Een heel klein beetje bloedverwant

Na lang speuren weet ik wel ongeveer van wie ik afstam. Genealogisch onderzoek is echter riskant om waarden en conclusies aan te verbinden. Laten we wel wezen. Meestal is het zonneklaar wie de moeder van een kind is. Maar van de vader kan je het nooit helemaal zeker weten. Toch laat ik mij graag meeslepen door een tot de verbeelding sprekend verleden. Wat mij uitermate fascineert, is dat ik van Franse komaf ben.

Nu is dat niets bijzonders. Half Noord- en Zuid-Holland stamt af van Hugenoten.
Maar ik heb nu eenmaal donkerbruin haar en zie dat graag als een kenmerkend teken. Dat er evengoed blonde mensen in mijn familie zitten (of zelfs in Frankrijk rondlopen), is een vergissing van Moeder Natuur. Voeg hier mijn gebruikelijke breedsprakigheid aan toe – als jullie toch eens wisten hoeveel tekst ik schrap – plus mijn naturelle uitspraak van de Franse taal. Dan weet je het zeker. Dat is de Franse invloed en mijn aangeboren tongval.

Ik herken de ene na de andere karaktertrek in het programma ‘Op zoek naar Frankrijk’. Zoals de koppigheid van de Bretons. Mijn voorouders komen uit een andere regio. Maar die oude Hugenoten waren ook behoorlijk standvastig en eigenwijs. Dus dat zit gewoon in de genen. Of die verwanten uit het noorden van Frankrijk kwamen, dat toen grotendeels bekend stond als de Zuidelijke Nederlanden, is vanzelfsprekend irrelevant. Want ik heb Franse voorouders aan zowel vaders- als moederskant.

Nou ja, van mijn vaderskant moet gezegd dat het wel een enigszins fragiel lijntje is.
Ik heb het berekend. Want ik kwam een portretje van de broer van mijn voorvader in de zevende generatie tegen. Dus een volle zoon (mag ik aannemen) van mijn voorvader in de achtste generatie. Dan wordt het: generatie 1  = 1 persoon, generatie 2  = 2 ouders, generatie 3 = 4 grootouders, generatie 4 = 8 overgrootouders. En zo voort tot en met de achtste generatie. Dus: generatie 8 = 128 voorouders. Uhm, ja. Waarvan één man en één vrouw Frans zijn. Nou ja, ze spreken Frans. Denk ik. Want ze komen uit Luik. Pardon: Liège. Of daaromtrent. Nou ja, daar ergens dus. (Ik moet dat nog opzoeken, eigenlijk.)

Maakt allemaal niets uit! Dit is hem dan, mijn bloedeigen Franse verwant.

Ludovicus van Toulon 1702 1763

9 gedachtes over “Een heel klein beetje bloedverwant

  1. Sinds ik op het gemeentearchief werkte moet ik glimlachen om genealogie. Vroeger bestonden er immers geen voorbehoedmiddelen. Hoe verder je teruggaat in het zogenaamde voorgeslacht, hoe waterdunner het familiebloed. Bastaarden kwamen in alle gezinnen voor, van hoog tot laag. Ze waren destijds heel normaal en algemeen geaccepteerd. Maar tja… familie? ;-).

    1. Zeg dat wel. Ik troost mij met de gedachte dat ouders in elk geval hun ideeën en gebruiken hebben doorgegeven (voor wat die waard zijn).

  2. Kees Groen

    Toen de biologen in de jaren 80 van de vorige eeuw de beschikking kregen over mogelijkheden om genetisch verwantschapsonderzoek te doen, lieten ze zich al snel niet alleen meer in met plantjes en diertjes, maar gingen ze, samen met antropologen ook kijken naar de genetische opbouw van kleine gemeenschappen (afgelegen dorpjes in uitgestrekte vlakten, van dat werk). Tot hun ontzetting moesten ze al snel concluderen dat in zo’n 5-10% van de gevallen de biologische vader van een kind een ander was dan de man van de moeder.

    Waar praten we over: geen natuurvolken in een derde-wereldland, maar christelijke settlers in Canada en de USA.Daaruit zou je conclusies kunnen verbinden over genetische risicospreiding, subtiele extra sociale bindingen binnen een gemeenschap, de verspreiding van nieuwe ideeën of de aanvulling van de genenpool door rondreizende kooplieden. Maar één conclusie steekt er bovenuit: genealogie is een mooie hobby waar je veel van kunt opsteken, maar boterbriefjes en verwantschap zijn twee verschillende dingen. En er is één troost: de vrouwelijke lijn klopt meestal wel!

    1. Mee eens, zo bekeken is de joodse opvatting, dat je alleen van geboorte joods bent wanneer je moeder joods is, een stuk logischer. Mij spreekt de voorzichtige conclusie van genetische risicospreiding, subtiele extra sociale bindingen en verspreiding van nieuwe ideeën wel aan. Of hangt het leven gewoon van toevalligheden en aantrekkingskracht aan elkaar?

  3. Francien

    Mijn moeder had een Franse achternaam. Inderdaad Hugenoten. Maar mijn vader had een dubbele naam, die ik dus ook heb.
    Als kind vond ik de naam van mijn moeder veel spannender. Ook omdat in het dorp waar wij woonden men onze achternaam “raar” vond en mijn ouders uit gemakzucht de helft niet noemden.
    En nu ik ouder ben, noem ik ook maar de helft. Past ook beter op alle pasjes.
    Ps. Mijn (achter)nichtje Nienke presenteert (met haar mooie Franse achternaam) het programma Klokhuis.

    1. De la Rive Box klinkt natuurlijk wel mooi, voornaam en interessant. Zie jij jouw naam als kenmerk van je identiteit?
      Wat mij onder meer boeit is wat voor persoonlijkheden mijn voorouders waren. Juist dat blijft meestal in nevelen gehuld.

  4. Ingid van Bouwdijk

    Als ik dit zo lees dan moet je die hoeveelheid Frans bloed die je denkt te hebben nog eens halveren.
    De naam De la Rive Box ken ik nog uit Wageningen…. Daar was een docent in de sociale wetenschap die zo heette.

  5. Francien

    Dat was of Joost of Rogier. Een tweeling. De een van de sociale wetenschappen, de andere van de vormgeving.

Reacties zijn gesloten.