Noblesse oblige

‘Noblesse oblige’ betekent dat er bijkomende verantwoordelijkheden aan rijkdom, macht en prestige zijn gekoppeld. Daarbij gaat het om ongeschreven normen en waarden. Denk aan de adel, beroemdheden of mensen op hoge posities die invloedrijk zijn. Zij moeten goede voorbeelden van gedrag geven en bepaalde fatsoensnormen in acht nemen. Dat zijn ze zogezegd aan hun stand verplicht. Dit lijkt een archaïsch ideaal, maar het mag van mij best een prominentere rol krijgen. Laat ik een slecht en een goed voorbeeld geven.

Bij de belastingdienst loopt momenteel een vertrekregeling finaal uit de hand. Minister Wiebes (VVD) beaamt bijna fluisterend dat hij een foutje heeft gemaakt. Ofwel, dat hij willens en wetens een belangrijke commissie buiten spel heeft gezet. Consequenties voor hemzelf? Uh. (Waarom niemand besluit om de regeling aan te passen nu het nog kan, is mij trouwens werkelijk een raadsel.)

img_4059Het bericht over de muntjes van Minerva stuur ik door aan iemand van wie ik nog weinig over haar achtergrond weet. Maar we hebben onderling een goede verstandhouding. Ze is behoorlijk belezen, scherpzinnig en consciëntieus. Dat waardeer ik beslist. Wel draagt ze een dubbele achternaam, dus is mijn actie een tikkeltje riskant. Want leden van haar familie zouden zomaar lid kunnen zijn van het studentencorps Minerva.

Even verschijnt er geen e-mail van haar. Maar ik weet dat ze vaak een tekst laat bezinken voordat zij reageert. En dan komt het. Want ja hoor, haar moeder was lid en haar broer is jurist. ‘Mijn moeder was lang geleden lid van de VVSL. Liever zou ze door een berg kokende muntjes bedolven willen worden dan dat ze ooit zich zo gemeen en ‘superieur’ zou gedragen als de gedrochten uit jouw brief.’ Ze vertelt ook hoe de corpsvriendinnen van haar moeder nog jaarlijks van zich laten horen ter nagedachtenis aan diezelfde lang overleden moeder. En ze schrijft over het studentenleven van haar broer, met veel humor maar ook met haar persoonlijke bedenkingen.

Vervolgens ontspint zich een prachtige correspondentie. Zij neemt het op voor mensen behorende tot ‘de elite’, maar is tegelijk eerlijk en realistisch. Ik vertel over hoe mijn familie en armere Leidenaren daar vroeger tegenaan keken. En ik beschrijf hoe ik nu relativeer.

Een stukje uit mijn bericht van 4 oktober: ‘Wat mij werkelijk fascineert, is het effect van het verhaal. Ik heb het gisteren nog bij mijn ouders nagetrokken en gevraagd of mijn moeder het strooien van hete muntjes zelf had gezien. Zij bleek het van haar moeder gehoord te hebben, die het als jonge vrouw (rond 1920?) had meegemaakt. In die tijd, en zelfs nog in mijn jeugd, was de tegenstelling tussen de wereld van de studenten en de gewone mensen (veelal fabriekswerkers en kleine middenstanders) met name in Leiden zeer scherp. Ik heb het verhaal eveneens op internet terug gevonden als citaat van een bekende Leidenaar, wiens familie ook al eeuwen in de stad woont. Mijn moeder kende zijn grootvader, die net als haar vader een middenstander was.

Zelfs als het verhaal niet helemaal klopt, maakt dat nu niet meer uit. Het geeft aan dat het van twee generaties terug kan worden overgedragen en dat het de gedachten van de derde generatie tot op de dag van vandaag beïnvloedt. Kortom, dat het zelfs 100 jaar later nog voor reputatieschade zorgt. Het zou mij niet verbazen als meerdere felle reacties op het gedrag van de Groningse studentenvereniging hun oorsprong vinden in dergelijke vroegere voorvallen.’

Waarna zij op 5 oktober antwoordt: ‘Naar mijn idee zit er een parallel in met het artikel vandaag in de VK over de nieuwe Raspoetin in Engeland [Nick Timothy, topadviseur van de Britse premier Theresa May, de Volkskrant 5 oktober 2016]. Deze man is zo bezeten van afkeer (jaloezie?) jegens Cameroons en anderen met een ‘betere’ afkomst dan hij, dat hij ze allemaal weg wil hebben. Dit doet me denken aan een zekere partij die alles wil vernietigen wat in de verste verte maar een ‘speeltje van de elite’ is …’

Mijn reactie daarop: ‘Die parallel zag ik ook direct bij het lezen van het artikel over de nieuwe Raspoetin en de Cameroons! Sommigen slaan een beetje door en daar wordt niemand beter van. Ik citeer socioloog Peter Achterberg uit een artikel in het Leidsch Dagblad van 3 oktober 2016 over dat andere heikele onderwerp: Zwarte Piet. Het gaat over de huidige tegenstelling in opvattingen tussen laagopgeleid en hoogopgeleid: ‘Vroeger waren dit soort meningsverschillen er ook wel, maar in de tijd van de verzuiling zag je dat de aanvoerders van de verschillende zuilen onderling goed samenwerkten waardoor de rust bewaard bleef.’

Ik hou wel van rust, misschien moeten we terug naar de verzuiling?’

Twee werelden komen samen in de kinderen van mensen die de scherpe tegenstelling tussen beide groepen vroeger hebben meegemaakt.

Bron foto: Guus Dubbelman, de Volkskrant.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s