Open Monumentendag 2016 in Arnhem

De jaarlijkse Open Monumentendagen zijn bij mij favoriet. Dus op naar Arnhem. Je verwacht dan een dag vol geschiedenis en architectuur. Dit keer krijgt iets anders de bovenhand.

Ergens zie ik de deur van de Waalse kerk openstaan. Er komen net twee mensen naar buiten die het gebouw gaan sluiten. Wanneer ik vraag of de kerk aan de Open Monumentendagen meedoet, zegt een van hen: ‘Nee, want er doen al een paar grotere kerken mee.’ Maar ze keren op hun schreden terug om het gebouw te tonen. Voor mij als nakomeling van Hugenoten voelt elke Waalse kerk vertrouwd aan.

Bescheidenheid kenmerkt beheerders en eigenaren van historische panden in Arnhem. September 1944 was in hun beleving gisteren. Het trauma van de bombardementen is nooit ver weg. Tijdens de Open Monumentendagen wordt het gemis van honderden monumentale panden even extra scherp en tastbaar. Snel gebouwde jaren vijftig blokken kwamen daarvoor in de plaats.

Wat later betreed ik het stadhuis uit de jaren zestig. Recht, licht, hoekig, modern en transparant. Een zeer ruime hal en witmarmeren trap zijn van Oostblok-achtige omvang. Maar toegepaste kunst en een hartelijke ontvangst maken het gebouw aangenamer dan gedacht.

Wachten op een gidsend raadslid, raak ik in gesprek met een vrouw. Ze gaf tot vorig jaar rondleidingen bij culturele uitstapjes, vertelt zij. Voor een vrouwennetwerk in het ambassadewereldje van Moskou. Daarvoor deed ze grondig voorwerk. Ze komt ze uit Rusland, wat goed te horen is aan haar uitspraak.

Dan start het raadslid met de rondleiding. Na een vraag uit het publiek geeft hij aan iets niet te weten. Nederlanders zijn liever eerlijk dan dat ze de schijn ophouden. De Russische sist mij direct toe: ‘slecht voorbereid’ en kijkt er veelbetekenend bij. De lat ligt wat hoger in haar vaderland. Ik moet denken aan meedogenloze balletjuffrouwen. Enigszins geringschattend hoort ze de vrijwillige gids aan. Die doet toch zijn best. Bij de bombardementen in Arnhem gingen ook talloze archiefstukken verloren. Veel zaken zijn gewoon niet meer na te gaan.

Toch wacht haar een verrassing. Eenmaal in de raadzaal, vertelt de gids over de gang van zaken tijdens de vergadering. Daarbij geldt volledige transparantie. Inwoners kunnen op de tribune meeluisteren of dankzij video-opnamen alles nakijken. Bovendien kunnen zij en andere belanghebbenden vijf minuten spreektijd krijgen in de gemeenteraad. Dat interesseert haar als Russin bovenmatig.

Eindelijk komen we bij het eeuwenoude Duivelshuis, dat ook zwaar geschonden raakte in de oorlog. Vervolgens viel het bijna ten prooi aan een stadsvernieuwende malloot. Nu is het oorspronkelijke gebouw met gedoneerde antieke bouwelementen min of meer gereconstrueerd. Ook de oud uitziende glas-in-loodraampjes zijn van recente datum. De gids vertelt het ietwat verontschuldigend. Maar het resultaat mag er zijn.

Open Monumentendagen in Arnhem en Leiden, waar ik tot vorig jaar woonde, zijn onvergelijkbaar. Leiden was in de zeventiende eeuw vijf keer zo groot als Arnhem en heeft na Amsterdam de grootste historische binnenstad van Nederland. Er worden daar zo veel panden opengesteld, dat je zeker twee dagen nodig hebt. Elk jaar verschijnt er een boekwerkje met beschrijvingen en routes, waarbij omringende gemeenten zijn inbegrepen. In Arnhem past dergelijke informatie op een A3-formaat blaadje.

feestaardvarkenWaarom toch zo bescheiden? De Burgemeesterswijk staat tjokvol schitterende panden. Sint Marten en Klarendal hebben geschiedkundige waarde. De binnenstad bevat nog heel wat historische gebouwen en een sfeervol stuk oude rivierkade. Een woonwijk als Geitenkamp is eveneens interessant qua architectuur en stadsplanning. Bovendien zijn er onlangs archeologische vondsten gedaan.
Misschien vinden oudere Arnhemmers dat hun stad zijn schoonheid kwijt is. Of hebben ze te vaak moeten aanhoren dat Arnhem ‘het’ niet heeft. Ik zal het gaan navragen.

De gebouwen uit de jaren vijftig zijn een soort littekenweefsel. Het verbaasde de Russin dat er niet was herbouwd in samenhang met de omliggende panden. En inderdaad, dat was een gemiste kans. Maar de laatste jaren verschijnen er steeds fraaiere gebouwen. Bovendien heeft Arnhem als unieke attractie het feestaardvarken. Daaraan zie je dat oud en nieuw wel degelijk smaakvol naast elkaar kunnen bestaan. Arnhemmers beseffen misschien onvoldoende hoeveel meer er is dan het Duivelshuis en twee grote kerken.