Het wevershuis in Leiden – een persoonlijk verhaal met literatuurlijst

Heb je al eens gehoord van Museum het Leids wevershuis? Zeg maar huisje. Dit pandje staat in een Leidse lakenwerkerswijk op de Middelstegracht. Het stamt in de huidige vorm uit ongeveer 1626. Ik beschouw dit als het aandoenlijkste museumpje van de stad. Zeer bevlogen vrijwilligers heten je er welkom. Zij kunnen vertellen over de geschiedenis en over weefsels. In 2001 kwam ik er voor het eerst tijdens de Open Monumentendagen. De laatste bewoner was vertrokken en het huisje verkeerde in vervallen staat.

Vanaf de straat leidt de deur naar een lange gang in het huis. Die loopt rechts langs het voorhuis en de ommuurde binnenplaats naar het achterhuis (de keuken). Bij binnenkomst zie je links de werkkamer, waar standaard een groot weefgetouw bij het raam stond. Het huidige getouw neemt de meeste ruimte van die kamer in beslag. Hierna zie je de steile houten trap naar de vliering. Het volgende woonkamertje bevat de bedstede en een ingebouwde kast onder de trap. Er is een potkachel en een raam naar de binnenplaats.

Als je in de gang verder loopt, kijk je door ramen op dat plaatsje. Daarna kom je bij het achterhuis uit. De kamers en binnenplaats meten ongeveer 4 bij 3,5 meter. Er leefden grote gezinnen in zulke huizen. Vaak met een inwonende opa, ongetrouwde zus of  onderhuurder erbij.

In de winter worden rondom de potkachel lezingen gegeven. Dan zit je met twintig man heel knus in het kamertje met de bedstee. Steevast komen daar rasechte Leidenaren op af, die zich met de lezing bemoeien. Want ze kunnen flink tekeer gaan, maar ze zijn ook enorm trots op hun geschiedenis en stad.

Ik kan moeilijk beschrijven wat er door mij heen ging toen ik het die eerste keer betrad. Het was nog geen museum en de conservering van het huisje moest nog beginnen. Het was alsof ik een driehonderd jaar oude tijdcapsule betrad. Alles stond er verstild bij. Heel even, tot de volgende bezoekers kwamen. Een magische minuut lang was het mijn exclusieve domein.

Op de vliering zag ik de wolken door kieren bij gebroken dakpannen voorbij drijven. Er lag nog wat stro. Her en der waren andere sporen zichtbaar van vorige bewoners. Eindelijk zag ik alles glashelder voor me. Het was zelfs tastbaar. Hoe hun huisje eruit zag, hoe het er rook, hoe eenvoudig en kaal het er was. Hoe de bewoners er kookten, wasten, sliepen, aten, werkten en zich vermaakten. Waar het hok voor een varken op de binnenplaats was. Hoe ze geleefd hadden en waar ze zich gewarmd hadden. Mijn voorouders en verwanten. Een familienaam staat op de muur.

Zeven jaar lang wijdde ik zeeën van tijd aan een onderzoek naar mijn voorouders. Dat begon met een vermiste man uit diezelfde wijk in Leiden. Ik kon nog niet bevroeden hoeveel Leidse verwanten er achter hem schuil zouden gaan. Er zijn tientallen lijnen, vooral als je terugkijkt vanaf mijn moeder. Die eindigen, zoals het Leidse families betaamt, meestal in het buitenland.

Maar ik vond ook iets zeer speciaals. Want er is een ononderbroken lijn in Leiden zelf. Die gaat terug tot vóór de Spaanse belegering in 1573 – 1574. Dat kan hooguit een enkeling van binnen de singels zeggen. En ja, ik ben geboren op de Hooigracht.

Voor zover ik nu weet, is er geen andere plek ter wereld waar ik zo’n wijdvertakt wortelstelsel heb. Juist in het wijkje van het wevershuis woonden de meeste voorouders. Als je goed de sfeer in de Groenesteeg proeft, zie je een pittoresk Frans straatje verschijnen. En als je aandachtig luistert, hoor je het koeterwaals van Vlaamse en Waalse immigranten. Ooit woonde ik daar bij een kruising van voetstappen, op de Uiterstegracht. Toen nog volledig onwetend, maar omringd door de huizen van mijn voorouders.

Literatuurlijst
Voor liefhebbers voeg ik een aanbevolen literatuurlijst toe. Een aantal oude boeken is nog via antiquariaten te koop. Je vindt ze eveneens in de Leidse collectie van de Openbare Bibliotheek, in Leiden uiteraard.

  • Leidse wevershuisjes, Het wisselende lot van de 17e eeuwse Leidse arbeiderswoningen, K. van der Wiel, Primavera Pers, 2001.
  • Schering en inslag, Wandelgids langs monumenten van wonen, werken en sociale zorg in 650-jarig Pancras Oost, Stichting Het Leids Wevershuis, 2005.
  • Historische plattegronden van Nederlandse steden, deel 7 Leiden, samengesteld door S. Groenveld, R.C.J. van Maanen, W.E. Penning, m.m.v. P.J.M. de Baar, Stichting Historische Stadsplattegronden, 1997.
  • Architectuur en monumentengids Leiden, red. J. Dröge, E. de Regt, P. Vlaardinger- broek, Primavera Pers, 1996.
  • Buurthouden, De geschiedenis van burengebruiken en buurtorganisaties in Leiden
    (14e – 19e eeuw), K. Walle, uitgeverij Ginkgo, 2005.
  • In de nieuwe stad, Nieuwkomers in Leiden, 1200 – 2000, red. J. Moes, C. Smit, E. van der Vlist en IJ. Woensdregt, Dirk van Eck-Stichting, 1996.
  • Leidse wevers onder gaslicht, Schering en inslag van Zaalberg dekens onder gaslicht (1850-1915), uitgave J.C. Zaalberg en Zoon, 1952.
  • Stof uit het Leidse verleden, Zeven eeuwen textielnijverheid, red. J.K.S. Moes en B.M.A. de Vries, uitgeverij Matrijs, 1991.
  • Textielhistorische bijdragen 36 (1996), [geheel gewijd aan Leiden], red. J.L.J.M. van Gerwen et al, Stichting Textielgeschiedenis, 1996.
  • Door de wol geverfd, Herinneringen aan de Leidse textielindustrie in de twintigste eeuw, D.J. Noordam, J.K.S. Moes, J. Laurier, Walburg Pers, 1998.

Zie verder Museum De Lakenhal in Leiden, het TextielMuseum in Tilburg en het weefnetwerk.nl.

10 gedachtes over “Het wevershuis in Leiden – een persoonlijk verhaal met literatuurlijst

      1. maar zijn vader kwam uit Leeuwarden. En in 1876 woonde overgrootvader al in Haarlem :-). Niet lang genoeg om voor het etiket ‘Echte Leidenaar’ (EL) in aanmerking te komen. Ik ben ook geen EL en ik woon al meer dan 30 jaar in Leiden.

      2. Nou, maar dan ben je al hard op weg om zelf een surrogaat EL te worden, toch?
        Ik heb wel eens nagedacht over wat de definitie van een echte Leidenaar is. Ten eerste geboren binnen de singels, ten tweede een lange familielijn in de stad, en ten derde als klapper vóór het beleg en ontzet hier voorouders hebben. Maar ik heb zo’n vermoeden dat iedereen hier weer heel verschillend over denkt. 😉

  1. Hoewel ik geboren ben in Leiden, kan ik mezelf geen echte Leidenaar noemen. Wel voel ik altijd een grote aantrekkingskracht en moet ik minimaal twee keer per jaar de stad bezoeken.

  2. Hoewel wij afstammen van de “Delftse tak”, komt de plaatsnaam Leiden toch ook wel vaak voor in de stamboom. De Hoogewoerd wordt veel genoemd, de Buttersteegh, Barbersteegh en… de Hoygraft!

    1. Zo zie je maar weer, wellicht speelt ook voorouderlijke aantrekkingskracht een rol. De Hogewoerd en Hooigracht liggen dicht bij elkaar. In Delft heb ik eveneens wortels.

Reacties zijn gesloten.