Schuldgevoel bij vrouwen

‘Een slimme meid is op haar toekomst voorbereid.’ Wie kent deze slogan nog? In 1989 voerde het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid campagne. Veel gescheiden vrouwen waren afhankelijk van de bijstand en dat moest veranderen. Daarom stimuleerde het ministerie meisjes om een vak te leren. Zodat ze later voldoende geld konden verdienen. Kortom: economische onafhankelijkheid als hoogste doel. Nu is de norm dat vrouwen een baan hebben en niet hun hand bij hun partner ophouden. Of in de WW zitten. Of op een bijstandsuitkering teren.

Voor mijn toekomstbeeld kwam die campagne te laat. Ik ben er van jongs af aan van uit gegaan dat ik een man zou krijgen die voor het geld zou zorgen. Toen dat anders liep, was dat wel slikken. Erg slikken. Want ik heb betaald werk altijd beschouwd als iets wat eigenlijk niet de bedoeling was. Als tussendoortje of vrijwillig: oké. Maar in mijn leven is er wel meer een beetje verkeerd gegaan.

Het voordeel van mijn opvatting is dat ik geen schuldgevoel heb als ik niet werk. Natuurlijk, een uitkering schept verplichtingen. Aangezien ik die evenmin heb, hoef ik ook geen verantwoording af te leggen. Hoe anders is dat bij vrouwen die een partner of kinderen hebben. Die worden gekweld door hun schuldgevoel.

Ik ken werkzoekende vrouwen die het vreselijk zouden vinden als zij geen betaalde baan meer vinden. Ieder om een andere reden.

  • Omdat ze dan haar dochter van paardrijles af moet halen.
  • Omdat ze dan van haar mans inkomen moet leven. En dat geld nauwelijks aan zichzelf durft te besteden.
  • Omdat ze dan niet ‘nuttig bezig is’, ondanks dat ze twintig uur per week vrijwilligster is.
  • Omdat zij dan thuis leuke dingen doet, terwijl haar partner hard werkt.

Maar kijk eens naar die dochter met paardrijles, die kennelijk zo op het gemoed van haar moeder werkt. Heeft zij nooit geleerd dat je niet altijd alles kunt hebben? Ze komt er snel genoeg achter zodra zij zelf werkt. Dan kan ze toch beter mentaal voorbereid zijn, lijkt mij.

En waarom zou een vrouw het geld dat haar echtgenoot verdient, niet mogen uitgeven? Misschien vindt hij het wel prettig als hij haar een aangenaam leven kan bieden. En ze zijn toch in gemeenschap van goederen getrouwd? Het is toch in voor- en tegenspoed? Voor hetzelfde geld zijn de rollen over een jaar omgedraaid.

Gaat het dan wel om schuldgevoelens, of gaat het om een machtsstrijd? Ontbreekt wederzijds begrip? Over de druk die werkzoekende mannen ervaren, kan ik namelijk ook een heel log volschrijven. Misschien wordt het tijd voor een nieuwe campagne.

8 gedachtes over “Schuldgevoel bij vrouwen

  1. Wij werken allebei, ik full time, zij part time en mijn salaris is een stuk hoger. Desondanks bemerk ik geen enkele wroeging als ze mijn geld uitgeeft. 😉 Zij is pas echt slim. Mijn zus werkt niet en heeft dat heel duidelijk, dat gevoel van nutteloosheid en schuldgevoel. Maar ja, alsof wij werkende mannen het zouden redden om onze kinderen overal heen te brengen en te halen en voor het eten te zorgen. Dus nee, ik zou niet durven denken dat een niet werkende vrouw een schuldgevoel zou moeten hebben. Tijdens de schoolvakanties, als zij ook vrij is, wordt het eigenlijk een stuk relaxter.

  2. Zusje

    Mijn partner en ik werken beiden 4 dagen per week. Ik heb een – door de bank genomen – fijne baan waar ik mijn ei goed in kwijt kan. Het werk geeft mij voldoening maar voor mij is het feit dat ik economisch zelfstandig het meest belangrijk. Hierdoor ben ik financieel onafhankelijk en dat geeft mij een goed gevoel.

    1. Ik kan mij goed voorstellen dat een (voldoende hoog) eigen inkomen voor beide partners het gevoel van gelijkwaardigheid en onafhankelijkheid onderstreept. Tegelijk geloof ik dat een vorm zoals Mack beschrijft, eveneens gelijkwaardig kan zijn. Degene die het meeste geld inbrengt, vindt het toch ook fijn als de ander ervoor zorgt dat thuis alles soepel loopt en de ander voldoende tijd in de (kleine) kinderen kan steken? Dat heeft evenzeer maatschappelijke waarde, alleen wordt dit niet in geld uitgedrukt.
      Mijn perspectief is enigszins anders. Ik heb mij nog geen dag financieel onafhankelijk gevoeld door betaald werk. Want ik ben dan afhankelijk van de grillen van een werkgever. Hooguit ben ik vrij om te bepalen waar ik mijn geld aan uitgeef. Pas als ik voldoende eigen geld heb om het tot mijn pensioen te redden, zal ik mij werkelijk onafhankelijk voelen.

  3. Dit is een onderwerp wat me na aan het hart lag, intussen ben ik er uitgegroeid want gepensioneerd èn weduwe.
    Schuldgevoel van vrouwen, het is niet altijd terecht. Toch voelde ik het ook af en toe, als ik zag hoeveel uren hij maakte en ik geen ander baantje kon krijgen dan een paar uren per week bloemen snijden in een kas, of als alfahulp. Dat vond ik sneu voor hem, eigenlijk iets anders dan een gevoel van schuld.

    1. Dit is zeker iets wat meer vrouwen ervaren. Zien dat je partner erg veel uren moet maken en zelf weinig kans hebben om een grotere financiële bijdrage te leveren, waardoor hij minder uren zou kunnen werken.

  4. Fien.

    Momenteel ben ik gepensioneerd. Maar ik heb altijd gewerkt.
    Mijn vader is vertrokken in 1963. Mijn moeder bleef achter met 3 studerende kinderen. Één kind was het huis al uit.
    Ze wilde geen bijstand. We woonden in een dorp hè, altijd geklets. Het was zeer moeizaam om rond te komen.
    Ik heb me toen heilig voorgenomen of ik trouw of niet, ik wil altijd voor mezelf kunnen zorgen.
    Ben wel getrouwd maar, toen de eerste zoon zich aandiende in 1971, gewoon blijven werken.
    Het werk in het huishouden hebben we ook gedeeld. Net als de taken die hoorden bij de opvoeding.
    Mijn pensioen is minder dan van mijn man. Geen punt. Alles gaat bij ons op de grote hoop.
    Dat wij het nu goed hebben is aan ons allebei te danken.
    Ik heb van het werken altijd eigenwaarde ontleend. Had er trouwens niet aan moeten denken altijd thuis te zitten. Het werken gaf me grote voldoening.
    Plus het feit dat de zonen het heel normaal vinden om alle taken in hun huishouding te delen. Zo zijn ze opgevoed.

    1. Beste Fien,
      Welkom op dit blog. Zo te lezen hebben jij en je man het heel goed gedaan. Dit meen ik serieus. Allebei werken, de opvoeding en huishoudelijke taken evenwichtig samen delen, evenals de inkomsten. In 1971 was dat in een groot deel van Nederland nog behoorlijk vooruitstrevend. Sterker, zelfs anno 2017 is dit eigenlijk nog een zeldzaamheid. Ook al werken veel vrouwen, de verdeling is zelden gelijk. Overigens ken ik ook paren waarbij de vrouw het geld verdient en de man (al dan niet noodgedwongen) thuis is. Een voormalige vrouwelijke manager van mij koos er samen met haar man voor om een aantal jaren in Kenia te werken, waardoor zijn carrière daar tijdelijk stil lag. Maar wel met de afspraak dat hij na een aantal jaar weer aan de beurt was en de doorslag bij de volgende stap in hun leven mocht geven.
      Ik begrijp heel goed waar jouw gevoel van eigenwaarde en behoefte aan zelfredzaamheid vandaan komt. Ook mijn moeder heeft bij mij aangedrongen op goede scholing, omdat haar eigen moeder vroeg weduwe werd toen er nog geen weduwenpensioen was. Dit terwijl drie zonen nog in opleiding waren of net werk hadden. Mijn moeder was de jongste en zat nog op school. Ze leefden o.a. van het kostgeld dat de jongens inbrachten en mijn oma ging ’s zomers bollenpellen. Dat was een tijd lang armoe.
      Wat invloed op mijn opvattingen heeft gehad, is weer een ander verhaal, waar ik waarschijnlijk nog over zal schrijven.
      Vriendelijke groet,
      Karin

Reacties zijn gesloten.