Veranderende vakantielanden

Bepaalde toeristische trekpleisters zijn zo druk geworden, dat ik ze liever mijd. Denk aan Venetië, ons eigen Amsterdam, of het Louvre in Parijs. Wat eens een pittoresk dorpje was, kan nu een tweede Efteling zijn. Het is een luxe als je zulke plaatsen in rustiger tijden hebt gezien. Gisteren stond in de Volkskrant dat het toerisme op IJsland sinds 2003 is verviervoudigd. Er komen inmiddels vier keer meer toeristen dan er mensen op dat eiland wonen.

IMG_3818Voor mij is de nieuwste reisfase aangebroken. Eerst waren er de jaarlijkse autovakanties met familie in Europa. Vervolgens begon een periode van verre reizen. Hoe langer die duurden hoe beter. Toen werd het tijd voor ‘gewone’ wandelvakanties en stedentripjes dichterbij. Op dit moment zoek ik verdieping op het oude continent. Onlangs bezocht ik Terschelling en de Waddenzee. Terra incognita voor mij.

Het klinkt blasé, maar het is geruststellend als je de belangrijkste attracties kan overslaan. Been there, done that. Dus geen lange rij voor een enkel schilderij. Het ga je goed, Mona Lisa.

4 gedachtes over “Veranderende vakantielanden

  1. Parijs heb ik vrijwel immer vermeden omdat ik dat op de fiets totaal nix vind. Venetië zag ik in 95 begin Oktober, toen viel het erg mee. Eerder fietste ik door Bergamo en hun vrijwel verlaten bovenstad maakte veel meer indruk op me. Een paar jaar terug ben ik nog weer eens door Bamberg gegaan. Dat was een en al filelopen. Erg jammer. Mont Saint Michel heb ik ’s ochtends om kwart voor 6 bestegen. Door toeval kwam dat mooi uit. Bij het naar beneden lopen liep dat bergje alweer stampvol met touristen uit Parijs. Zelf kan ik Schwäbisch Hall, Coburg en Büdingen aanraden. Aparte plaatsen, weinig Nederlanders en een prima sfeer.

    1. Goed idee om op ‘afwijkende’ tijden toeristische trekpleisters te bezoeken en voor minder bekende plaatsen te kiezen. Zo begrijp ik al jaren niet dat toeristen massaal op Amsterdam afkomen, terwijl Leiden toch echt een veel authentiekere Hollandse stad is. (Volgens mij althans.) In de Gouden Eeuw was Leiden de op één na grootste stad en veel van het historische centrum is bewaard gebleven. Bovendien is alles op loopafstand en kan je er vanaf Schiphol zo naartoe.

      1. Een jaar geleden ben ik er naartoe gefietst en heb er wat rondgekeken: https://ximaar.wordpress.com/2015/06/23/jun-23-leiden/ Toen was het er redelijk druk en die busbaan/fietsstraat dwars door het midden vond ik slecht oversteekbaar. Maar zeker een mooie stad, net als Kampen die meer stadspoorten heeft en Deventer en Zutphen. Dichterbij vind ik Hoorn, Enkhuizen en Edam ook aardig net als Alkmaar, maar daar kom ik te vaak. 😉

      2. Wat leuk om jouw verslag te lezen en de foto’s van alle vertrouwde gebouwen te zien. Die bloembak (De Gijzelaarsbank) aan het begin van het Rapenburg staat er bijzonder goed op. Ik denk dat je de Breestraat bedoelt, waar alle bussen en fietsers rijden. Dat is al járen een discussiepunt.
        Verder ben ik het met je eens dat steden als Deventer, Zutphen, Hoorn en Enkhuizen ook zeer de moeite waard zijn. Uitgerekend Alkmaar ken ik wat minder goed. Ik ben er wel op het station geweest, maar dan om de bus naar de kust te nemen. En Kampen wil ik deze zomer eindelijk eens bezoeken, daar ben ik nog nooit geweest.
        Leuk ook dat je met een pontje bij Oud Ade bent geweest. Dat kleinschalige in de polder roept jeugdsentiment op.

Reacties zijn gesloten.