Time management in Samoa

Onlangs ontving ik een uitnodiging voor een sollicitatiegesprek op een collectieve feestdag. Tegenwoordig lijkt alles 24/7 door te gaan. Tijdsbesef is kenmerkend voor verschillen tussen culturen. Zelf ben ik van nature een mengeling van een beetje Noordzee met golven Méditerranée en Stille Zuidzee. Qua tijdsgevoel dan en dit is soms onhandig in de Randstad.

Als ik hier ben, pas ik mij tot op zekere hoogte aan. Dat moet wel, anders loop je aan alle kanten vast. Ik heb werkweken gekend van drie dagen, maar ook van zeven dagen. Toen ik met het opstarten van mijn bedrijf bezig was, had ik een vaste baan voor dertig uur per week. In combinatie werkte ik regelmatig van 7 uur ’s morgens tot 11 uur ’s avonds. Als je gedreven en bevlogen bent, kan je enorm veel aan.  Ik besef waarom veel zelfstandig ondernemers zoveel uren werken. Vaak doen ze dat werkelijk uit vrije keuze en paradoxaal geeft hen dat een gevoel van vrijheid. Ik deed het graag. Alleen niet voor altijd.

Als je in Western Samoa bent, is het niet vreemd wanneer de bus drie uur later vertrekt dan oorspronkelijk gepland. De chauffeur gaat op het afgesproken tijdstip eerst nog een rondje rijden door de stad. Hij haalt hier wat stekken van bananenplanten op en daar enkele passagiers. Hij rijdt even langs het benzinestation en stopt dan bij het café om de hoek. Alle passagiers stappen op hun gemak het busje uit en nemen plaats op het terras. Een kwartiertje later kruipt het hele stel weer terug in de bus. Minus één die voor de gezelligheid meereed. De rit gaat weer verder, terug naar het busstation. Even wachten, sigaretje roken, praatje maken, een paar schoppen tegen banden geven, nog een passagier met grote pakketten verwelkomen en dan, uiteindelijk, gaan we eens op pad. Da’s heel normaal hoor. Hopelijk heb je geen darmkrampen, zoals mijn reisgenoot toen had, want dan wordt het wel een martelgang.

Gewoonlijk is zo’n busrit een heerlijke gelegenheid om de couleur locale op te snuiven. Dat snuiven gaat goed, want alle ramen staan open en bij een temperatuur van 30 graden ruik je ook wel eens wat van je samengepropte medepassagiers. Die overigens moddervet zijn, ook dat is heel normaal in Samoa. Want het leven is daar behoorlijk goed. Zeker als je familie hebt in Auckland of Los Angeles die regelmatig wat geld toestuurt. Kan je weer een nieuwe TV kopen. Van oudsher is er voedsel in overvloed en tot de blanken kwamen, waren er weinig ziektes in het eilandenrijk. Er werd weleens een stammenstrijd gevoerd, maar dat mag geen naam hebben. Stoere mannen moeten tenslotte hun energie kwijt.

In Samoa kan het gebeuren dat je in de middag bij je strandhut arriveert. Zo’n rieten bouwwerk op palen met gevlochten matten die je ’s avonds als muur naar beneden kan laten zakken. En dat de matrassen dan nog niet van lakens zijn voorzien. Gewoon, omdat de eigenaresse moe is. Moe, dat begrijp je toch wel. Dan doe je dus even niets. Heel normaal.

Ik vind dat inderdaad normaal. Voor een doorsnee gestreste westerling is het even wennen. Maar met een beetje geluk daalt dan de wijsheid van hun leefwijze in. Want er schuilt een grote waarheid in het paradijselijke van Polynesië. Die omschrijving is er niet alleen vanwege de werkelijk mooie mensen en schitterende landschappen, de overvloed aan voedsel en schone omgeving. Het zit hem vooral in hun time management.

En ik, ik stapel door mijn reizen cultuurschok op cultuurschok, en wil nooit meer aan onze 24/7-leefwijze wennen. Ja, dit lijkt haaks te staan op wat hierboven staat over zelfstandig ondernemen. De clou zit hem in keuzevrijheid. En in luisteren naar je lichaam en geest.

Fijn pinksterweekend!