Zo komt die afvalbak toch nooit vol

Aan het gescheiden-afvalbeleid van deze gemeente moest ik even wennen. Want op mijn vorige adres hadden we geen jaarkalender met speciale ophaaldagen voor aparte soorten afval. Alles behalve papier, glas, textiel en chemisch afval ging zo in de vuilniszak. Die kon ik op elk gewenst moment kwijt in een betonnen verzamelbak.  Na de verhuizing erfde ik een duobak. Die had bescheiden afmetingen en kreeg ik makkelijk vol. Maar sinds dit jaar is er voor elk soort afval een ander. Ik heb nog wel bakken van het kleinste formaat gekozen. Toch verdwijnt mijn vuilniszak in de peilloze diepte van de betreffende bak.

Inmiddels heb ik negen afvalbakjes en –bakken. Boven in de badkamer: een. Beneden in de kelder voor oud papier: een. Voor lege batterijen: een piepklein schaaltje uit Kenia. En in de keuken heb ik een zwart bakje als voorsorteermiddel. Want buiten op het plaatsje staan maar liefst drie bakken. Een bruin erfstuk van de gemeente Leiden is voor bespoten groenafval. (Op de composthoop in de tuin gaat onbespoten groen.) Verder heb ik nog twee zwarte bakken voor plastic en restafval. Het is geen gezicht, al die bakken bij elkaar.

Bovendien staan die twee bakbeesten van de gemeente voor groenafval en voor restafval achter de schuur. Die komen maar niet vol. Want het meeste is plastic afval.

Het duurt vast een half jaar voordat ik de groenbak heb gevuld. Dat zal een feest worden in de zomer. Misschien kunnen alle bewoners van ons rijtje beter een bak delen. En met het restafval zit ik ook in mijn maag. Want alle bakken hebben een adreslabel. We betalen namelijk per keer dat we ze aan de weg zetten. Daarom wil ik ze goed vullen. Alleen heb ik onlangs mijn administratie opgeruimd en ontbeer ik een papierversnipperaar.

Daar liggen mijn bankafschriften dan maandenlang, keurig in een met adres gelabelde bak op een toegankelijk pad.