Verzwegen Indonesisch verleden

dekolonisatieIn de Volkskrant staat een artikel over onze dekolonisatie in Indonesië met een foto erbij. Wanneer ik de foto bekijk, bekruipt mij een unheimisch gevoel. Want die jonge Nederlanders in dat soldatentenue. Die op de grond zittende Indonesiërs onder schot houden. Daar staat mijn oom toch hopelijk niet bij? Jongensgezichten hebben ze, op de grens van  volwassenheid. Sommigen lachend, of vol bravoure hun geweer op een gevangene richtend. Anderen een beetje verlegen kijkend.

Al jaren doe ik onderzoek naar mijn voorouders. Ik vroeg aan nog levende verwanten wat zij zich herinnerden. Speurde in talloze registers en akten naar sporen van ons familie-verleden. Wilde alles weten over het leven en de persoonlijkheden van gestorven mensen, kort of lang geleden. Ach, schandalen genoeg. Die houden mij niet meer tegen. Toch heb ik één vraag steeds vermeden.

‘Velen hebben in wrok gezwegen over wat ze in Indonesië hebben gedaan en meegemaakt. Dat lijkt wel wat op de Indische ervaring, waarover Adriaan van Dis ooit zei: ze hebben gezwegen met een uitroepteken – niemand wil weten hoe het er daar aan toeging, nou, láát dan ook maar.’ Uit Het algehele onbegrip voor dekolonisatie van Sander van Walsum. Ook de Republiek Indonesië zweeg wijselijk (wijselijk?) over bepaalde zaken uit dat verleden.

Mijn oom is een humoristische, gemoedelijke man. Ik heb een foto van hem uit zijn diensttijd. In zo’n zelfde soldatenkloffie als de jongens op de foto, met zandzakken voor hem en palmbomen op de achtergrond. Nu is hij negentig.

Zal of moet ik die ene vraag nog stellen?

6 gedachtes over “Verzwegen Indonesisch verleden

  1. zusje

    Deze foto doet pijn. De jonge soldaten doen wat ze wordt opgedragen. Doden in naam van God en vaderland. In de overtuiging dat ze het recht aan hun zijde hebben. Uiteindelijk zijn het allemaal slachtoffers.

    1. Dat geloof ik ook. Over iets dergelijks sprak Hedy d’Ancona in Zomergasten afgelopen zondag. Zij vestigde aandacht op het effect van gebeurtenissen in de periode waarin haar (deels Joodse) ouders leefden. Dat loopt als een rode draad door haar leven. Het persoonlijke wordt politiek en omgekeerd.

  2. Kees

    Over het algemene wil ik het niet hebben, maar wel over de specifieke vraag m.b.t. die oom. Is het voor hem belangrijk? Is het voor jou belangrijk (anders dan de nieuwsgierigheid of de “volledigheid”? Ga ik anders over hem denken? Nee. Had hij het kunnen doen? Ja, zoals je zelf al zegt, de opdracht tot, of de “sfeer” waarin het kan gebeuren.
    Als je voor jezelf eerlijk weet waarom jij hem de vraag zou willen stellen, dan kun je het doen. Het is wellicht verstandig om te checken bij zijn nageslacht of hij dat aankan.

    1. Terechte opmerkingen. De vraag was half en half retorisch bedoeld. Ja, ik zou het willen vragen, omdat het bij ‘het project familiegeschiedenis’ past. Daarbij tracht ik onder meer iets van door verwanten gemaakte keuzes te begrijpen in relatie tot de basis van mijn eigen redeneringen. Maar ook nee, wanneer er een risico is dat het hem van slag brengt. Dat is het mij niet waard. Voor zover bekend, heeft hij er niet of nauwelijks met zijn kinderen over gesproken. Ik kan gissen naar het waarom, maar denk dat hij (zoals algemeen voorkwam, zie citaat Van Dis) vroeger op onbegrip kan zijn gestuit. Toen ik in 2010 op een verjaardag aan hem vertelde dat ik in Indonesië was geweest, deed het hem plezier om aan bepaalde plaatsen terug te denken. Het was een vrij luchtig gesprek. Als hij er zelf over wil praten, zal hij vermoedelijk/hopelijk daarvoor zijn broer benaderen. Ik vraag er in elk geval niet naar.

  3. Een dik jaar geleden was 1 van de uitzendingen over de Ijzeren Eeuw gewijd aan een generaal in Nederlands Indië. Dat kwam bij mij ook enorm aangrijpend over. Op onze stamboom staat alleen een familie die met de vader die daar rond 1920 ingenieur was een er jaar of 20 verbleef. Latere meevechters zaten er niet bij. In de verre kennissenkring zijn wel (groot-)vaders die naar Indonesië werden gestuurd en daar aan de kansloze toestanden hebben mee moeten vechten. Vaak laag opgeleid van het platteland en maar een jaar of 20 oud. Uit radeloosheid de meest stomme en gruwelijke dingen gedaan, die overschaduwd werden door wat de Japanners er deden. En Japan was immers de grote WO-II-vijand. Bij die Japaners ging het waarschijnlijk net zo zeer om zeer jong en slecht geïnformeerd voetvolk dat er ook niets te zoeken had. Het conflict is wat mij betreft nog steeds niet opgelost. Indonesië zou moeten stoppen met de bezetting en grondstoffenplundering van West-Papua.

    Zelf zou ik contact opnemen met een zoon of dochter van hem die het meeste contact heeft met zijn/haar vader. Gewoon om wat neutrale info te krijgen over de periode en het gebied waar hij gestioneerd was en hoe oud hij toen geweest moet zijn. Je merkt dan vanzelf wel of ze meer willen of kunnen vertellen. De kans is groot dat hij ook voor hen erg veel verzwegen heeft en zelfs dat hij het voor zichzelf heeft verdrongen.

    1. ‘Vaak laag opgeleid van het platteland en maar een jaar of 20 oud.’ Daarmee schets je zijn situatie redelijk accuraat, terwijl hij geconfronteerd werd met de omstandigheden van die tijd. Misschien dat ik bij zijn oudste zoon nog navraag doe, maar niet meer bij hemzelf.

Reacties zijn gesloten.