Maandag in Nairobi, 5 december 2005

Uitzicht kantoor NairobiIn de middag zit ik rond 15.45 uur aan mijn bureau op de vijfde verdieping te werken, wanneer ik een lichte schudding voel. Tot twee keer toe. Diverse collega’s hebben het ook gemerkt. Voor de zekerheid lopen we snel naar beneden. We wachten buiten aan de overkant van de straat op wat er komen gaat. De computers staan nog aan. Niemand weet precies wat er is gebeurd. Via telefoongesprekken horen we dat anderen de aardbeving ook in het stadscentrum hebben gevoeld. Het is al nieuws op CNN.

Na wat wikken en wegen stuurt A ons naar huis. Met collega’s vertrekken we richting onze compound. De Ethiopiërs W en Y en ik wonen daar in afzonderlijke appartementen. Onze Keniaanse collega’s T en E komen mee om wat te drinken in de gedeelde tuin. Natuurlijk is er gelijk een hoop gepoch tussen de Ethiopiërs en de Kenianen. Nadat de Kenianen vertrekken, wordt het helemaal gezellig. Want M, een gerespecteerde Ethiopische vriend van Y, komt erbij. Dan volgt een boeiend gesprek over Afrika en globalisering.

M is vader van drie dochters. Hij vertelt hoe moeilijk het is om ze zo op te voeden dat ze zelf nadenken. Want het schoolsysteem is gericht op stampwerk en kinderen moeten braaf de meester nazeggen. Zo’n leerkracht voelt zich bedreigt als een leerling vragen durft te stellen.

de Volkskrant, Kees BroereAlle drie de heren zorgen financieel voor familie thuis. Niet alleen onderhouden ze hun eigen vrouw en kinderen. Ze zorgen ook voor hun ouders, enkele ooms en tantes, een nichtje en een neef. Y onderhoudt van zijn salaris vijftien verwanten. Het geld is bestemd voor echte benodigdheden, zoals schoolgeld, levensonderhoud en medische kosten. En hij komt nog wel uit een tamelijk ontwikkeld gezin. Vakanties vieren ze nooit aan zee of in een ander land. Wanneer ze vrij zijn, gaan ze naar familie. Bij Kenianen gaat dat precies zo.

Dan stappen we over op Aziaten. Volgens M ligt de oorzaak voor het gedragsverschil tussen Chinezen en Afrikanen in het klimaat. Veel mensen zijn van oudsher al ‘tevreden’ zodra ze voldoende eten voor een dagelijkse maaltijd van hun lapje grond kunnen halen. Wat bij een weelderige vegetatie door het gunstige klimaat vaak lukt. Zo werkt het ook bij diploma’s. Als iemand met minimale inspanning een examen kan halen, zal hij geen extra moeite doen. De hoofdzaak is om een papiertje te krijgen, niet om veel kennis te vergaren.

Die houding heb ik inderdaad bij volwassen collega’s gezien.  Maar een van hen komt op zaterdag speciaal naar kantoor om daar ongestoord te leren. Ze heeft namelijk twee kleine kinderen. Toch is haar situatie dubbel. Want haar vijftienjarige nichtje is van het platteland naar de hoofdstad gehaald om 24/7 als kindermeisje te fungeren.

Vervolgens komt het gesprek op mogelijkheden. M vertelt dat mensen door hun omgeving worden ontmoedigd. Ze durven geen risico’s te nemen of iets innovatiefs te proberen. Mede omdat familieleden zo afhankelijk zijn van hun verdiensten. Zo kunnen armere mensen moeilijk een startkapitaal bij elkaar sprokkelen.

Volgens M is dat een reden waarom je hier weinig industrie ziet. (Eerder sprak ik een Indiër met een heel andere visie.) Ik wijs hem op de enorme potentie van Afrika. Er woont een jonge bevolking en het is rijk aan grondstoffen, zoet water en vruchtbaar land. Als het eens beter bestuurd zou worden en als ze de bevolkingsaanwas eens zouden beperken. Met dat laatste is hij het opvallend eens. Het aantal geboorten per vrouw daalt intussen wel.

Daarna nodigde Y mij uit om mee te eten. Hij eet elke dag samen met W. Zijn appartement heeft dezelfde meubels en indeling als het mijne. Afgezien van een vloerkleed bij de kast, is het echter een kale bedoening. Zelfs lampenkappen voor de peertjes ontbreken. Dat is bij Kenianen met een vergelijkbaar inkomen wel anders. Die stouwen hun huis vol met pompeuze meubels, kleedjes en tierelantijntjes. En daar neemt de tv een ‘sfeer verhogende’ positie in.

Ik verkeer ondertussen wel in goed gezelschap en er staat mooie muziek op. Pus: het is heerlijk om door drie intelligente Afrikanen verwend te worden met traditionele gerechten. Dat eten had W’s vrouw trouwens klaargemaakt. Hij bracht het gisteren mee uit Ethiopië. Eigenlijk is het een diner vol heimwee. Want het valt hem zwaar om steeds maandenlang van zijn gezin weg te zijn. En hier in Nairobi is discriminatie voor Ethiopiërs een realiteit. Daarom willen ze alle drie uiteindelijk terugkeren naar hun land.

Al met al werd het een bijzondere dag met een zeer geslaagde avond.

4 gedachtes over “Maandag in Nairobi, 5 december 2005

  1. Van de aardbeving waren jullie zeker geschrokken? Niettemin gevolgd door een goed gesprek en een smakelijke maaltijd.
    Er ligt een wereld van verschil tussen West-Europa en Afrika. Ook bij de landen onderling, zie ik, dat is waarschijnlijk universeel.
    Zolang er door de regeringen niet vooruit wordt gekeken zullen deze mensen eventuele ambities nauwelijks waar kunnen maken. En de bevolking zelf? Overal herken je conservatieven die bang zijn voor vernieuwingen en het liefst (gemakzucht?) kiezen voor zgn ‘geluk van toen’, zie Turkije, VS, Polen enzovoorts. Dat zal in Afrika ook een rol spelen?

    1. Ja, die aardbeving was wel een enigszins griezelige ervaring. Vooral omdat wij hoog zaten. Je weet in Kenia nooit of er tijdens de bouw gesjoemeld is met deugdelijke materialen en we durfden de lift niet te gebruiken. Maar het leidde wel tot leuke gesprekken.
      Ook naar mijn idee zijn mensen overal hetzelfde en hebben ze in hoofdlijnen vergelijkbare wensen. Je hebt de conservatieven, die graag vasthouden aan gevestigde belangen, en degenen die vooruit willen. Wat buiten Europa sterk speelt, is de zeer scheve machtspositie van mannen en vrouwen. Als er weinig invloedrijke maatschappelijke organisaties zijn, hangt veel van de overheid af om vooruitgang mogelijk te maken. Algemeen geldt: een volk krijgt de leiders die het verdient. Het is maar net waar we met zijn allen voor kiezen.

  2. Zelf vind ik tevredenheid belangrijker dan geluk. We hebben het in Nederland stukken beter dan 100 jaar terug op allerlei gebied, maar of we gelukkiger of tevredener zijn is maar de vraag. Als mensen zich meer op tevredenheid hadden gefocussed dan waren ze dat wel geweest. Maar de nadruk is (mede door de reclamewereld die niet aan tevredenheid, maar wel aan geluk-zoekern verdient) op geluk gericht, waardoor we het nooit worden.

    De grote gezinnen hebben wij na de oorlog gehad, ik heb 3 tantes gehad met elk 10 kinderen. En dat waren nog niet eens katholieken. De RK overburen hadden 18 kinderen. Tja het land moest opgebouwd en er moesten meer Kartholieken of protestanten komen. Van oorspong waren kinderen de zekerheid voor je oude dag. Dat is in delen van de wereld nog zo. Pas als de sociale zekerheid toeneemt neemt het aantal kinderen per vrouw af. Dat zie je overal in de wereld gebeuren behalve in landen met de Islam. Zij vinden dat je met meer geld ook meer kinderen moet hebben. Nou is er in Saoudi-Arabië nog ruimte zat, maar om hun geboortegroei te stoppen moeten we stoppen met benzine en olie van hen te kopen.

    1. Een jaar geleden schreef ik over geboortebeperking in Grote afwezige bij de klimaattop. Het is niet waar dat het aantal kinderen per vrouw in de islamitische wereld onverminderd hoog blijft. Zie het overzicht van de Worldbank. Er is wel sprake van een daling, maar die is nog niet zo groot als in niet-islamitische culturen. Dat komt eenvoudigweg omdat vrouwen in Afrikaans-islamitische landen bijzonder weinig zeggenschap hebben over het aantal kinderen dat ze krijgen. (Naast de invloed van toegenomen welvaart.)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s