders zou lopen dan gedacht. Na een week in een slagerij had ik wel door dat dat het ook niet was. Misschien kon ik toch maar beter iets gaan leren.

Zo belandde ik in een schakelklas van een streekschool voor vergelijkbare gevallen. Hier voelde ik mij helemaal thuis en eindelijk ging het ergens over. Ik koos de kantoorrichting. Sommige klasgenootjes woonden al samen en de leraren namen ons serieus. Halverwege het schooljaar vertrok ik vanwege een baan als receptioniste en aankomend boekhoudster naar een accountantskantoor.

En daar, ik was nog steeds zeventien jaar, begon het lange aftellen tot mijn pensioen. Het kantoor stond vlakbij het station. Als ik naar buiten keek, zag ik mensen wandelen en fietsen in de zon. Zij waren onderweg ergens naartoe, een plek aanlokkelijker dan hier. Ze stapten op de trein en gingen op reis … naar een ander werelddeel?

Intussen zat ik maar vast in dat muffe kantoor. Veertig uur per week, van maandag tot en met vrijdag. Dan even een kort weekend of een paar weekjes vakantie tussendoor. En daar gingen we weer. Goedemorgen, goedemorgen. Eerst koffie. Wel tien koppen per dag dronk ik toen. Alles om de sleur te doorbreken van dat saaie kantoorbestaan. Later kwamen er banen die veel boeiender waren. Maar dat gevoel van onvrijheid op het werk is nooit meer weggegaan.

De noodzaak van een betaalde baan maakt mensen afhankelijk. Dat is mijn volle overtuiging. De campagne Een slimme meid is op haar toekomst voorbereid heeft daar geen verandering in gebracht. Want de financieel ‘almachtige’ echtgenoot werd ingeruild voor de grillen van de baas. De bovenbaas is trouwens vaak een door mannen bestuurde grootaandeelhouder.

Ik heb altijd zelf de kost moeten verdienen. Er was geen partner die dat tijdelijk van mij overnam of die mij als vanzelfsprekend onderhield. Ik heb geen andere keuze gehad. Moet ik dan nu trots zijn op mijn betaalde 35-jarige loopbaan? Ik ben ver gekomen. Maar ik had de helft van die tijd graag anders en beter willen besteden.

Het maakt daarbij niet uit dat ik jarenlang avondstudie deed en bijscholing kreeg. Of dat ik een flinke persoonlijke en professionele groei doormaakte. Al kan werk voldoening geven en inhoudelijk aantrekkelijk zijn; in mijn situatie blijft het gedwongen. En op kantoor kun je je dus ook te pletter vervelen.

17 gedachtes over “De emancipatie ging aan mij voorbij

    1. Dank je wel. En inderdaad: door wie laten we ons eigenlijk gek maken?
      Deze week had ik een gesprek over mijn situatie als oudere draaideur-werkloze. Een gevoelsmatig uitzichtloze situatie die nu al acht jaar duurt. Ik vertelde dat ik mij, zoals hierboven beschreven, in een betaalde baan nooit echt vrij heb gevoeld. De ander vond dat ik misschien maar eens naar een psycholoog moest gaan. En omdat ik onlangs drie slapeloze nachten achter elkaar had vanwege een ‘dipje’, wat bijna elke langdurig werkloze zonder enig inkomen weleens meemaakt, zei ze dat ik naar de huisarts moest gaan. Ik antwoordde dat ik niet van plan was om pillen te gaan slikken. ‘Wat moet ik dan bij die huisarts doen?’, vroeg ik haar. ‘Nou, dan kan de dokter zeggen wat voor soort werk je kan gaan doen.’ [sic]

      Ik schrijf op dit blog voor mijn plezier, om mijn gedachten te ordenen en soms om stoom af te blazen. Daarmee stel ik mij kwetsbaar op, zoals ik ook in dat gesprek heb gedaan. Het is een van mijn methoden om de werkelijke gedachten en motieven van anderen te ontlokken. Want ik wil graag weten waar die ander staat. En daarna analyseer ik zo’n gesprek. Het leidt vaak tot verrassende inzichten. Ik kan het iedereen aanraden.

  1. Ik heb nooit veel met emancipatie gehad, het was bij ons thuis geen thema. Mijn moeder werkte tussen haar 23ste en 38ste als schippersvrouw. Dat hield in dat ze veel achter het stuur stond. M’n vader kon dan andere dingen op het schip doen. Ze woonden aan boord met een paar kinderen. Deze taakverdeling was/is bij binnenvaartschippers heel gewoon. Eigenlijk is dat voor een boerin niet anders. Die werk(t)en ook behoorlijk mee. Met een vrouw van een winkelier of bakker was het vaak niet anders. Ze stonden in de winkel en/of deden de adminstratie.

    Nadat mijn ouders stopten met varen, werden er wortels en bonen aan huis afgeleverd, die mijn moeder en een serie buurvrouwen schoonmaakten en kopten. In het hoogseizoen een behoorlijke dagtaak. De conservenfabriek was ermee geholpen en mijn ouders konden het geld goed gebruiken. Daarna heeft mijn moeder nog veel werk in de huishouding gedaan. Daar was zij ook zeker niet de enige in. Thuis deed zij de financien en had je qua beleid duidelijk de broek aan. Ze had en maakte wel veel tijd vrij voor sociale dingen, iets dat mijn vader door zijn 40-urige baan niet lukte. Hij was daar zoals vele mannen van zijn generatie niet voor in de wieg gelegd.

    Mijn oudste zuster trof een tradionelere man. Ze heeft de Ulo gedaan, maar na de komst van haar kinderen heeft de geen baan meer gehad. Zelf was ze daar lui in, maar ook haar man spoorde haar zeker niet aan. Die luiheid van m’n zuster heb ik ook wel. Ik heb veel gewerkte, maar moest daar het nut wel van inzien. Werken om het werken vond en vind ik onzin. Ik ben ook gestopt met betaald werk, waar mijn collega’s nog flink doorwerken voor het zoveelste banskstel. 😉 Aan een baan (of een auto die ik ook niet heb) lees ik geen status af.

    1. Mooi dat jij die andere groep werkende vrouwen ook noemt: de mee-werkers aan boord, op de boerderij, in de winkel en wie weet waar nog meer. En dan je ‘luie’ zus. Waar het om gaat is dat iedereen verschillend is en eigen wensen heeft. En dat mag. Ook ik doe liever langer met een bankstel dan dat ik langer werk. 😉

  2. Het leek mij vroeger altijd aantrekkelijk, huisvrouw. Maar mijn moeder vond dat ik geen goed beeld had. Was misschien ook zo, maar werk kan ook beklemmend zijn. Maar hoe gaat het nu dan? Veel vrije tijd maar weinig geld om dingen te doen die je leuk lijken?

    1. Heb je het wel eens geprobeerd: fulltime huisman zijn? Ook jij hebt te maken met de grillen van de baas en dat zal niet altijd prettig zijn.
      Mijn geluk is dat ik al heel veel heb gereisd en weinig nieuwe spullen nodig heb. Dat stemt tevreden. En wandelen is een relatief goedkope hobby. Maar ik verveel me wel steeds vaker en doe daarom nu wat vrijwilligerswerk. Het venijn zit vooral in onzekerheid over de toekomst.

      1. Snap het helemaal, het is ook shit. Hoop dat het je lukt om iets te vinden wat veel invulling geeft. Nee, ik heb het nooit geprobeerd om full time huisman te zijn. Heb wel 7 jaar alleen gewoond en was ik dus huisman en full time arbeider. Maar ja, huisman voor jezelf, op het moment dat het jezelf uitkomt stelt niet veel voor.

      2. Nou ja, het zal toch vast een keer goed komen. En huisman zijn op het moment dat het je het beste uitkomt, lijkt mij ook wel de beste vorm.

      3. De vraag is of het nu al niet op één of andere manier goed is. Acht jaar is een lange tijd, ik hoop niet dat je die als verloren ziet.

      4. Oh, qua werk wisselde dat in drie tijdelijke parttime banen, maar daarbuiten tel ik mijn zegeningen. Alleen al deze nieuwe woonplaats maakt heel veel goed.

      5. GW was jarenlang huisman maar toen hij last kreeg van het huisvrouwensyndroom moest hij er een maandje uit. Ging lekker werken in een tijdelijke baan.

  3. Werken heeft mij ook heel lang dwars gezeten, en het zou weer kunnen gebeuren, maar nu, voor de tweede keer in mijn leven, heb ik een baan waar ik wel gemotiveerd naartoe ga. Het is wel eens taai, maar ik vind het erg interessant war het bedrijf mee bezig is en ben erg nieuwsgierig waar het naartoe zal gaan. Ik hou alleen wat te weinig tijd en energie voor muziek over, de verhouding zou inderdaad iets anders mogen.

  4. Mooi tegengeluid met al die carrièretijgers. Ik beleef zelf veel plezier aan mijn werk, maar ben de werkdruk ook weleens zat. Dus ik droom best eens van een tijdje reizen. Maar ja, daarvoor moet je dan een vaste aanstelling opzeggen en dat vind ik best eng.

    1. Heel begrijpelijk. Ik heb vroeger tweemaal een vaste baan opgezegd om te kunnen reizen, maar in die tijd had je na drie keer solliciteren alweer een nieuwe baan. Wellicht kun je een sabbatical afspreken? Dan heb je baanzekerheid wanneer je terugkomt.

  5. Reactie op dit bericht ontvangen via het algemene contactformulier:
    Name: fialas

    Email: … [hier weggelaten]

    Website: http://ponckie.wordpress.com

    Comment: Dat is nu eens een fris geluid dat ingaat tegen het credo van deze tijd dat een vrouw fulltime moet werken. Er moet ruimte zijn voor een leven naast de baan. Ik heb heel jong snel na elkaar 6 kinderen gekregen en was gelukkig. Wel talen bijgehouden door veel te lezen. Toen de jongste 7 jaar was heb ik mij ingeschreven bij een uitzendburo en ging waarnemen in baantjes die door zwangerschaps verloven of ziekte tijdelijk beschikbaar waren. Van im- en export naar projectontwikkelaar waar ik een franstalige baas had, dat zette zoden aan de dijk. In mijn laatste baan deed ik productiewerk bij de regionale omroep., waar ik steengoed in was. Ik kon er alle facetten van mijn kennis en persoonlijkheid gebruiken en kreeg er ook nog een aardig salaris voor.
    Maar toen ik was afgezwaaid begon weer een ander leven, ik kreeg eindelijk tijd voor vrienden. Vrienden die allemaal veel jonger zijn dan ik, met diverse vaardigheden; ook dat zet zoden aan de dijk.
    En ze wonen een stuk dichterbij dan al die leuke en handige kinderen en kleinkinderen elders in het land.

Reacties zijn gesloten.