Het huis van oma B.

Het huis van oma B.
Lange Mare, begin jaren 50

De oude binnenstad herbergt nog veel panden waarin mijn voorouders ooit woonden. Eén daarvan was van oma B. Het markante gebouw heeft een opvallende Art Nouveau gevel. Alleen dat is al bijzonder, maar heb ik er vooral een gevoelsmatige band mee. Oma overleed jaren geleden. In mijn beleving maakt zo’n detail echter weinig uit. Het blijft voor altijd het huis van oma.

Wil je verder lezen? Ga er dan maar eens rustig voor zitten.

Overgrootvader

Mijn overgrootvader laat het begin vorige eeuw bouwen. Hij is een Leidse meubelmaker en –handelaar. In 1912 wordt het opgeleverd en sindsdien prijkt dat jaartal op de gevel. Die gevel is een echte eyecatcher. Meerdere auteurs van architectuurgidsen reppen erover: ‘Hij liet het pand in een late en strakke variant van de Jugendstil optrekken.’ ‘De gevel bestaat uit gebroken-witte geglazuurde stenen afgewisseld door blauwe, turkooizen en roodbruine horizontale banden.’ Dat geglazuurde steen is in ons calvinistische landje vrij zeldzaam.

Overgrootvader verkoopt beneden in de winkel biljarttafels die hij zelf maakt. Boven woont hij met zijn vrouw en dochters. Het gezin verblijft er echter maar kort. Want hoe imponerend de gevel ook mag zijn, het pand is zo diep als het breed is, en dus tamelijk klein. Verdeeld over vier lagen beslaat het slechts 84 vierkante meter. Dat betekent constant trappen lopen en daar heeft overgrootmoeder geen zin in. Nadat zij eruit trekken, wordt het bewoond ‘door de huurders H. Zwart, sergeant-kok bij de Kweekschool voor Zeevaart en twee ongetrouwde zusters, de dames Rietbergen.’

In totaal hebben vier generaties nakomelingen van overgrootvader er gewoond. Rond 1919 gaan mijn pasgetrouwde opa en oma er wonen en zij krijgen vijf kinderen. Mijn moeder is de jongste. Wanneer zij trouwt, is haar vader al overleden en haar broers zijn de deur uit. Er heerst woningnood, maar oma heeft ruimte genoeg. Daarom trekt mijn vader bij zijn vrouw en schoonmoeder in. Mijn zus wordt geboren en zet er haar eerste stapjes. Pas vlak voor mijn komst verhuist het gezin naar een eigen woning. (De vijfde generatie volgt nog.)

Het huis van oma B.

Het langst van iedereen verblijft mijn oma ‘op de Mare’. In haar tijd zaten de muren vol inbouwkasten en waren de kamers klein. Om de huiskamer te bereiken, liep je door de winkel via een steile trap naar boven. Dan passeerde je mijn opa op een foto aan de wand. Vol ornaat in historisch kostuum zat hij op een paard, klaar voor de 3-oktoberoptocht. Hij liet ook praalwagens meerijden met figuranten, om zo reclame te maken voor zijn zaak.

De woonkamer op de eerste etage heeft een erker en een mooie zwarte schouw. In die ruimte pasten de eettafel met stoelen, een kastje en een paar fauteuils. Overgrootvader maakte als huwelijksgeschenk een compleet ameublement voor elke dochter. Toen oma ouder werd, sliep ze in een opklapbaar bed in de huiskamer. Dan hoefde ze niet verder naar boven te lopen.

In het keukentje naast de woonkamer had oma een theemeubel met mooie kopjes. Een verzameling aardewerk stond op een plank boven het aanrecht uitgestald. Daartegenover waren houten keukenkasten met vitrinedeurtjes. De prachtige Jugendstil-potten ‘Thee’, ‘Suiker’ en ‘Vermicelli’ pronken nu bij mij. Er hing een keramieken koffiemolen aan de muur met glazen opvangbakje. Ah, de geur en het geluid van koffiebonen die worden vermalen …

Daarnaast was het binnenplaatsje met hoge muren en hier bevond zich het toilet. Het was er ’s winters wel steenkoud en er kwam geen zon. Oma bewaarde haar eten gewoon buiten op het plaatsje. Een koelkast was daar niet nodig. De kinderen werden geboend in de teil of ze bezochten het badhuis in een straat verderop.

Voor de woonkamer is een piepklein portaaltje en daar gaat de trap verder omhoog. Boven bevond zich een slaapkamer en een tweede toilet. Aan de straatkant prijkt een piepklein balkonnetje boven de erker. Mijn ooms sliepen nog een etage hoger op zolder. Hier hing oma de was te drogen.

Mijn overgrootouders stierven op hoge leeftijd tijdens de Tweede Wereldoorlog. Zij lieten meerdere monumentale panden na aan vier erfgenamen. Bij de boedelverdeling kreeg oma haar eigen woning en twee nabijgelegen pakhuizen in handen.

Het huis in mijn jeugd

Als oma al weduwe is, verhuurt ze de bovenkamer aan studenten of verpleegsters. Zo verdient ze wat, AOW of weduwenpensioen bestaat nog niet. Tot vadertje Drees ingrijpt brengen haar jongvolwassen kinderen ook geld in. In mijn geheugen hoor ik die huursters nog langs haar woonkamer de trap op gaan.

Op een gegeven moment draagt oma het eigendom van haar onroerend goed over aan mijn oom. Het moet nodig worden opgeknapt. Zij blijft in haar vertrouwde huis wonen en hij zorgt voor het onderhoud. De begane grond blijft dienen als winkel en wordt aan opeen- volgende mensen verhuurd. Ik kan mij een kousenzaak en kappers herinneren. Volgens het archief zaten er ook een stomerij (van mijn opa) en een juwelier.

Zo’n twintig jaar lang kom ik vrijwel wekelijks bij oma op bezoek. Gezeten op een stoel bij het raam in de erker kan je er heerlijk naar buiten kijken. Want het huis staat aan een gedempte gracht waar dagelijks een stoet mensen passeert. Die bezoekjes houden abrupt op als oma een brief post en ongelukkig valt. Ze breekt haar heup en kan onmogelijk nog de trap op komen. Haar laatste jaren slijt ze in een verzorgingshuis. Ik geloof dat ze nooit meer een voet in haar oude woning heeft gezet.

Na haar vertrek moderniseert mijn oom het pand grondig. Er komt eindelijk een echte badkamer. De keuken met los fornuis, houten kastjes en granieten aanrecht verdwijnt. Het binnenplaatsje krijgt een dak voor een groter woonoppervlak. Dat gebeurt in de jaren tachtig. De twee kinderen van mijn oom wonen er achtereenvolgens allebei enkele jaren. Wanneer zijn dochter een tweeling krijgt, verwelkomt het huis de vijfde generatie.

Het onvoorstelbare

Dat het pand ooit in handen van vreemden kan komen, is voor mij ondenkbaar. Ik vertelde eens tegen een collega dat het leeg stond nadat mijn nichtje was vertrokken. Zij vroeg terloops of mijn oom het ging verkopen. Ik stikte prompt bijna in een slok koffie. ‘Over mijn lijk’, bracht ik uit toen ik weer een teug lucht binnenkreeg. Bovendien wilde ik als twintiger zelf graag in de binnenstad wonen.

Maar buiten mijn medeweten om verkoopt mijn oom het aan iemand die niet van mijn overgrootouders afstamt. Een man van buiten de stad koopt het pand voor zijn kind dat hier komt studeren. Dat was twintig jaar geleden. Ik heb er nog steeds moeite mee.

Dit huis is bijna 85 jaar lang van onze familie geweest. Het is zo’n karakteristiek pand dat in bouwstijl en versiering de smaak van mijn overgrootouders uitstraalt. Na uitgebreid genealogisch onderzoek wordt het besef van verlies alleen maar sterker. Want oma’s huis is het allerlaatste in een lange reeks panden die mijn voorouders door de eeuwen heen bezaten. Ik passeer haar huis nog bijna dagelijks. Het staat op de route naar de binnenstad en naar mijn werk. Dan groet ik het even in het voorbijgaan.

Een bevreemdende ervaring

Vorige week ontdekte ik dat het wederom leegstaat. Binnen hangen nog slechts de gordijnen en kroonluchters. En jawel. Kort daarna verschijnt een ‘Te Koop’-bord en nu staat oma’s huis op Funda. Ik ben als een speer naar huis gereden en heb ik het direct opgezocht.

Met 'Te Koop'-bord, december 2014
Met ‘Te Koop’-bord, december 2014

Dat wordt een enigszins bevreemdende ervaring. Verschillende elementen zijn nog goed herkenbaar. De gevel uiteraard, de erker, de schouw en het trappenhuis met houten leuning. Verder is alles veranderd. Muren zijn weggebroken om ruimten samen te trekken, en zo verdwenen de inbouwkasten. Er zit een andere keuken in dan mijn nichtje had. De indeling en bekleding zijn wel praktischer en veel mooier dan voorheen. De muren zijn gewit en de vloer is met laminaat bedekt. Van binnenuit gezien komen de gekleurde ramen nu veel beter tot hun recht. Ik vermoed dat mijn oma de kroonluchters met tinkelend glas prachtig zou hebben gevonden.

Toch, terwijl ik de foto’s bekijk, is het voor heel even niet langer mijn oma’s huis. …
Maar dat moment gaat snel voorbij. Stel je toch voor zeg!

Ontwikkelingen in stroomversnelling

Even denk ik serieus aan fundraising om het huis als erfstuk terug te winnen. Mijn moeder weet dat de eigenaar aan mijn oom heeft gevraagd of hij het wil terugkopen. Mijn zus zou er zo wel weer willen wonen, nu het fraai is opgeknapt. Dat bedoelt ze figuurlijk, vermoed ik, want de steile trappen waren knap hinderlijk. Desondanks is en blijft het huis voor mij onbetaalbaar, letterlijk en figuurlijk.

Maar ik krijg zelfs niet de tijd om deze tekst rustig te voltooien. Want Funda meldt dat het al binnen vier dagen is verkocht!

Voordat alle informatie verdwijnt, bel ik gauw de makelaar en vraag om brochures. Tenslotte ben ik een achterkleinkind van de eerste eigenaar. Voor hem is dat een interessant detail. Hij blijkt zich te specialiseren in historische panden en had het huis zelf wel willen houden. Direct na het telefoontje stuurt hij mij de foto’s toe. En ik zoek voor hem foto’s van vroeger op, voor zijn dossier.

Wie de nieuwe eigenaar is, weet ik nog niet. Wel betreft het opnieuw een vader die oma’s huis voor zijn studerende kind koopt. En is dat eigenlijk niet de rode draad in dit verhaal? Steeds is er een vader die zijn dochter of zoon aan een goed onderkomen helpt.

En dan …

Je zou denken dat ik nu wel klaar ben met dit relaas. Maar er is werkelijk iets bijzonders gaande. Wanneer ik de website van de makelaar bezoek, val ik bijna van mijn stoel van verbazing. Ongelofelijk, maar echt waar: hij blijkt zelfs twéé panden van mijn overgroot- vader in verkoop te hebben! Wat een wonderlijke samenloop van omstandigheden! Vermoedelijk beseft hij het zelf niet eens.

O ja, klein detail: de vraagprijs van dat tweede pand bedraagt € 829.000.
En dan te bedenken dat overgrootvader meer van dergelijke panden bezat …

De makelaar heeft nog even de sleutel van oma’s huis ter beschikking. Hij heeft ons, de familie, uitgenodigd om binnenkort een kijkje te komen nemen.

Bronnen over het huis van oma

  • Architectuur & monumentengids Leiden, onder redactie van J. Dröge, E. de Regt en P. Vlaardingerbroek, Primavera Pers Leiden, 1996, ISBN 90-74310-11-7.
  • Krullen, lijnen en zweepslagen. Jugendstil in Leiden, P.A.F. Kotterman, Leids Verleden 3 – Dienst Bouwen en Wonen, Gemeente Leiden.
  • Een bouwtechnische beschrijving staat op Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

6 gedachtes over “Het huis van oma B.

  1. Heel mooi verhaal! Ik ken het pand, ga er weleens langs op een Jugendstilwandeling door Leiden. Meteen ook even op Funda gekeken, heel speciaal om het (opgeknapte) interieur te mogen bekijken. Nog redelijk geprijsd, en het lijkt me ondanks de wat kleine maat heel bewoonbaar.

Reacties zijn gesloten.