Geboortebeperking als redding

Kenia, ongeveer negen jaar geleden. Ik zit in ons kantoor in Nairobi en Esther, mijn hoogopgeleide Keniaanse collega is aan het woord. Ze wil er niet meer. Ze heeft er nu wel genoeg. Drie kinderen heeft zij gebaard. De inwonende hulp zorgt voor de kleintjes terwijl zij en haar man werken. Met hun gezamenlijke inkomen kan het stel de kinderen een mooie toekomst bieden. Maar haar familie loopt haar continu te pushen om er meer te krijgen. Esther peinst er niet over. Genoeg is genoeg. En haar man vind het zo ook wel best.

Diverse vrouwelijke Keniaanse collega’s knikken en hummen instemmend. En lachen met veelbetekenende blikken. Zij weten waar Esther het over heeft. Ook zij hebben keihard gewerkt om de positie te bereiken die zij nu hebben. Toch, zie je maar eens te onttrekken aan de dwang van tradities van familie die is achtergebleven op het platteland.

Geboortebeperking, of beter gezegd familieplanning, is vaak een ondergeschoven kindje in landen waar men met armoede kampt. Dit speelt in delen van Afrika, het Midden-Oosten en Azië. Het vergt een grote omschakeling in denken, vooral op het platteland. Eeuwen- lang werd een grote kinderschare als weelde gezien. In traditionele gemeenschappen is dat nog steeds zo, terwijl de wereld eromheen niet stilstaat. Maar een grote kinderschare leidt tegenwoordig vaker tot armoede en conflicten.

In alle werelddelen heb je vooruitstrevende mensen en groepen die minder snel vooruit komen. Om welke reden dan ook. Overal leven mensen die iets van huwelijk willen maken en om hun kinderen geven. Zolang alles goed gaat, is er misschien weinig aan de hand. Maar bij problemen zijn vrouwen gewoonlijk slechter af dan mannen.

De gebruiken verschillen per stam, maar hier volgt een concrete situatie uit ruraal Oost-Afrika. Wanneer je vader bent van een paar kinderen, heb je goedkope werklieden voor op het veld, herders om je kudde te weiden, hulpjes om de oogst te verwerken en vertrouwelingen die voor je zorgen op je oude dag. Ben je vader van veel kinderen, dan is je status bij je maten gegarandeerd. Heb je als vrouw veel kinderen, dan geven zij ook jou status, maar draag je eveneens een flinke last. Want in veel plattelandsgemeenschappen ben jij degene die ze moet voeden, kleden en hun schoolgeld betaalt. Dat zijn niet de taken van pa.

De vader brengt bij zijn huwelijk een stukje land in dat jij als vrouw de rest van je huwelijk mag bewerken. Dat huwelijk geeft jou toegang tot land en een middel van bestaan. Zorg jij voor een goede oogst, dan kan je daar mooi de schooluniformen van betalen. Maar heb je toevallig de verkeerde echtgenoot getroffen? Dan heeft je man het volste recht om met de oogst naar de markt te gaan en al het geld voor zichzelf te houden.

Het wijkt nauwelijks af van Europa honderd jaar geleden. Toen moesten arme vrouwen van fabrieksarbeiders op betaaldag hun man onderscheppen voordat hij het café indook en al het geld opzoop. Excusez le mot. Het stemrecht voor vrouwen kwam bij ons pas in 1917.

Terug naar Afrika. Word jij in een patriarchale samenleving weduwe, dan ontstaat er een lastige situatie. Je mag hopen dat je een zoon hebt die de grond van zijn vader erft. Zo niet, dan gaat het eigendom waarschijnlijk naar de broer van je overleden man. Dit kan nogal vervelend uitpakken. Want als de zoon of de broer die grond volledig voor zijn eigen gezin opeist, zal jij als berooide weduwe moeten opkrassen. Ik verzin dit niet. Het is de realiteit anno 2014 op het platteland in Kenia.

Wat ik maar wil zeggen: een grote kinderschare is van oudsher in het voordeel van vaders in patriarchale samenlevingen. De moeders zijn afhankelijk van de welwillendheid van hun zonen. Mede daarom voeden Marokkaanse moeders hun zonen tot prinsjes op. Deze uitspraak komt van Ayaan Hirsi Ali. Zij komt zelf uit een traditionele samenleving. Ook het volgende zal ik niet licht vergeten. Een vrouw uit het Midden-Oosten vertelt trots hoeveel kinderen zij heeft. Wel zes. (Zonen. Plus vier dochters, maar die zijn het vermelden niet waard.)

Kinderen en vrouwen zijn een soort productiemiddelen in rurale patriarchale samen- levingen. Vraag je wat vrouwen zelf willen, dan ontstaat er een ander beeld. Ja, ook zij zijn trots om moeder te worden en zij houden van hun kinderen. Maar als ze de keuze hebben, vinden ze vier of vijf kinderen meestal wel genoeg. Slechts een enkeling kiest bewust voor een kinderschare van tien of twaalf. Dat is in hedendaags Barneveld net zo.

Hoge kindersterfte en verzekering van de eigen oude dag spelen een rol bij de wens om voldoende kinderen te krijgen. Economische ontwikkeling, scholing, hygiëne, voorlichting, beschikbare gezondheidszorg, overheidsbeleid en wetgeving zijn hierop van invloed. Inmiddels loopt de kindersterfte wereldwijd terug. Al gaat dat in sub-Sahara Afrika aanzienlijk langzamer dan in andere regio’s. Toch zijn er meerdere uitzonderingen. Zoals Saoedi-Arabië, waar ondanks welvaart en medische zorg het geboortecijfer zeer hoog blijft. Niet geheel toevallig is de positie van vrouwen daar bijzonder zwak. Even schrijnend is de situatie in Pakistaan en Afghanistan, waar mannen niet altijd bereid zijn om geld aan zorg of scholing voor vrouwen te besteden.

Vrouwen uit de laagste klassen weten welke last er op hun schouders drukt. Ze moeten die kinderen zelf ter wereld brengen. Door huwelijken op zeer jonge leeftijd en door zwaar werk ontstaan complicaties bij zwangerschappen en bevallingen. In Holland trouwden arme vrouwen eeuwenlang wel boven hun twintigste. Vergeleken met Afrikaanse en Arabische kindbruidjes scheelde dat al gauw vier zwangerschappen. Zonder medische voorzieningen lopen meisjes en vrouwen een reëel risico bij elke bevalling. Met fistels en incontinentie, handicaps of sterfte tot gevolg. Of mogelijk verstoting door hun man. De mannen van kindbruidjes zijn gewoonlijk veel ouder, en vaak is zij zijn tweede of derde vrouw.

Hebben ze in ontwikkelingslanden dan geen liefdevolle relaties? Natuurlijk zijn die er genoeg. Maar het punt is dat vrouwen in veel patriarchale samenlevingen zijn overgeleverd aan de willekeur van mannen. Wetgeving is er zelden in het voordeel van vrouwen. Het maakt weinig uit of wetten zijn gebaseerd op stamrecht, religie of nationale jurisprudentie. De meest dramatische toestanden ontstaan bij scheidingen (vrouwen verliezen bijvoorbeeld zeggenschap over hun kinderen), verdeling van bezit en erfrecht (verlies van inkomen en bestaanszekerheid).

Het is trouwens een dooddoener om te stellen dat de Islam voor overbevolking zorgt. Kijk naar het grootste Islamitische land ter wereld. In Indonesië promoot de overheid wel degelijk familieplanning. Op billboards langs de weg staat overal het ideaal: papa, mama en een paar kinderen. Het is maar net welke leider er aan de macht is. Anderzijds kan gezinsuitbreiding inzet van politieke machthebbers zijn om tegenwicht te bieden aan groeiende minderheden. En dan was er recentelijk nog een paus die het gebruik van condooms verbood. Lekker handig nu half zuidelijk Afrika HIV-geïnfecteerd is.

Dit alles heeft weinig te maken met specifieke wensen van vrouwen.
Politieke machthebbers, rechters, stamoudsten, geestelijke leiders en legeraanvoerders zijn overwegend mannen. Zij maken de dienst uit en hebben meestal een belang bij behoud van de status quo.

Wereldwijd wil vermoedelijk wel degelijk een groeiende groep mannen minder kinderen. Dat blijkt al uit landen waar het geboortecijfer is gedaald. Evenals in Europa zijn hoogopgeleide paren voorlopers op dat gebied. De middenklasse ziet dat ze een betere toekomst aan kroost kan bieden, wanneer ze het aantal kinderen beperkt. Wat armere mannen vaak in de weg staat, valt te lezen op ipsnouvelles.be. Ik plaats hier ingekorte alinea’s, omdat het artikel aansluit op de complexiteit van mijn verhaal van gisteren.

The Security Demographic: Population and Civil Conflict After the Cold War (2003)

De Amerikaanse organisatie Population Action International verrichtte in 180 landen academisch onderzoek en publiceerde in 2003 het rapport ‘The Security Demographic: Population and Civil Conflict After the Cold War’. De resultaten draaien vooral rond de zogenaamde ‘demografische revolutie’. Dat is het proces waarbij gezinnen steeds kleiner worden en mensen gemiddeld steeds langer gaan leven.

Gedeeltelijk hebben ontwikkelingslanden waar de demografische transitie blijft steken, dat aan zichzelf te wijten. Meestal heeft de bevolking er onvoldoende toegang tot voorbehoedsmiddelen, informatie over gezinsplanning en tot gezondheidszorg. Vrouwen worden er vaak gediscrimineerd of kunnen nauwelijks naar school gaan. De vruchtbare landbouw- grond is slecht verdeeld of het ontbreekt kleine boeren aan middelen en kennis om goede oogsten binnen te halen. En/of er heerst schaarste aan water.

Landen met hoge geboortecijfers hebben acht keer vaker te maken met ernstige sociale onlusten dan landen waar gezinnen kleiner zijn. Landen waar de bevolkingsgroei in de steden meer dan vier procent bedraagt, glijden dubbel zo vaak af in burgeroorlogen dan landen waar de verstedelijking minder snel gaat. De meeste landen met een hoog conflictrisico liggen in West- en Oost-Afrika, het Midden-Oosten en Zuid-Azië.

De industrielanden besteden aandacht aan de regio’s, maar dan vooral in het kader van de oorlog tegen het terrorisme en om de aanvoer van olie en aardgas te verzekeren. Veel rijke landen geven ontwikkelingsgeld uit aan gezinsplanning en initiatieven om meisjes en vrouwen een betere toegang tot onderwijs te bieden. Maar onder druk van de anti-abortusbeweging heeft de Amerikaanse regering de kraan dichtgedraaid voor hulporganisaties en gezondheidsinstellingen die zich onvoldoende distantiëren van vruchtafdrijving. Daardoor zijn programma’s voor gezinsplanning in veel Afrikaanse en Aziatische landen in de problemen gekomen.

En dan de landbouwsubsidies. Japan, de EU en de VS pompen massa’s geld in hun landbouwsector. Wat de wereldmarktprijzen doet dalen en miljoenen kleine boeren in de ontwikkelingslanden dwingt hun akkers te verlaten en naar de steden te trekken. [Waar al een groot, gefrustreerd leger aan jongvolwassenen met onvoldoende werk rondhangt.]

17 gedachtes over “Geboortebeperking als redding

  1. Ingrid van Bouwdijk

    Interessant. En ook apart om te bedenken dat ik in de jaren 80 helemaal tegen het promoten van Family Planning was. Mijn afstudeerscriptie ging over bevolkingspolitiek in Latijns Amerika en was ingegeven door het feit dat er genoeg mogelijkheden zijn om 2 x de wereldbevolking te voeden. Het ging om verdeling van welvaart en de boosdoener was niet bevolkingsgroei. In die tijd werd er in Wageningen gesproken over geheime documenten uit de VS die pleitten om heel veel energie te steken in het tegengaan van de overbevolking in ontwikkelingslanden en daaraan ten grondslag lag de angst voor een alsmaar uitdijende gekleurde bevolking. Het riekt nogal naar complottheorieën, maar er zat zeker een kern van waarheid in. In die tijd waren er schandalen die wezen op het ongewild steriliseren van vrouwen in Puerto Rico tijdens een keizersnede en het omkopen van hongerige mensen met een zak rijst als zij zich maar lieten steriliseren. De voetafdruk van iemand in een ontwikkelingsland is vele malen kleiner dan die van iemand in een industrie-land, dus als je iets aan het milieu wil doen, dan moeten we vooral hier nog minder kinderen krijgen.
    Inmiddels zie ik het anders. Precies om de redenen zoals je in je stuk beschrijft.

    1. Hoi Ingrid,
      Jouw reactie is eveneens interessant. Ik kan mij vaag wel dit soort complottheorieën herinneren die samenhangen met een inmiddels weer deels achterhaald tijdsbeeld. Het zijn momenteel vooral de extreem hoge geboortecijfers die paradoxaal in combinatie met verbeterde gezondheidszorg e.d. nu voor acute problemen zorgen. Dit omdat de rest van de ‘benodigdheden’, zoals voldoende werk, huisvesting, beschikbare landbouwgrond e.d. niet gelijk op meegroeien. Daarnaast ben ik begaan met de positie van vrouwen waarvan een deel niet bepaald baas in eigen buik is.
      Groetjes,
      Karin

  2. Ingrid van Bouwdijk

    “Sex is a poor men’s leasure”, zegt mijn man weleens. Hij zegt altijd dat echte plattelands vrouwen in zijn stam gedeelten van het jaar weinig omhanden hebben (geen drukke banen buitenshuis), en de mannen nog minder. Er is geen recreatie in de vorm van sport, TV, etc. Alles draait om kinderen baren en verzorgen, vooral voor vrouwen. Ik moet erbij zeggen: hij komt uit West Kenia en daar leeft men ook niet in een gebied waar je elke dag 20 km moet lopen om water te halen. Bepaalde delen van het jaar, niet tijdens het oogsten, is het in ieder geval erg relaxed. En er is geen licht, dus mensen gaan vroeg naar bed. Als hier het licht hier bij hoge uitzondering uitvalt zijn er 9 maanden later ineens ook meer kinderen….
    Inderdaad is geen baas in eigen buik is ook niet overal het geval. In die stam van mijn man dien je je vrouw goed te ‘bedienen”. En dat geldt voor meerdere Bantu stammen. Er zijn op het moment protesten gaande in Kenia, georganiseerd door Kikuyu-vrouwen omdat hun mannen zoveel zuipen dat ze niets meer presteren in bed. Het kindertal holt achteruit.
    Tijdens mijn verblijf in Kenia werd er door de staf waarmee ik werkte weleens gegniffeld als ik het over die arme vrouwen had, die maar te pas en te onpas besprongen werden. Er zat een andere kant aan het verhaal. Als een vrouw ontevreden was over haar sex-leven ging ze naar de elders (wijze oude dorpelingen) om te klagen. Die man werd dan op het matje geroepen en gevraagd: “Why don’t you eat her porridge?”.

    1. O zeker, dit soort uitspraken komen mij bekend voor, in steden en vooral op het platteland. Dit soort humor en taferelen passen mooi bij een leefstijl die om zaaien en oogsten draait. Ik weet dat het gebrek aan elektriciteit of TV ook op het platteland in Ethiopië speelt. In Bahir Dar gingen de mensen vroeg naar bed en was de kinderschare groot. Zo zie je maar weer. Zorg voor elektriciteit en het geboortecijfer daalt vanzelf. 😉

  3. Interessant verhaal en interessante reacties, en nog even en je hebt je gewenste discussiegroep via je blog. In elk geal is duidelijk dat het lastig is het hele verhaal compleet te krijgen. En waarom zou je dat ook willen? Meestal heb ik niet meer nodig dan een antwoord op een ongenuanceerde opmerking tijdens een verjaardag in de trant van ‘ze zouden wat aan dat doorfokken in Afrika moeten doen’. Waarbij ik dan opmerk dat er een directe relatie is tussen armoede en kinderschare, en tussen welstand en geboortebeperking. Jouw verhaal is een onderbouwing van dat antwoord en ik sluit me bij je aan. Maar voor het hele verhaal heb ik geen tijd, want het gesprek gaat al weer ergens anders over.

    Mijn overtuiging is wel: eerst welstand, dan geboortebeperking. Het werkt niet andersom: eerst moeten vrouwen vertrouwen hebben in hun eigen toekomst, overtuigd zijn dat er leven is zonder kinderschare. Dus eerst werken aan vrouwenrechten, grondrechten, onderwijs, welstand, rijkdom, veiligheid, minder kindersterfte, en dan pas geboortebeperking. Geboortebeperking van boven opleggen is anders een misdaad en daarmee sluit ik me aan bij de complottheorie van Ingrid.

    Ik hield eens een cursus voor plattelandsvrouwen in het uiterste westen van Zambia. Bij het kennismakingsrondje zei iedereen ook hoeveel kinderen ze had en wat haar toekomstdroom was. ‘Zes kinderen, waarvan twee levend’, ‘vier kinderen, waarvan een levend’, dat soort antwoorden waren typisch. De overigen waren dood, gestorven als baby, kind of later aan AIDS. De helft van de bevolking daar had AIDS, de jongeren vrijwel allemaal dus. De toekomstdromen waren duidelijk: welstand bij ouderdom, iemand die voor ze zorgde etc etc. Vrijwel allemaal hadden ze kleinkinderen te verzorgen: hun dochters waren dood.

    1. Hoi Mathilde,
      Met die discussie gaat het zeker de goede kant op. 😉 Je schrijft ‘In elk geval is duidelijk dat het lastig is het hele verhaal compleet te krijgen. En waarom zou je dat ook willen?’ Een verjaardag is er inderdaad de setting niet naar om ergens diep op in te gaan. Maar in mijn directe vriendenkring ligt dat anders.

      Ik wil voor mijzelf wel degelijk het hele verhaal compleet krijgen. Sterker, diepgaand onderzoek verrichten naar onderwerpen die mij interesseren, is nu juist mijn grootste hobby. Ik was al tijden van plan om iets te schrijven over geboortebeperking in combinatie met vrouwenrechten. Dit omdat het mij zo aangreep toen ik mij tien jaar geleden verdiepte in de positie van vrouwen in polygame huwelijken wereldwijd. Dat is zo’n uit de hand gelopen ‘onderzoekje’, net als genealogie. Op mijn blog zijn meerdere kettingreacties te vinden naar aanleiding van een enkel woord. Dat maakt bloggen extra leuk en ik hoop dat het ook anderen boeit.

      Ik begrijp je redenering achter ‘eerst welstand, dan geboortebeperking’ en de AIDS-problematiek op persoonlijk niveau herken ik ook (helaas). Zelf ben ik voorstander van en/en, zodat mensen de mogelijkheid hebben om zelf hun tijdstip te bepalen. Dwang is zelden goed. Stimuleren op een positieve manier in samenhang met andere ontwikkelingen, spreekt mij wel aan. Ontwikkelingen binnen een land of regio gaan per welvaartsgroep vaak in verschillende snelheden tegelijkertijd. De ene groep kan sneller aanhaken dan de andere.
      Groet,
      Karin

      1. Vroeger toen ik werkte in ontwikkelingswerk / noodhulp waren discussies boeiend en nodig om me steeds meer te verdiepen in het vak. Ook ik houd ervan om een onderwerp uit te spitten. Boeiend, maar toch vaak een discussie die wellicht in honderden kamers over de hele wereld wordt gevoerd zonder dat er iets mee verandert. Nu zit ik in de gemeenteraadspolitiek. En daar probeer ik dat argument te vinden dat het meest aanspreekt zodat ik de tegenstanders overtuig. Ook dan moet je heel veel weten van een onderwerp om goed een afweging te kunnen maken, maar spitten als intellectuele uitdaging is er minder bij. Hoewel ik dat nog steeds veel doe, bijvoorbeeld over de veranderingen in de verzorgingsstaat en de gevolgen daarvan voor ouderen. Maar dat is dan wel altijd een onderzoek met als doel invloed op het proces.

        Wat betreft family planning: de twee ontwikkelingen zouden inderdaad gelijk op moeten gaan. Vrouwen kunnen zich niet ontwikkelen als ze een te grote kinderschare om zich heen hebben, zie jouw alineas over de relatie tussen kinderschare en armoede. Maar het is mijn overtuiging dat vrouwen zelf minder kinderen willen als ze zelf vertrouwen hebben in hun toekomst en geloof in hun welstand. Dan moeten ze wel op de hoogte zijn van de mogelijkheden, daar kun je als buitenstaander aan werken en je kunt als buitenstaander werken met het wegnemen van vooroordelen tegenover vrouwen met minder kinderen.

        Ha, ik herinner me nog iets: ken je het boek van Werner, where there is no doctor? Er is ook zo’n zelfde boek over vrouwenzaken. Ik had dat, en dat was superpopulair onder mijn personeel, dat wilde het vaak lenen om mee naar huis te nemen om iets te laten zien aan een kennis, en dat gaf ik nogal eens weg aan Afrikaanse vrouwen. Die zullen het wel verstopt hebben voor hun mannen, maar er intussen met hun vriendinnen veel in hebben gelezen.

      2. Hoi Mathilde,
        Het is boeiend om te lezen hoe jij in je huidige werk voor de gemeenteraad discussies benadert. Eigenlijk klinkt het heel logisch om het argument te vinden dat het meest aanspreekt om anderen te overtuigen. Zo bewust ben ik er nog niet mee omgegaan. Zelf zat ik altijd wat meer in de hoek van informatievoorziening. In elk geval zit jij op een positie waarin je hopelijk ook echt iets bereikt.
        Verder ben ik het helemaal met je eens met de tweede alinea.
        Wat het boek van Werner betreft, dat schijnt wereldwijd stukgelezen te worden. Dit staat ook nog op Wikipedia: The New Where There Is No Doctor is currently in development as an entirely new book. This project takes on the health demands of the 21st century, with entirely new information on diabetes, cancer, HIV/AIDs, first aid, and various other topics. Lijkt mij zeer nuttig. Nog mooier is als de informatie vrij toegankelijk wordt via mobiele telefoon. Zoals bijvoorbeeld marktinformatie al via mobieltjes wordt verstrekt met prijzen van producten voor boeren in afgelegen gebieden. Dan kunnen ze minder makkelijk worden misleid door tussenhandelaren.
        Groet,
        Karin

  4. hoi Karin,

    leuk dit gesprek.

    De Werner is een geweldig boek, maar ik doel op een ander soortgelijk boek: Where women have no doctor. Net zo goed en net zo dik als de algemene Werner, maar dan specifiek voor vrouwenziekten en klachten. En dat is voor velen een groot taboe en lastig gespreksonderwerp. Het boek staat vol tekeningen van het vrouwelijk lichaam, behandelt echt alles omtrent zwangerschap, voorbehoedsmiddelen, geboorte, geslachtsziektes, etc etc en was voor mijn twee werksters (twee, zodat ze vrij konden nemen als ze dat nodig hadden voor thuis en ze geen lange dagen maakten) vrijwel dagelijkse kost bij de lunch. Eerst giebel giebel natuurlijk, maar na enige tijd namen ze het boek serieus en namen het vaak mee naar huis om aan iemand te laten zien. En dat mocht van mij, sterker nog, aan het eind heb ik het ze gegeven en zelf een nieuwe gekocht.

    1. Mooi verhaal. Ik kan mij voorstellen dat zo’n boek voor mensen met weinig anatomische kennis echt revolutionair is en veel kan verklaren. Mooi ook hoe leergierig de dames reageerden. Het is mij vaker opgevallen dat vrouwen die nauwelijks toegang hebben tot goed onderwijs, elke kans aangrijpen om meer te weten te komen.

      1. Ja veel vrouwen zijn super leergierig, vaak juist zij die nauwelijks kansen hebben gehad. Heerlijk om die leergierigheid een beetje te voeden. Iedereen die voor mij werkte mocht van mij een cursus/ korte opleiding volgen. Een huishoudster in Bolivia deed een kappersopleiding, een ander een EHBO-cursus, een derde een cursus machinaal borduren. Deze twee werksters in Zambia deden bij de kerk een cursus kleding naaien (op mijn Singer handnaaimachine) en gingen schooluniformen naaien als bijverdienste. Helaas overleed een van hen aan AIDS. De ander heeft na het werk bij mij nog jaren schooluniformen genaaid in opdracht als eigen bedrijfje. Leuk toch?
        Ik had uiteraard ook mannen aan het werk, die gingen allemaal voor een rijbewijs, en de meesten is dat ook gelukt.

      2. Zo blijkt maar weer hoe handig en welbesteed een praktijkgerichte opleiding kan zijn. En dat er niet altijd ingewikkelde plannen nodig zijn om mensen iets te laten bereiken.

      3. Ik zie het zo. In een ideale situatie komt er een wereldwijd programma waarin mensen volgens het principe van train de trainer worden opgeleid op tal van terreinen. Die gaan dan heen en vermenigvuldigen het aantal mensen dat in deze kennis deelt. In de echte wereld zullen we tot in de lengte der dagen te maken hebben met mensen in machtige posities die hun eigenbelang of eigen groepsbelang voorop stellen. Zoals grote beleggers, politieke leiders en tal van dorpsoudsten die geen boodschap hebben aan vrouwenrechten. Intussen proberen we een gulden middenweg te vinden, door zo veel mogelijk mensen tot een goed geïnformeerde middenklasse te ‘verheffen’. Onder andere omdat die als groep gewoonlijk politieke veranderingen kan bewerkstelligen. In Europa is dat redelijk gelukt, maar ook nog niet ideaal.
        Het zou zo maar kunnen zijn dat een van jouw werkneemsters twintig andere familieleden en vriendinnen heeft verteld over wat zij in het boek heeft gelezen.

      4. Prachtig verwoord. Inspirerend zoals jij denkt, dat zet mij ook weer aan het denken. Ik hoop hier later – of op een ander bericht van je – op terug te komen, want nu roept eerst vanavond de politiek. En dat is een andere tak van sport, maar gaat ook over samenleving en verandering.

  5. Pingback: Vluchtelingenbeleid: input voor de EU-migratietop – Raam Open

Reacties zijn gesloten.