Rule, Britannia! en de Brexit

Het Britse referendum over wel of niet uit de EU treden houdt de halve wereld bezig. De financiële markten schijnen een voorspellende waarde te hebben over de gevolgen van de uitkomst. Een eventuele Brexit laat onze welvaart niet ongemoeid, zo wordt ons onheilspellend en stellig verklaard. Ook in Groot-Brittannië zelf zwaaien de tegenstanders met het zwaard van Damocles. De Britse keuze gaat mij aan het hart. Gevoelsmatig heb ik met het moederland van The Commonwealth een sterke band. Daarom wil ik via een persoonlijke omzwerving mijn mening geven over een mogelijke Brexit.

In 1981 zette ik tijdens een schoolreisje voor het eerst voet aan wal in Groot-Brittannië. Een bijzondere ervaring, want nooit eerder verliet ik het Europese vasteland. We reisden vanuit Le Havre per veerboot, wat het eilandgevoel versterkte. In Londen bezochten we alle bekende attracties. Big Ben natuurlijk, de Tower, Hyde Park en Harrods, dat toen nog in Britse handen was. Uit die stad kwam veel wat mijn jonge leventje had beïnvloed. Muziek bijvoorbeeld, maar ook mode en BBC-programma’s. Alles was even indrukwekkend. Nou ja, behalve het eten dan. Het was de tijd van moddervette sausages en fish ’n chips op een krant. Op de boot terug ontmoetten we een groep Engelse voetbalsupporters. Kortom, dat schoolreisje was een belevenis.

Later kwam ik tijdens strandvakanties in Zuid-Europa vaker Engelsen tegen. Ze brachten overal hun gewoontes mee. Daarna ging ik naar de Verenigde Staten en in 1985 bezocht ik Ierland. In beide landen kun je niet om de historische banden met Groot-Brittannië heen. Hoe getroebleerd die relaties in bepaalde periodes ook waren, elementen van de Britse cultuur sluipen overal in. Amerikanen zijn maar wat trots als ze nu over hun Britse voorouders praten. En in Ierland ontmoette ik ook weer zulke Amerikanen, op zoek naar hun Ierse/Engelse roots. Mij werd duidelijk hoe belangrijk het oude moederland nog altijd voor hen is.

Intussen las ik boeken uit de Engelstalige literatuur van schrijvers uit het hele Britse gemenebest. En op tv had je zo’n heerlijk absurdistische serie: Not The Nine O’Clock News. Geweldige humor. Daardoor raakte ik ook steeds meer bekend met de Britse cultuur.

De band met Groot-Brittannië werd nog steviger in Australië. Tijdens mijn eerste vakantie daar, in 1986, zag ik dingen die in Engeland soms al waren verdwenen. Volwassen mannen droegen korte broeken en kniekousen als onderdeel van hun buschauffeursuniform. Er waren no uniform days voor mensen op een reisbureau. Die dan toevallig toch allemaal dezelfde spijkerbroek met T-shirt droegen. Je moest keurig een rij vormen, precies op de plaats waar bordjes aangaven dat die rij moest staan. En er was natuurlijk white tea met een sloot warme melk en (in die tijd) afgrijselijk slappe slobberkoffie. Heel Engels allemaal.

Meer nog dan de uiterlijke kenmerken, waren daar de soft spots voor good old England in de harten van mensen. Dan heb ik het niet over nakomelingen van bannelingen, maar over degenen die later naar Australië kwamen. Zoals ze vasthielden aan oude kersttradities met dennenboom en Christmas pudding, midden in de tropen. En hoe graag ze familie wilden laten overkomen rond de feestdagen. Dat zag je ook terug in vrouwenbladen en films op lokale tv-stations.

Het hoogtepunt kwam in 1988 in Australië, tijdens het Bicentennial Year. (Nota bene een feestjaar ter herdenking van de aankomst van de eerste vloot met uiterst omstreden lading. Elf schepen brachten namelijk groepen veroordeelden naar Australië, toen tweehonderd jaar geleden.) Ik werkte in Perth, West-Australië, en wie kwam daar op bezoek? The Queen! Nou, ik heb her majesty Elisabeth in het echt gezien. Op nog geen twee meter afstand wandelde ze kalm wuivend en glimlachend voorbij. Sindsdien beschouw ik het Engelse vorstenhuis ook een beetje als mijn vorstenhuis.

Queen 001Er gebeurde die dag nog iets opmerkelijks. Uren had ik in de brandende zon langs de weg gewacht, in een rijen dikke massa. Overal stonden Engelse Australiërs die absolutely thrilled waren over de komst van hun koningin. Zij waren forser dan ik en blokkeerden deels mijn zicht. Toen koningin Elisabeth eindelijk langsliep, draaide een mevrouw voor mij zich om en bood aan om een foto van de koningin te maken. Ik meen het. Op het voor haar belangrijkste moment onderbrak zij haar gejuich en dacht ook aan mij. Engelsen worden van jongs af aan gedrild om zich beleefd en sociaal te gedragen. En daar is niets mis mee. I just love them.

Sinds Australië voelt elk land met restanten van de Britse koloniale geschiedenis vertrouwd. In Singapore roept het Raffles hotel nog herinneringen op aan tijden waarin je daar slechts na een lange zeereis aankwam. Toen mensen trouwden met de handschoen. Het is in Victoriaanse stijl gebouwd en er waart een oude legende over een tijger rond. Britten zijn er dol op. Op de Cookeilanden trof ik in winkels levensmiddelen aan die daar via oude handelsrelaties met Nieuw-Zeeland kwamen. Zelfs de viering van 25 jaar onafhankelijkheid van Groot-Brittannië in 1995 in Suva (Fiji) was op Britse leest geschoeid. Namelijk met veel ceremoniële uniformen en aplomb op een strak gemaaid gazon. By the way, wereldwijd zijn er nog munten met koningin Elizabeth in omloop. Op Gibraltar werd ik met het beroemde queuing-fenomeen geconfronteerd. En Uganda voelde direct vertrouwd, toen ik daar chai masala kreeg. In Kenia schemert de Britse geschiedenis door via de aanwezige Indiërs. Zij werden er ooit naartoe gebracht om op de plantages te werken. En overal herken ik een universele, koloniale bouwstijl in landhuizen met erkers en veranda.

Een flink deel van de Britten is trots op hun buccaneers spirit, zoals een flink deel van de Hollanders de VOC-mentaliteit kritiekloos ophemelt. Zo is er wel meer wat wij met de Britten gemeen hebben. Inherent aan hun eilandmentaliteit, hechten zij sterk aan hun onafhankelijkheid. Qua zakendoen zijn het nuchtere mensen. Onze normen en waarden zijn redelijk vergelijkbaar.

Maar de klassenmaatschappij is daar nooit helemaal verdwenen. In feite leeft die juist weer op, net zoals bij ons. Kijk maar naar Amsterdam en Londen, waar een gewone bankmedewerker geen huis meer kan betalen. Of kijk naar de belastingvoordelen voor rijken, via belastingregels voor bedrijven. Daar willen wij evenmin voor onderdoen. Het zou onze economie eens kunnen schaden …

En wat te denken van de bouwwoede van projectontwikkelaars ten koste van fraaie landschappen. Zij figureren vaak in Engelse detectiveseries als opwekkers van volkswoede. Maar hier kunnen ze er ook wat van. Met als gevolg blokkendozen op grote bedrijven-terreinen, luxe villa’s in bosflanken en huizen in de duinen. Er is kennelijk niemand die ze tegenhoudt, want ze brengen werkgelegenheid. Yeah, right.

Als je doorschiet, raak je wel de hoogopgeleide bevolking kwijt. Die blijft niet wonen in een volgebouwde regio als er fraaiere alternatieven zijn met natuurschoon. Zoals Rotterdam en Den Haag/Ypenburg versus Utrecht en de nabijgelegen Heuvelrug. (Adriaan Geuze, hoogleraar landschapsarchitectuur, Wageningen UR.) Overkoepelend ruimtelijk beleid ontbreekt of wordt moedwillig omzeild.

Wat er regionaal gebeurt, zie je in het groot terug in de EU. Want economie is gewoon de overheersende factor. Daaraan is alles en iedereen ondergeschikt, zo is onderhand mijn indruk. De mensen, de natuur, de cultuur, de veiligheid, de verworvenheden, de sociale structuur. Maar om wiens unie gaat het eigenlijk?

Om bij de Britten terug te komen: ik hoop uit de grond van mijn hart dat ze voor een exit kiezen. Ik zal zo enorm trots op ze zijn als ze dat doen. Van mij mogen ze de EU een poepie laten ruiken. Laat ze maar aantonen dat ze ook zonder kunnen. Als voorbeeld voor ons allen. Want ik geloof serieus dat de EU in de huidige staat een stuurloos schip is. Tien keer liever wed ik op een ooit grootse, zeevarende natie die haar verworven kennis nog in een nieuw jasje kan stoppen.

Wat ons eigen land betreft: ik las onlangs dat de wereldwijde omzet van IT-bedrijven in Eindhoven de omzet van de Rotterdamse haven inmiddels overstijgt. Dus waarom houden wij zo krampachtig vast aan die open grenzen? Ook Zwitserland heeft geen enkele moeite om zijn dure merkartikelen te verkopen. Tot in Afrika en China aan toe gaat dat prima.

Waarom moeten wij per sé lid blijven van de EU? Zegt Duitsland, als wij vertrekken, van de ene op de andere dag: ‘Hou al je producten voortaan maar?’ Ik geloof er niets van. De houding van enkele EU-politici die de Britten bij een Brexit qua handelsverdragen willen straffen, is te kinderachtig voor woorden. (Tusk, Juncker en Schäuble, zie Martin Sommer, de Volkskrant, 18 juni 2016.) Als dat werkelijk hun denkwijze is, zijn ze hun positie onwaardig.

Voor de EU ontstond, dreven we onderling al eeuwen handel. Mijn welvarende Duitse verwanten pendelden in de negentiende eeuw tussen Leiden en Ibbenbüren en importeerden meubels. Ze waren dagen onderweg per trekschuit of paard en wagen. Nu vreest men bij een exit tijdrovende douaneformaliteiten. Maar waarom? Met bereidwilligheid en voortschrijdend inzicht kan je eenvoudig gegevens uitwisselen.

Op terreinen van veiligheid, defensie, cultuur en milieu kan je ook in afzonderlijke groepen tot overeenstemming komen. Daarbij behoudt elk land een onafhankelijke uitgangspositie. Ik geloof in samenwerkende thematische belangengroepen van landen in deels overlappende samenstellingen die qua normen en waarden en/of doelstellingen redelijk bij elkaar passen. Feitelijk is dat niets nieuws. Dan kan je wel aanzienlijk daadkrachtiger optreden en ook niet-EU-landen of zelfs multinationals erbij betrekken.

Nederland is te klein voor een geheel onafhankelijke positie in de wereld, dat mag duidelijk zijn. Samenwerking blijft cruciaal. Feitelijk hoop ik dat een Brexit een doorbraak kan forceren. In onze zeevaartgeschiedenis waren de Hollanders de Britten herhaaldelijk voor. Omgekeerd kunnen de Britten nu voor ons de weg vrijmaken om te volgen. Britannia, rule!

7 gedachtes over “Rule, Britannia! en de Brexit

  1. Ingid van Bouwdijk

    Lastig om hier iets over te zeggen, want ik heb me er niet in verdiept. Het eerste effect van Brexit is in ieder geval dat de pond sinds gisteravond maar één keer eerder in de geschiedenis zo laag heeft gestaan. Mijn collega vertelde dat IJsland ooit uit de EU is gestapt. Er viel maar over één ding te onderhandelen en dat was de visserij; dat heeft drie jaar geduurd. Tussen de Britten en de EU zijn vast 100 zaken waarover onderhandeld moet worden nu ze eruit stappen. Dit zijn slechts bijeffecten; niet echt iets wat maakt dat je principieel voor of tegen moet zijn, maar het is wel een heel ingewikkeld onderwerp.
    Dit hele gebeuren schijnt trouwens koren op de molen van Wilders te zijn, en dan gaan er bij mij wel wat alarmbellen rinkelen. Ik ga me er toch maar eens beter in verdiepen, want de voorspelling is dat hij nu weer een referendum gaat organiseren.

    1. Figuren als Wilders trekken het juist weer te ver naar de andere kant door. Ik heb (met mijn beperkte kennis) een volgend log geschreven, mede naar aanleiding van jouw reactie. Het EU-gebeuren heeft allerlei verschillende aspecten en waarschijnlijk hebben maar weinig mensen goed inzicht in hoe het reilt en zeilt. Dat is wel zware kost om je beter in te verdiepen. 😉

  2. Een regiogenoot heeft de mogelijke effecten op een rij gezet:: http://www.fruttekoek.nl/?p=1280

    Zelf denk ik dat er weinig gaat veranderen omdat ze weer terugkeren naar de EVA/Efta of verdragen maken die daar op lijken.

    Als groot voordeel zie ik dat de Schotten nu nog meer voor een Exit uit het VK zullen kiezen en zelf tot de EU zullen toetreden (met natuurlijk Gibraltar). Het viel me erg op dat de dommige noord-Engelsen niet met de Schotten meestemden tegen die irritante en gluiperige zuid-Engelsen. Waarschijnlijk wilden ze dat ook wel, maar kozen ervoor om tegen de regering Cameron te stemmen. En nu krijgen ze als dank Boris terug, die hun nog meer in de steek zal laten.

    Voor de EU is het een verbetering. GBR, die toch maar half meedeed, kan nu niet meer onnodig dwarsliggen.

    1. Tja, die politieke spelletjes van mensen als Boris Johnnson blijven lastig, want dan weten kiezers nog niet waar ze aan toe zijn. Ik heb geprobeerd het Engelse debat te volgen, maar vond het moeilijk in te schatten.
      Ik ben nieuwsgierig naar welke voordelen jij ziet als de Schotten uit het VK willen.

      1. In dat geval kunnen ze als volwaardig en constructief lid aan de EU meedoen, zoals nu Ierland. Dus o.a. deelname aan de Euro. Het is net zo groot als Ierland en heeft meer inwoners. De Schotten redden het volgens mij beter zonder dan met de Engelsen. Ze hebben al een eigen parlement. Het is dus iets anders als de Friezen die uit Nederland stappen en met de EU mee willen doen. Maar ook Friesland heeft meer inwoners dan Luxemburg, dat ook lid is van de EU. De aversie van de Schotten en mensen in noord-Engeland tegen de Engelsen uit het zuiden is behoorlijk hoog. Ik heb een flinke tijd in Teesside en ten noorden van Newcastle gewerkt, maar ben ook een paar keer van noord naar zuid en oost west door het VK gefietst. Het Koninkrijk is echt niet zo verenigd dan veel mensen denken. Engeland heeft veel meer inwoners dan de rest en dat zorgt voor een soort Servië-situatie in het voormalig Jugoslavië. Daar is niet zoveel aan te doen, maar opspitsen op een vreedzame manier zou de Schotten (zoals ik het zie) zeker kunnen helpen.

  3. Pingback: Out it is | Raam open

Reacties zijn gesloten.