Jaloezie onder genealogen

Genealogen zijn bijna allemaal man, grijs en met pensioen. In dat wereldje was ik nogal een uitzondering toen ik op mijn 32ste aan de zoektocht naar mijn voorouders begon. Ruim twintig jaar geleden. Ik wilde alles per sé grondig en vooral helemaal zelf doen. Mijn verslagen zouden minstens aan de regels voor een scriptie voldoen. Want ik had net een fusie meegemaakt en een droombaan als redacteur moeten opgeven. Ik wilde iets uitvoeren waardoor ik mijn ei kwijt kon en waarmee ik mij kon onderscheiden.

Los daarvan was die zoektocht naar mijn verleden gewoon ontzettend leuk. Ik stortte mij vol overgave op het schatgraven. In bepaalde periodes besteedde ik er twintig tot zestig uur per week aan. Het is bijzonder om perkament en papier vast te houden dat driehonderd jaar oud is. Zoals een document waarop je voorvader in 1702 met bibberige hand zijn krabbel heeft gezet. Papier dat hij dus heeft aangeraakt. Dichterbij kan je niet komen.

Het was het pre-internet tijdperk en onderzoek was noeste arbeid. Eindeloos oude archieven doorspitten, teksten ontcijferen en overschrijven. Dankzij inlevingsvermogen ontdekte ik echt bijzondere feiten waar niemand anders ze ooit zocht. Als je, zoals ik, ontelbare ambtelijke en juridische teksten in muffe, stoffige archieven doorspit, daar slechts rioolachtige automatenkoffie drinkt, stad en half Europa afreist, ruim tweeduizend pagina’s van A4-formaat vol typt … Dan wil je eer hebben van je werk. En eer krijg je door te publiceren. Daarbij is het hoogst haalbare in genealogenland: een recensie van jouw boekwerk in Genealogie, het CBG*-blad. Zes recensies van zes publicaties werden mij toebedeeld.

Er zijn vermoedelijk weinig hobby’s waar bij de beoefenaars onderling zoveel jaloezie is als bij genealogen. Maar ik doe niet mee aan caviashows, dus wellicht kan het nog erger. Die eerdergenoemde mannen kon ik na verloop van tijd in twee groepen indelen.

Namelijk:
1. Zij die altijd alles beter menen te weten en dat maar al te graag etaleren. En
2. Zij die kijken wat er bij zo’n jong ding aan gegevens valt te halen.

Ik dacht nog: dit onderzoeksresultaat ligt officieel in die recensies vast. Mijn werk is veiliggesteld. Maar ergens tussen die publicaties en nu verscheen internet. En dat veranderde alles. Sindsdien ben ik pas echt serieus met streken van oude heren geconfronteerd. Want ze willen hoe dan ook de grootste stamboom hebben.

Dus gaan ze aan de haal met mijn gegevens en onderzoeksresultaten. Keilen ze mijn naam en die van mijn ouders ongevraagd en zonder toestemming op internet. Pleuren ze de volledige tekst van mijn boekwerken op hun site. Nadat ze de kaften en mijn naam van alle pagina’s hebben verwijderd. Alsof het hun werk is. En dan sturen ze doodleuk nog een link naar bepaalde familieleden toe ook.

Ik heb het over iemand die ik dertig jaar niet had gezien en die plots met zijn broer voor de deur stond. En iemand in een verre zijtak, waarmee ik zo’n gezellige reünie had. Die bij de eerste ontmoeting gelijk vroeg: ‘Ik mag je wel mijn nichtje noemen, zeker?’ Voor hem en een ander ver familielid had ik zelfs een stadswandeling door Leiden bedacht.

De sukkels.

* Centraal Bureau voor Genealogie in Den Haag, ofwel Centrum voor familiegeschiedenis.

2 gedachtes over “Jaloezie onder genealogen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s