Op de barricade?

Al weken probeer ik een fatsoenlijk stuk met diepgang te schrijven. Maar het komt er niet van. Want telkens als ik ervoor ga zitten, doemt er een half kunstgebit op. Dat lag op een muurtje in een buurtje bij het station in Zwolle. Er ontbraken nog een paar tanden aan. Hoe is het daar zo terecht gekomen? Er moet toch iemand zijn die het mist?

Toen dat gebit uit mijn gedachten was verbannen, doken er druppels op. Of eigenlijk kwamen ze naar beneden. Na een douchebeurt. Ze drupten zo van het plafond in de woonkamer de vloer en het laminaat op. Drup … drup … drup, drup, drup. Schone, transparante, fluïde parels spatten op de grond uiteen. Middenin een stralenkrans van weggesprongen spetters vormden ze een plasje. Ik zag het in slow motion gebeuren; het was eigenlijk best fraai.

Onderwijl stromen de berichten binnen. Via krant, internet en tv: vluchtelingen, bomaanslagen: ellende bij de vleet. Surreëel als dat kunstgebit en die druppels in slow motion. Want zij vormen zo’n schril contrast met mijn intense tevredenheid. Welbehagen gaat ogenschijnlijk niet samen met anarchisme. Maar is het resultaat ervan.