Wandelen op het Lochemse platteland

Vanuit hotel landgoed Ehzerwold in Almen wandelen we in een verstild, mistig landschap. Alles om ons heen is in nevelen gehuld. De temperatuur blijft rond het vriespunt hangen. Statige lanen, geflankeerd door kale beukenbomen, leiden ons naar mysterieuze witte gaten. Een dag eerder was ik eveneens in de buurt van Lochem, voor een wandeling op landgoed Ampsen. Toen werden de naakte stoppelvelden en bomenkathedraal door een stralende zon verwarmd. Het werden twee contrastrijke wandelingen.

In Ampsen spreek ik plattelandsvrouwen uit Twente en Salland. De gids is boerin en zij vertelt over de gevolgen van de losgelaten melkquota. Haar relaas gaat over enorme investeringen, talloze regels en krappe marges per liter. Ze is zoet met puberende zonen (bier in de Achterhoek, drugs in Brabant) en met het voeren van kalveren. Boeren zitten klem tussen de Rabobanken, de belangen van KI-stations en de macht van grote afnemers. Ze legt uit waarom ze uitsluitend melkvee houdt. Met geiten en kippen erbij, heb je kans op vogelgriep en Q-koorts. Dan mag er geen kalf meer van het erf en blijft de tankwagen van FrieslandCampina weg. Via recreatieve activiteiten probeert ze de bedrijfswinst aan te vullen. Want alles kost geld en elke cent telt. Geen wonder dat zo weinig agrariërs nu een opvolger vinden. Met tachtig koeien en wat jongvee is haar bedrijf nog bescheiden. Maar de grens van grootschaligheid is in die sector allang bereikt.

Tijdens de lunchpauze praat de hele groep over lekker eten. Het blijkt dat we allemaal van stevige kost met spekjes houden. Spekjes zijn in deze contreien bijzonder geliefd. Ik ben al bijna een echte Gelderlander.

In Almen wandel ik met een vriendin uit Leiden en een groepje andere Randstedelingen. Nu gaat het gesprek over reorganisaties en de onderwijssector. Degene die met mij een praatje aanknoopt, wil aan het woord blijven. Ze vertelt over haar vakantie in Macedonië, waar ik ook ben geweest. ‘De mensen daar zijn zo arm dat ze geen bril kunnen betalen.’, beweert ze. Toch ziet ze een voordeel. Want volgens haar is Ohrid helemaal niet toeristisch. Vergeleken met haar woonplaats Amsterdam.

Ik kondig aan dat ik een poosje achteraan ga wandelen, in stilte.
De akkers, de rietkraag en de Berkel doen er instemmend het zwijgen toe.

Naderhand vraag ik mij af of die Twentse boerin wel een bril kan betalen.

Bron foto: Hotel Landgoed Ehzerwold.

4 gedachtes over “Wandelen op het Lochemse platteland

  1. Ken dit landschap, heb er veel gewandeld en wandel er nog steeds als inwoner van de gemeente Lochem.
    Ben je ook bij het ophaalbruggetje over de Berkel geweest?

    1. Het ophaalbruggetje staat mij niet scherp voor de geest (dat krijg je met al die gesprekken), maar o.a. het Kienveen vond ik bijzonder. We liepen ook langs de plek waar er een vispassage is gemaakt en ergens waar de loop van de rivier bij een botenhuis blijkbaar is verlegd. Dit was de ‘mooiste route‘ die wij hebben gewandeld op de tweede dag. Lochem vind ik ook leuk. Ik heb er na afloop van de eerste dag koffie gedronken en de winkelstraat in het oude centrum bezocht.

      1. Zoals je het beschrijft ben je het ophaal bruggetje bij landgoed Velhorst overgegaan.
        Ja Kienveen is prachtig groeien in voorjaar en zomer veel zeldzame planten zoals het melkviooltje, moeraswolfsklauw, gevlekte rietorchis en gentiaan. Mooi gebied.

      2. Een volgende keer zal ik beter opletten. Heeft het bruggetje voor jou iets bijzonders?
        Het Kienveen is vast de moeite waard om in die andere jaargetijden opnieuw te bezoeken. De informatieborden wezen ook op de speciale flora daar.

Reacties zijn gesloten.