Het is oppassen geblazen

Een paar graden nachtvorst en hier en daar een dun laagje sneeuw. Het is reden voor de NS om reizigers op Utrecht Centraal te waarschuwen. ‘Past u op bij het in- en uitstappen. De perrons kunnen glad zijn.’ Later die dag slenter ik door de hal van Arnhem Centraal. Het (werkelijk schitterende) nieuwe dak laat enkele druppels door. Daar moet terstond iets aan gebeuren, want stel je toch eens voor. Er zou iemand in een plasje water kunnen stappen. Dus staat er pontificaal naast een emmer op de grond een rood-witte pion. GEVAAR!

Eigenlijk mis ik nog iets in de berichtgeving. Zo van: ‘Het is koud buiten, doet u uw jas goed dicht. En heeft u uw sjaal wel om? Pas op hoor, anders kunt u nog kou vatten. Nu u er toch bent: moet u voor de zekerheid niet nog een plasje doen? U kunt dat beter in dit gebouw doen, dan straks onderweg. Rechts van de hal vindt u ons brandschone openbare toilet.’

We kunnen erom lachen en er de draak mee steken. Toch is het heel aandoenlijk allemaal. In dit land zijn we best zuinig op onze burgers. Dat is niet overal het geval. Ik herinner mij waanzinnige toestanden op Afrikaanse wegen. Ook in de minder gereglementeerde landen van Zuid- en Oost-Europa kunnen ze er wat van. Véél te hard rijden, enorme risico’s nemen en maar lachen. De mannen vooral. Gordels zijn voor watjes.

In sommige landen maken ze zich drukker om terroristische aanslagen dan om veiligheidsmaatregelen in het verkeer. Zoals in Israël. Voordat je er in een vliegtuig stapt, wordt alles binnenstebuiten gekeerd. Maar geen stewardess die erop let of je je gordel om hebt. De angst voor aanslagen overheerst alles. En dat is vreemd, eigenlijk. Want het aantal fatale verkeersongelukken is er hoger dan het aantal mensen dat er sterft door een bom.

Misschien past hier toch een waarschuwing. Ik heb landen in het Midden-Oosten bezocht waar vrij kort daarvoor nog oorlog was. Daarna bedacht ik de volgende theorie. Een posttraumatische stressstoornis kan blijken uit extreem roekeloos gedrag in het verkeer.