Over de grens

Vriendin F. en ik bewandelen het Streekpad Nijmegen. Ongemerkt passeren we de grens bij Grafwegen. Zo wandelen we langs een keurig geasfalteerde straat in Nederland. En zo volgen we een eenbaansweg met rafelrand. Vaag, maar onmiskenbaar voelt de omgeving anders aan. De huizen staan er wat rommeliger bij, niet strak op een rij. Ook de tuinen zijn minder keurig aangeharkt. Het oogt … ja … het oogt ‘vrijer’. Dit is de achterkant van Duitsland.

Ik hou van grensgebieden. Hier staat café Merlijn op de rand van bos en platteland. Een knusse kachel, een stapel spelletjes, bij elkaar geraapte stoelen en tafels. De houten wanden vol hertengeweien, foto’s, kitsch en overjarige kerstversiering. Een Duitse jachthut met Nederlandse bediening. De ongedwongen sfeer doet mij denken aan een afgelegen pleisterplaats voor backpackers. Elke bezoeker brengt zijn verhalen mee.

Verhalen genoeg bij de grens. Over vroegere smokkelroutes en spannende situaties, toen er nog bewaking was. Mensen die grenzen opzoeken, willen vrij zijn, hun gang kunnen gaan. Leven en laten leven, zoiets. Ik heb geen paspoort bij me. Er controleert toch niemand. En als er wel controle zou zijn, dan zou ik mij geen zorgen maken. Twee Nederlandse vrouwen in wandeltenue komen betrouwbaar over. Zulke bezoekers zijn altijd welkom in de plaatselijke konditorei.

IMG_3775De wandelroute brengt ons in het reichswald. Zelfs het bos ziet er hier subtiel anders uit dan in Nederland. Volgens mijn wandelgidsje heeft de rijksoverheid het ‘op typisch Duitse wijze geëxploiteerd’. Wat dat ook moge betekenen. Verderop passeren we boerderijen met uitgestrekte stukken grond. Bij de gebouwen struinen de obligate Duitse herdershonden rond.

Kranenburg doemt op. Om het plaatsje te betreden, moeten we volgens de beschrijving dwars over het spoor heen. Naast het verlaten station houdt een asfaltweg in het niets op. Geen stoeprand of mooi omzoomde cul-de-sac. Nee, gewoon zand en gras. Drie geparkeerde auto’s barricaderen het uiteinde van de weg, pal voor de spoorbaan. Frappant. Zoiets zou ik in Midden-Europa verwachten, niet vlak over de grens in Duitsland.

De hele dag wandelen we door een blank, verstild landschap. Wanneer we in Wyler aankomen, is het weer grauw en mistroostig geworden. Laaghangende bewolking, grijze nevel. Het begint te regenen. We wachten veertig minuten langs een kille weg. Totdat de Duitse bus naar Nijmegen ons daar weghaalt.

Binnen zit een caleidoscopische kleurenpracht. Aziatische vrouwen met een permanentje en tassen van een Chinese supermarkt. Volumineuze Afrikaanse dames met een lading bagage. Twee Arabische mannen, waarvan één met een zedig baardje. Vier uitbundig lachende latino meiden: uit Zuid-Amerika? Italiaanse jongens, die in het Engels een praatje maken met Duitse vrouwen.

Ik moet denken aan die Londense dubbeldekker in een Harry Potter film. Bussen zijn een universum op zich. Geen idee waar we de grens zijn gepasseerd.