Bij dezen diverse taalkwesties

Soms verbaas ik mij echt over het gebrekkige taalniveau van mensen die op internet schrijven. Ik heb het over personen wier voorouders hier eeuwenlang woonden. En die zelf minimaal twaalf jaar naar school zijn geweest. Alsof taal niet belangrijk is. Er worden zelfs oorlogen om gevoerd. Toch durf ik weinig te zeggen over andermans taalfouten. Want mijn eigen taalbeheersing is evenmin perfect. Eigenlijk is dat geen wonder als je kijkt naar een standaardwerk op dit gebied. De Schrijfwijzer van Jan Renkema beslaat 590 pagina’s en zit boordevol details.

Je zou toch denken dat je het Nederlands goed leert beheersen wanneer je die taal continu hoort en leest. Maar nee. Relatief gezien gaan weinig mensen zorgvuldig met onze taal om. Door wat je als kind hoort, leer je al vroeg woordgebruik en zinsopbouw verkeerd toe te passen. Om over spelling maar te zwijgen. Wil je daarna alsnog goed spreken en schrijven, dan ben je de rest van je leven bezig met afleren en opnieuw beginnen. Je valt makkelijk terug in oude gewoonten en moet steeds alert blijven. Ik dus ook.

Deze week zag ik ‘Bij dezen stuur ik je …’ staan. De taalkundige in mij zat er gelijk bovenop. Nee, nee, het is: ‘Bij deze …’, maar zelf begin ik in zo’n geval de zin liever op een andere manier. Want ‘Bij deze …’ is ouderwets en ‘Hierbij …’ is ook niet meer zo vlot. Toen zag ik het nog ergens staan. ‘Bij dezen …’ En ik dacht: ‘Zijn zij nou gek of ben ik het?’ Uh, nu ja, ik gebruik die uitdrukking natuurlijk bijna nóóit. Maar ik zit dus al jaren fout.

Ik ga niet op elke slak in mijn tekst zout leggen. Want krampachtig nadenken over correct taalgebruik remt de creativiteit. Ik schrijf er gewoon maar wat op los en meng diverse stijlen. Corrigeren doe ik na afloop en voordat de tekst op internet komt. Maar schrijf ik consequent iets verkeerd, dan hoor ik het graag. Nu spit ik de recentste editie van de Schrijfwijzer door. Dat heb ik voor het laatst gedaan in 1991. Vandaar dat het één en ander is weggezakt.

6 gedachtes over “Bij dezen diverse taalkwesties

  1. Ingrid van Bouwdijk

    Is weggezakt en verandert sinds 1991, neem ik aan. Mijn moeder ergert zich dood aan mensen die het hebben over: “Ik heb mijn boek niet bij”. Dan is het altijd: “Hoezo `bij’?; het is: `bij me’!” Later las ik dat als men in Nederland maar vaak genoeg “bij” gebruikt en niet “bij me”, dat dit dan op den duur officieel taalgebruik wordt. Taal is een levend iets.

    1. Het is beslist waar dat taal continu verandert, net zoals de samenleving en de tijd waarin we leven. Ik heb soms moeite met uitdrukkingen die een rechtstreekse vertaling uit het Engels zijn. Zoals: ‘ik ben druk’, terwijl iemand dan bedoelt dat hij het druk heeft. Als je druk bent, praat en beweeg je veel, lijkt mij. Maar zo slopen vroeger ook veel woorden uit het Frans in onze taal. Die werden maar wat graag overgenomen omdat het de taal van de elite was. Bovendien hebben nieuwe producten ook nieuwe namen. Die zin met ‘Ik heb mijn boek niet bij’ ken ik niet. Is dat streektaal?

    1. Waarschijnlijk is dat inderdaad zo, zeker als het om beleidsdocumenten gaat.
      In de Schrijfwijzer zie ik nu diverse veranderingen sinds de editie van 1989. Renkema wijst op woorden en gebruiken uit de praktijk die na verloop van tijd werden geaccepteerd. Alleen dringt dat in sommige kringen minder snel door.

  2. Ingrid van Bouwdijk

    Nog even terugkomend op je reactie: “Ik heb mijn boek niet bij” is blijkbaar Brabants dan, want dat is waar mijn ouders wonen. Een medestudent uit Wageningen was ooit hevig ontzet toen ik zei: “Ik zou er een moord voor willen doen”. Hij nam het erg letterlijk en ik bedoelde alleen te zeggen dat ik iets heel graag wilde. Die uitdrukking wordt dus ook niet overal gebruikt.

    1. Die eerste uitdrukking zag ik gisteren zelfs in de Schrijfwijzer staan als typisch Brabantse uitdrukking, dus dat klopt helemaal. Die tweede ken ik ook wel. Misschien vond ze het een nogal stellige kreet. 😉

Reacties zijn gesloten.