Oefening baart kunst

Solliciteren kan je behoorlijk ontmoedigen. Je wordt onzeker van alle afwijzingen, gaat aan jezelf twijfelen en voelt je energie dalen. Om je hiertegen te wapenen, helpt oefenen. Met name wanneer iets moeilijk blijft. Bijvoorbeeld: werkgevers bellen, goede teksten schrijven of het woord nemen in een groep.

Vorige week werd ik nog door spreekangst overvallen tijdens een workshop. Te midden van de deelnemers wachtte ik een gunstig moment af om iets te vragen. Ik voelde mijn hart bonzen, het bloed naar mijn wangen kruipen en mijn stembanden zich schrap zetten. Uiteindelijk kon ik slechts met een benepen stemmetje een vraag stellen. Maar. Ik heb hem wel gesteld. Daarna benaderde ik een aanwezige HR manager om mijn CV te beoordelen. Zo ben ik in beide gevallen een stapje verder gekomen.

Natuurlijk heeft dit alles te maken met weten dat je bekeken en beoordeeld wordt. Zelfs mensen die vaak op een podium staan, kunnen daar last van houden. Iedereen observeert hoe je staat, hoe je kijkt, hoe je praat, wat je vraagt en hoe je op een antwoord reageert. Dat is precies wat er tijdens een sollicitatiegesprek gebeurt. Een vorige werkgever wilde van zijn spreekangst af en werd dankzij oefening en wedstrijddeelname een expert in debatteren. Hij heeft er zijn beroep van gemaakt.

Een goede tekst schrijven is ook een kunst. Vorige week ontving ik een afwijzing met daarin de volgende zin: ‘Helaas moeten wij u mededelen dat wij van mening zijn dat er in de reacties die wij hebben ontvangen op deze vacature andere kandidaten zijn waarvan hun kennis en vaardigheden, met name op het gebied van redigeren, meer aansluiten op het profiel van bovengenoemde functie.’ Maar ik blijf het proberen, op allerlei manieren. Deze week heeft mijn inzending toch mooi weer een landelijke krant gehaald. Tadaaa!

7 gedachtes over “Oefening baart kunst

  1. Die tekst: daar staat toch gewoon dat ze ander hebben genomen? Ik word daar een beetje moe van. Je komt zo niet aan de weet waaraan je moet werken.

    1. Dat is inderdaad zo. Bij workshops voor werkzoekenden raadt men je dan aan om te bellen en naar de reden te vragen. Ik zal dat wel gaan doen bij banen die ik echt graag wil, om er toch iets van te leren.

  2. Ingid van Bouwdijk

    Spreekangst is zo’n klotengevoel (excusez le mot)! Ik heb anderhalf jaar bij het Intstituut Toegepaste Voorlichtingskunde van de Wageningse Universiteit gezeten. Daar moest ik zoveel cursussen geven dat ik er wel van af zou komen, dacht ik. Het omgekeerde gebeurde: bij de laatste cursus was ik zo ongeveer ziek van de zenuwen; niet slapen de nacht ervoor en misselijk. Er lag ook erg veel nadruk op de spreekangst tijdens die anderhalf jaar. Bij presentaties daarna ging het een stuk beter: ik vind het nog niet leuk, maar zie er niet meer zo tegenop. Al zit het denk ik ook een beetje in de genen. Tijdens gitaarles heb ik het ook soms nog steeds: maar daar verstijf ik en schiet ik in een kramp; muziek moet vanuit ontspanning komen dus dat werkt niet. Mijn 10 jaar jongere leraar vindt het erg grappig dat hij zo’n effect op mij heeft 😦
    Ik hoop altijd dat ik zo’n aanval van hardbonzen, half-hyperventileren, rood worden en zo’n afgeknepen stemmetje net van te voren krijg, want daarna kan ik weer normaal spreken. Bij een rondje gebeurt dat soms. “Shit, nog vijf voor mij en ben ik al aan de beurt met voorstellen wie ik ben en wat ik doe.” Bij drie hoop ik op de aanval en bij één voor mij kom ik weer op adem als het even meezit.

    1. Herkenbaar, natuurlijk. Ik neem aan dat spreekangst sterk samenhangt met faalangst en gebrek aan zelfvertrouwen (en nog verder teruggaat naar vroegere ervaringen). Wat mij frappeert, is dat dit zelfs nog de kop opsteekt wanneer je toch behoorlijk stevig in je schoenen staat. Als ‘overtuigingen’ hinderen, dan kan je die overwinnen door ze met andere ‘overtuigingen’ te overschrijven, zolang je er zelf maar in gelooft. Een eenvoudige, ogenschijnlijke dooddoener werkt voor mij altijd: ‘ik mag er zijn’. Die staat als een huis. Doelgerichtheid werkt voor mij ook, ofwel focussen op wat je wilt bereiken (zoals een bruikbaar antwoord op mijn vraag krijgen in het stukje hierboven). Dat is een innerlijke kracht. Ik geloof sterk in succes afdwingen door vooraf te denken aan situaties waarin iets wel goed ging. Zoals toen ik tijdens een eerste dienstreis in Oeganda in een dorpshuis plotseling als VIP op een podium werd gezet en na twee collega’s mijn (onvoorbereide) zegje moest doen. Zo kreeg ik even de tijd om hun verhaalopbouw over te nemen. Makkelijk wordt praten voor een groep misschien nooit. En soms is een uitdaging gewoon te groot. Gelukkig bestaan er blogs!

  3. Ingid van Bouwdijk

    Dat zijn wel goede tips. Ik denk alleen dat een deel van mijn eigen spreekangst onbewust wordt opgeroepen. Ik krijg een soort pavlov-reactie. Net als tijdens de zwangerschap van mijn eerste kind; in die tijd ging ik een paar keer bij station Gouda hyperventileren. Waar dat nou op sloeg? Geen idee; ik heb nooit iets meegemaakt bij station Gouda, behalve dit dus en dat was genoeg om soms dezelfde reactie te veroorzaken. Bij het naderen van het station begon ik al; het wordt op een gegeven moment een soort angst dat iets weer gaat gebeuren. En dan kan ik honderd keer zeggen: ik kan het heus wel of station Gouda bijt niet, maar dat helpt dan niet, want het is klassieke conditionering (met een duur woord), en die gaat buiten de ratio om.

    1. Hoi Ingrid,

      Dat het vaak ingewikkelder ligt, wil ik best aannemen. Ik schreef een staaltje huis-tuin-en-keukenpsychologie. Ooit had ik ook een tijdje zo’n pavlov-reactie nadat ik een paar keer over de volledige naam van het accountantskantoor was gestruikeld waarvoor ik werkte. Heel handig als je de telefoon mag opnemen. Op een gegeven moment sleet het wel weer, maar het was best een stomme ervaring.
      En wat jouw vervolgreactie betreft: welja joh, doe ‘gewoon’ alsof Gouda Zoetermeer is. 😉

  4. Ingid van Bouwdijk

    Je kunt trouwens wel deconditioneren. Inderdaad toch door iets wat angst oproept, vaak te doen, maar dan mee te maken dat het niet meer gebeurt. Dat kan inderdaad wel door jezelf te vertellen dat je het kan; het duurt wel een tijd. Die honden kwijlen op den duur ook niet meer als er een belletje gaat en ze krijgen geen eten zoals dat eerder wel het geval was. Misschien had ik het hyperventileren kunnen voorkomen door mezelf wijs te maken dat ik bij station Zoetermeer was. Gewoon mijn ogen dicht en een ander station visualiseren. Ik wil bijna zeggen: dat ga ik volgende keer proberen….

Reacties zijn gesloten.