Ravage

We wandelen in een klein groepje over fraaie bospaden van en naar station Wolfheze via het Bilderberghotel, Heveadorp, kasteel Doorwerth en de Wodanseiken. We, dat zijn vandaag een mevrouw op leeftijd, twee bekenden, ik en de kaartlezeres. Die oudere mevrouw heb ik niet eerder ontmoet. Ze komt uit Amsterdam en heeft een licht getinte huid. Qua uiterlijk en uitspraak kan ik haar niet direct plaatsen.

We gaan op pad. Bij de eerste stop valt mij iets aan haar gedrag op dat zeer vertrouwd voelt. Ze zorgt ervoor dat iedereen prettig zit en biedt ons allemaal wat van haar meegebrachte eten aan. Tijdens het wandelen is ze stil. Maar zodra we zitten, praat ze aan één stuk door. En ergens in haar verhaal dropt ze een zinnetje over haar afkomst. Ze is opgegroeid op Curaçao en haar ouders komen uit Libanon. Aha. Libanon. Gelijk zie ik allerlei beelden van het dagelijkse leven daar voor me. En ik weet het onmiddellijk zeker: in haar schuilt een heel verhaal.

Normaal zou ik terloops een praatje daarover aanknopen. Haar spraakwaterval heeft echter iets weg van een opgeworpen wal. De route is al voor het grootste deel gelopen, wanneer we met zijn vijven op een bankje neerstrijken, met uitzicht op de Wodanseiken. Zij neemt weer het woord. Of liever, ze neemt ons gesprek totaal over en wij krijgen de rol van toehoorder. Wil ik nog wat over haar te weten komen, dan moet ik niet lang meer wachten. Als ze even naar adem hapt, wring ik mij ertussen. ‘Ben je zelf weleens in Libanon geweest?’, vraag ik. ‘Nee’, zegt zij, opvallend kortaf. Het is even stil. ‘Vind je het moeilijk om daar naartoe te gaan?’, probeer ik nog.

Ze gaat plots weer staan. ‘Ja, gaan we nou op de filosofische toer? Kom zeg, daar begin ik niet aan.’ ‘Oké’, zeg ik. Daarna kijken we eindelijk allemaal zwijgend in een soort gespannen rust om ons heen. Voor ons ligt de droge spreng geflankeerd door grillige eiken. Sommigen zijn wel 400 tot 500 jaar oud. ‘Eigenlijk is dit wel een filosofisch plekje.’, zegt onze kaartlezeres. ‘Wie weet wie hier allemaal hebben gelopen.’ Laat dat maar aan mijn fantasie over. ‘Nou,’ zeg ik, ‘misschien wel het Spaanse leger (tachtigjarige oorlog), of Napoleon en vast ook Maarten van Rossum (de veldheer uit de 16de eeuw).’

‘Ik zag hem pas nog.’ zegt die mevrouw meteen. Wat moeten we hier nu mee? We wachten allemaal zwijgend af. Waarna zij direct weer de gespreksruimte voor zichzelf claimt. ‘Hij was laatst in Carré waar hij aan cabaret deed en ik heb hem toen ook gelijk gesproken en ik vind hem enig, sommige anderen niet hoor, maar ik mag hem wel, hij kan zo lekker door blijven kletsen en je moet tegenwoordig zo opletten, het is helemaal geen probleem hoor, die drukte in Amsterdam en met al die toeristen heb ik ook geen moeite, maar je moet wel erg uitkijken, want wat er toch allemaal aan de deur komt bij ons, nou ik doe niet zomaar open, want elke keer heb je van die rare figuren en ik kijk altijd naar SBS9 je weet wel dat programma CIA investigations daar heb ik wel honderd afleveringen van gezien nou wat je daar allemaal  ziet dan gebeurt er wat in die parken in Amerika of hoe heet dat daar van die reservaten en pas geleden was ik bij mijn schoonheidsspecialiste en tegen haar zei ik dat ze pas dus nog lieten zien dat er een vrouw met een paar kinderen in een motelkamer zat en toen werd er aangebeld en toen stond er zo’n monteur voor de deur die zei dat hij door de receptie was gestuurd en hij moest daar iets aan de waterleiding doen of zo en nou dat werd toch een ravage, ja ravage, je weet wel met verkrachting en moord en ze waren allemaal dood nou ik let wel op hoor wanneer ik op de kinderen van Barbara pas, daar komen ook steeds allerlei figuren het stond pas nog in de Telegraaf nou ja het is ook in hartje Amsterdam op de Prinsengracht en dan pas ik op de kinderen en laatst stond er een man en die zei dat hij zo’n aandrang had maar ik liet hem mooi niet binnen en toen zeiden die mensen, zij is namelijk neuroloog, dat het best wel kan kloppen dat hij zo nodig moest, maar ja ik laat hem echt niet binnen ik zat daar met die drie kinderen en er was ook een man bij mij ik woon vlak bij de Munttoren en die stond heel energiek te doen en hij wilde iets verkopen in zo’n klein zakje en ik zei wat wil je dan verkopen ja zei hij dan moet ik eerst even binnenkomen maar dat wou ik niet dus zei ik nogmaals wat wil je dan verkopen nou hij kwam echt niet voorbij de deur en normaal lees ik trouwens het Parool o ja die man met die aandrang zag ik kort daarna gewoon op de fiets terwijl hij zei dat hij van ver buiten de stad kwam helemaal uit Amstelveen of zo, maar dan kom je toch niet op de fiets ik vertrouwde het niet en voor dat je het weet gaat het mis en pasgeleden zat ik daar binnen en toen kwam er ineens een vrouw door de deur met een reservesleutel daar hadden ze mij niets over verteld, ja het zijn advocaten weet je die mensen hebben het ontzettend druk en dan zijn ze daar mee bezig maar ze zouden een briefje voor mij moeten achterlaten zodat ik het weet en het was trouwens zo’n Braziliaanse die een paar uurtjes kwam schoonmaken daar, normaal is het een andere vrouw en die komt altijd op donderdag nou ik kijk wel uit om mensen binnen te laten voordat je het weet wordt het zo’n ravage, je weet wel. Oh we gaan weer, trouwens die vrouw kon kletsen zeg, sommige mensen gaan maar door nou even mijn spullen pakken dan kunnen we weer.’

‘Ja,’ zeg ik ‘sommige mensen blijven maar praten’ en zonder elkaar aan te durven kijken lopen we allemaal in veelbetekenende stilte weer zwijgend verder.

10 gedachtes over “Ravage

  1. heerlijk verhaal, maarre: ik loop liever in mijn eentje. Dan lees ik zelf kaart en vertel mezelf verhalen. Niet zo lang geleden zat ik ook op dat bankje: links de ene spreng, voor je nog een spreng en de wodanseiken. Dat bankje?

    1. Dat zal hem zijn, het bankje zag er nog nieuw uit. En ik kan mij voorstellen dat je liever in je eentje loopt. Wel zo rustig en dan ervaar je de omgeving veel bewuster. Maar ik ben niet zo’n held als het om boswandelingen gaat. Jij wel. 😉

      1. tja, gewoon genieten. Ik heb een mobieltje bij me voor als ik mijn enkel verzwik. En ik ga ervan uit dat een enge man niet juist een stil bos opzoekt en achter een boom gaat zitten wachten op die ene vrouw per week die in dr eentje langskomt. Een stad ’s avonds vind ik enger. Ik laat me niet bang maken. En verdwalen kan niet in Nederland

      2. Nou ja, je hebt gewoon gelijk. Bij wandelingen in de duinen kwam ik tot nu toe vaker twijfelachtige figuren tegen dan ooit in een bos. En voor verdwalen moet je hier wel heel erg je best doen.

  2. Ingrid van Bouwdijk

    Wel weer bijzonder en ook een opluchting dat ze tijdens het wandelen niet doorratelde. Ze heeft in ieder geval wel voor voer voor een verhaal gezorgd waar ik erg om heb gelachen.

Reageren mag

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.