Gaststätte Pries

Afgelopen zondag wandelde ik met een groepje aan de oostelijke rand van de Achterhoek. Rond de oude steengroeve van Winterswijk bevindt zich misschien wel Neêrlands mooiste landschap. Direct over de grens met Duitsland ligt een zweefvliegveld en daar staat een gaststätte. Gaststätte Pries vind je niet op internet, zelfs niet op Google Maps. Het is zo’n zaak die behoort tot een bijna uitgestorven soort. De uitbaatster is 86 en haar man is van eenzelfde leeftijd.

Welig bloeiende geraniums omzomen de veranda. Zodra je binnen treedt, waan je je in een andere tijd. Links is een gelagkamer met veel houten tafels en stoelen, vermoedelijk uit de jaren vijftig. Rechts bij de bar zie je een houten bank in hoefvorm. Ofwel: zo’n knusse hangplek voor rondbuikige Duitsers met bierpullen. Aan de muur geen zorgvuldig bijeengebracht retrospul of wilde-zwijnenkop voor ‘een authentieke beleving’. Nee, hier hangt het echte werk.

Een menukaart ontbreekt; je eet er wat de pot schaft. Ik nam rindfleissuppe. Die komt rechtstreeks uit grootmoeders kookboek. De zoon des huizes bracht heldere bouillon met stukken vlees, omelet en piepkleine deegbolletjes. Geserveerd met een half sneetje casino witbrood. Vergeet dus even de verantwoorde deegwaren van zes verschillende graansoorten.

Anderen kozen zelfgebakken appel- en pruimentaart. Die kwamen in flinke brokken. En de koffie was slap. Zo hoorde dat vroeger in Duitsland, tot barista’s allerlei koffies (het woord alleen al) introduceerden. Bestel je een radler, dan mixt de echtgenoot gewoon zelf bier met limonade. Je moet trouwens wel geduld hebben.

Een tip voor de mannen: het herentoilet bestaat uit een langwerpige pisbak. Ik heb er geen verstand van, maar dat schijnt heel nostalgisch te zijn.

Voor mij symboliseert die ontbrekende menukaart iets wat in Europa bijna niet meer bestaat: het avontuurlijke van reizen zodra je de grens over gaat. Wil je kunnen vertellen dat je er geweest bent, wacht dan niet te lang.