Verjaardag in een dorp

Het is zaterdag en ik ga naar een verjaardagsfeest in een dorp. De bus rijdt vanaf het station twaalf kilometer landinwaarts. Het dorp ligt in het Groene Hart en inderdaad, het is er behoorlijk groen. Ik loop een stukje langs vrijstaande huizen en een enkele boerderij. Dan sla ik af naar links en wandel het oude nieuwbouwwijkje in. De huizen zijn sober, de meeste tuintjes aangeharkt. In de straat waar de viering is, zijn de woonkamers klein. Bij sommige woningen zit een aanbouw.

De meeste bewoners pakken dat zelf aan, want ze werken met hun handen. Bijvoorbeeld als stukadoor, timmerman, elektromonteur of vrachtwagenchauffeur. Klussen regelen ze onderling, dat scheelt weer in de kosten. In dit dorp hebben vrouwen vaak een verzorgend beroep, ze werken in winkels of in een bloembinderij. Er zit een enkele secretaresse bij.

Gek is dat. Het dorp ligt slechts twaalf kilometer verderop. Toch is er een verschil met de stad. Het voelt anders. In de avond sta ik bij de bushalte, nu aan de andere kant van de straat. Er passeren groepjes jongens en meiden op de fiets. De meesten zonder licht. Zaterdagavond, op weg naar de kroeg. Of is er ergens een schuurfeest? Een jongen roept: ‘De bus is al geweest hoor!’ Grapjas.

Passanten met hondje groeten mij in het voorbijgaan. ‘Goedenavond.’ ‘Goedenavond.’ De een na de ander doet dat. Bij mij in de buurt zeggen voorbijgangers op straat nooit wat. En wij wonen toch veel dichter op elkaar.

In ons gebouw wonen mensen die met hun hoofd werken. Mijn naaste buurvrouw is Spaanse en haar partner komt uit Engeland. Zij zitten al vier jaar in München en komen in juni weer terug. Zij werkt voor een internationaal programma. We houden contact via e-mail. Zou ik ze nu op straat tegenkomen, dan zou ik ze niet herkennen.

Mijn onderbuurvrouw woont samen met haar dochtertje. Dat meisje heeft een Argentijnse vader met zwart krullend haar. Daarnaast woont tijdelijk een Duitse. Zij huurt het appartement van de Friese eigenaar. Hij heeft er nog enkele in de buurt. Ooit kocht hij zijn pied-à-terre bij ons, omdat hij regelmatig voor zaken naar Schiphol gaat. Een verdieping lager wonen Nederlanders met en zonder kinderen. Op de begane grond verblijft één van de laatste eerste bewoners. Daarnaast zit een Italiaanse chemicus, die een lat-relatie heeft met zijn vriend.

Voor de deur staan twee bakfietsen. De één hip en trendy, de ander naar aerodynamisch design. Ik woon hier omdat mijn appartement ooit werd aangeboden als premie-A woning. Vijf jaar later had ik het al niet meer kunnen betalen. Ik werk namelijk afwisselend met mijn handen en mijn hoofd.

Tijdens de verjaardag werden borrelhapjes op tafel gezet. Een schaal met paprikachips. En een schaal met plakjes leverworst, blokjes Goudse kaas en gesneden komkommer. Iets zegt mij dat mijn buren dat nou nooit doen.