Huisvesting, zorg en verpleging ouderen en gehandicapten in de participatiemaatschappij

Veel mensen zien op tegen het participatiebeleid waarmee zorg voor hulpbehoevenden meer bij familie, vrienden en buren wordt gelegd. Dit beleid kan bij langdurige zorg tot problemen leiden. Een aantal gemeenten en de samenleving is nog niet klaar om zorg te regelen of te verlenen. Met vallen en opstaan zullen we gaandeweg een modus operandi vinden.

Het is de vraag hoeveel hulp en tijd kinderen aan hun zelfstandig wonende ouders kunnen geven. Denk aan praktische ondersteuning, zoals boodschappen doen, schoonmaken, helpen met wassen en aankleden, naar de wc gaan, koken. Natuurlijk is het mooi als de buurvrouw even wat boodschappen meeneemt, een kind schoonmaakt en de was doet, en een verzorgster helpt bij toiletbezoek. Dan is er bezoek en misschien even tijd voor een kort praatje. Maar hoe voelt het als je met hoge nood moet wachten tot iemand op de vooraf afgesproken tijd langskomt en je op de wc zet? Ik wil er eigenlijk niet aan denken.

De kans bestaat dat dit vroeg of laat een persoonlijk vraagstuk wordt. Daarom heb ik enkele zaken op een rij gezet, voornamelijk vanuit het perspectief van ouderen. Wat is het probleem, wat speelt er qua bestedingen, over welke zorggebruikers gaat dit, wat zijn voorbeelden van huidige oplossingen? Ik werp ook een blik op bejaardenzorg in het verleden. Daarin verwerk ik enkele genealogische vondsten over verblijf in een gasthuis en instructies voor de ‘vader en moeder’ van een minnehuis. Tot besluit volgen suggesties voor woon- en zorgvormen voor ouderen in de toekomst.

Schrik niet; het is een uitzonderlijk lang bericht ofwel artikel geworden. De mogelijkheden som ik op onder het kopje ‘Toekomstbestendige woonvormen, de oplossingen’.

Minder huisvesting bij instellingen voor langdurige zorg
Door zowel de medische mogelijkheden als de vergrijzende Nederlandse bevolking neemt de zorgbehoefte toe. De zorgkosten stijgen al jaren en het is logisch dat zorg betaalbaar moet blijven. We zien nu dat een deel van de zorginstellingen sluit en mensen in aanleun- woningen verweesd achterblijven. Ouderen moeten zich voortaan langer thuis redden. Soms met een hele schare hulpverleners die allemaal kort op bezoek komen. Zij missen centrale regie. Alleen voor mensen in de zwaarste zorgcategorieën blijft langdurige huisvesting en zorg in een instelling beschikbaar.

Beheersbaar houden zorgkosten ondanks groeiende vraag
Wat de zorgkosten betreft, spelen er meerdere kwesties die allemaal aandacht vragen. Een deel hiervan wordt al opgepakt. Hoewel dit eigenlijk een beetje terzijde is, stip ik er toch een paar aan. Want ik vind het logisch dat we bij bezuinigingen gelijk alles doorlichten.

Efficiëntie
Er valt nog een efficiëntieslag te maken. Bijvoorbeeld door tegengaan van verspilling of door betere samenwerking. Minister Schippers heeft na haar oproep voor slimme besparingen tal van ideeën ontvangen. Ik mag hopen dat alle bruikbare suggesties worden overgenomen.

Lastige vraagstukken
Met het QALY-model (quality adjusted life year) wordt berekend hoe ‘waardevol’ het leven van mensen is in hun verwachte resterende aantal jaren. Het leven van een demente bejaarde is daarin minder waard dan dat van een kerngezonde 17-jarige. Bij kostbare operaties worden al afwegingen gemaakt. Of dit nu ethisch is of niet.

Het verhaal van de ziekte van Pompe laat ik hier liever buiten beschouwing. Vermoedelijk is over dit soort kwesties het laatste woord nog niet gezegd. Ik herinner mij trouwens het verhaal van een Haagse apotheker, die voor 3.000 euro per jaar de benodigde medicijnen fabriceerde. Wanneer horen we daar meer over?

Oneigenlijk gebruik
Denk aan mensen die al jaren geen ziektekostenverzekering betalen, maar wel zorg claimen. Ook zijn er talloze fraudegevallen bekend met diverse voorzieningen. Uit de tijd dat ik zelf bij een ziekenhuis werkte, kan ik mij de buitenlandse patiënten nog herinneren. Die verwachtten een gratis behandeling tijdens familiebezoek aan verwanten in ons land. In al deze gevallen wordt het begrip maatschappelijke solidariteit wel ver opgerekt.

Scheve verhouding tussen groepen
Kijk eens naar het budget (per persoon) voor mensen met een geestelijke handicap dan wel psychiatrische klachten enerzijds, en hulpbehoevende ouderen anderzijds. Is er voor mensen met een vergelijkbare zorgzwaarte een even ruim budget beschikbaar? Het lijkt of men de belangen van de eerste twee groepen beter behartigt dan die van de ouderen. Iedereen heeft gehoord over Brandon, een geestelijk gehandicapte jongen die werd vastgeketend. Echter, er wordt zelden moord en brand geschreeuwd bij de gebrekkige verzorging van een individuele bejaarde. Ik ken er via de media niet één bij naam. Pas nu een hele grote groep in de knel komt, hoor je wat.

Bedragen en aantallen
Ik heb getracht om inzicht te krijgen via cijfers. Het is lastig om een zuivere vergelijking te maken. Zie Nationaalkompas als bron. Voor geïnteresseerden staan hieronder de verzamelde gegevens.

Demografie
In Nederland gaat een flinke groep babyboomers de komende jaren met pensioen. In 2013 was 38% was van de bevolking tussen 40 en 66 jaar, 17% was 65 jaar of ouder, en 4% was tachtig jaar of ouder. Alleenwonende ouderen zijn vaak kwetsbaarder dan samenwonende ouderen. Daarbij gaat het om het risico op fysieke, psychische en/of sociale problemen.

Uitsplitsing zorgkosten
Volgens het RIVM werd in 2011 89,4 miljard euro aan zorgkosten besteed. Los van korte ziekenhuisopnamen, huisartsbezoek en dergelijke, ging daarvan 16,4 miljard euro naar ouderenzorg. Dit is 18,3% van het totaal. Aan geestelijke gezondheidszorg werd 5.7 miljard euro besteed, ofwel 6,3%. Voor gehandicaptenzorg werd 7,6 miljard euro uitgetrokken, ofwel 8,5%. Mensen in de laatste twee groepen worden gewoonlijk minder oud.

Langdurige geestelijke gezondheidszorg (GGZ)
Vormen van langdurige zorg met verblijf in de GGZ zijn een klinische opname in een GGZ-instelling met een verblijf van langer dan een jaar, en een plaats in een beschermde woonvorm. Over het gebruik van langdurige geestelijke gezondheidszorg zijn verschillende cijfers in omloop. Het aantal personen dat gebruik maakt van langdurige geestelijke gezondheidszorg is 0,24 per 100 inwoners, van beschermd wonen 0,16 per 100 inwoners en van AWBZ-gefinancierde GGZ met verblijf 0,19 per 100 inwoners. Dat laatste cijfer heeft alleen betrekking op personen van 18 jaar en ouder.

Langdurige zorg met verblijf en zonder verblijf
Tabel: Percentage personen van 18 jaar en ouder dat gebruik maakt van langdurige zorg met verblijf in 2009 en zonder verblijf in 2010. (Dit kan ik hier niet als tabel zetten. Het gaat om drie kolommen: Mannen . Vrouwen . Totaal. De kolommen heb ik met een puntje gescheiden.)
AWBZ-zorg met verblijf
Totaal % van de bevolking a) 1,97 . 3,26 . 2,63
– verpleging en verzorging 1,18 . 2,71 . 1,96
– gehandicaptenzorg 0,56 . 0,42 . 0,49
– geestelijke gezondheidszorg 0,25 . 0,14 . 0,19
AWBZ/Wmo-zorg zonder verblijf
% van de bevolking 2,91 . 6,59 . 4,79
Aantal uren per inwoner 3,94 . 11,40 . 7,74
Aantal uren per patiënt 135 . 173 . 162
a) Cliënten die in meerdere typen instellingen verbleven, zijn slechts eenmaal geteld.

Toelichting op de tabel
Ongeveer 2,6% van alle inwoners van 18 jaar en ouder ontving in 2009 zorg met verblijf. Daarvan komen de kosten ten laste van de AWBZ en er wordt een eigen bijdrage betaald. De meesten ontvingen verpleging en verzorging (2,0%). Bij verpleging en verzorging met verblijf, verblijven mensen in een verpleeghuis, verzorgingshuis of revalidatie-instelling, of voor langere tijd in een ziekenhuis.

Ongeveer 4,8% van alle inwoners van 18 jaar en ouder ontving in 2010 langdurige zorg met verblijf. Een deel van degenen die zorg zonder verblijf ontvangen, heeft binnen een jaar ook langdurige zorg met verblijf gehad. Gemiddeld ontvangt men iets minder dan een half uur zorg per dag. Langdurige zorg zonder verblijf kan bestaan uit huishoudelijke verzorging, persoonlijke verzorging of verpleging. In 2010 ontving 3,3% van alle inwoners van Nederland huishoudelijke verzorging, 2,6% persoonlijke verzorging en 1,4% verpleging. Sommige personen krijgen meerdere vormen van zorg zonder verblijf.

Een bezoek aan verschillende zorginstellingen
In 2011 heb ik enkele zorginstellingen bezocht voor een project. Daar kreeg ik rondleidingen en sprak ik met bewoners en medewerkers. Het zorgniveau loopt afhankelijk van behoeften voor diverse groepen uiteen. Soms zijn er grote verschillen in huisvesting, zorg, verpleging en begeleide recreatie. Hieronder staat een beknopte beschrijving van wat ik zag.

De ziekten van Huntington en Korsakov
Een instelling in Apeldoorn heeft een afdeling voor mensen met de ziekten Huntington en Korsakov. Het laagbouwcomplex bestaat uit lange gangen met aan weerszijden privé-kamers van bewoners. Ook zijn er gezamenlijke ruimten voor dagbesteding en kamers voor therapie. Bij beide ziektes is sprake van ernstig hersenletsel en ernstige lichamelijke klachten. De patiënten zijn totaal hulpbehoevend. Het personeel doet er alles aan om hun leven dragelijk te houden, onder andere met zeer gewaardeerde muziektherapie.

Niet-aangeboren hersenletsel
In Arnhem bezocht ik een flat aan de rand van de stad waar mensen met hersenletsel zelfstandig met ambulante ondersteuning wonen. Ze werken overdag in speciale werkplaatsen. In het gebouw van het woonproject is 24 uur per dag een medewerker aanwezig. De bewoners kunnen hun appartement opruimen, zelf douchen en dergelijke. Anderen zijn ook lichamelijk gehandicapt en krijgen verpleging of hulp bij lichamelijke verzorging. Voor een gesprek nodigen zij hun begeleider thuis uit. Er zijn gezamenlijke ruimtes, zoals een grote huiskamer/keuken met dakterras. Onderling gaan ze bij elkaar op bezoek. Het deed mij denken aan een gezellige studentenflat.

Geestelijk gehandicapte mensen en psychiatrische patiënten
Ik ken twee grote organisaties voor mensen met het syndroom van Down en voor mensen met ernstige psychische aandoeningen. Het zijn instellingen op grote, lommerrijke en rustige terreinen met uitsluitend laagbouw in bungalowstijl. In beide instellingen is sprake van intensieve begeleiding en verzorging. Een deel van de mensen met Down is eveneens lichamelijk gehandicapt. Er is ruimte voor recreatie op de terreinen.

Bejaarden in woonwijk
Ik bezocht ook een zorgcentrum in een woonwijk van Apeldoorn. In een appartementen- gebouw met woningen voor ‘gewone’ bewoners huurt de zorginstelling een deel van de woningen voor ouderen. Aan het gebouw zit een stukje laagbouw vast met een afgesloten afdeling voor demente bewoners. Daar is een binnentuintje. Verder is een deel bestemd voor dagbesteding van dementen, zodat partners thuis even rust krijgen. Het mooie van dit complex is, dat de ouderen de centrale ingang, het grand café en ruimtes voor activiteiten met buurtgenoten delen. Daardoor komen jong en oud samen in het gebouw.

Woonvormen voor mensen met mentale beperkingen
Bij de mensen met ernstig hersenletsel had ik de indruk dat het weinig uitmaakt of zij in een zorgflat binnen een woonwijk woonden, of in een bungalow op een lommerrijk terrein. Bij demente bejaarden idem dito indien de ruimte is afgeschermd. Wat huisvesting van mensen met het syndroom van Down betreft en psychiatrische patiënten, vermoed ik hetzelfde. Zolang de directe omgeving maar redelijk rustig en prikkelarm is.

Voor de mensen met een lichter niet-aangeboren hersenletsel zal het een kwestie van smaak zijn. De één vindt een eigen appartementje met balkon prima, de ander zit wellicht liever in een rijtjeshuis of gedeelde bungalow. Zij wonen graag te midden van een dwars- doorsnede van de maatschappij. Waarschijnlijk vindt deze groep daarnaast vooral de nabijheid van hun begeleiders belangrijk. Die bieden een zekere bescherming en zorg.
De kosten per woonvorm lopen flink uiteen.

Wensen en behoeften van hulpbehoevende ouderen
De wensen en behoeften verschillen bij bejaarden die mentaal nog goed zijn, maar fysiek veel hulp nodig hebben. De meesten willen graag zo lang mogelijk zelfstandig thuis blijven in hun vertrouwde omgeving. Op een bepaald moment hebben zij zoveel zorg nodig dat zij niet langer thuis kunnen wonen. Dat geldt eveneens voor mensen die ernstig verward raken. Deze groepen kunnen nog altijd terecht in zorginstellingen. Daarom is de vraag wat een goede oplossing is voor mensen in aanleunwoningen of thuiswonende ouderen. Dan bedoel ik de tussengroep die wel (regelmatig) hulp nodig heeft, maar nog min of meer zelfstandig kan wonen.

Een terugblik naar de vorige eeuw
Mijn oma’s sleten tussen eind jaren zestig en begin jaren negentig hun laatste jaren in een klassiek bejaardenhuis. Die bejaardenhuizen werden door de generatie van mijn oma’s vaak gezien als een luxe. Sommigen mensen verhuisden er direct na hun pensioen naartoe. Het waren flatgebouwen met lange gangen en individuele kamers. Zij kregen hun natje en droogje, het appartementje werd schoongemaakt, de was gedaan en een bejaardenhulp hielp met persoonlijke verzorging. Ze konden in het gebouw naar de kapper en er was regelmatig een spelletjesmiddag.

Elk mini-appartement bood ruimte voor een bed, een paar kasten, een eettafel met een paar stoelen, en plantjes plus frutsels in de vensterbank. Ze hadden een keukentje en een badkamer. Er was geen balkon, ze kwamen zelden buiten. Zodra ze er in trokken, bleef een groot deel van hun bezittingen achter. Daar was geen ruimte voor. In die leeftijdsfase heb je meestal weinig meer nodig. Maar stel dat je afscheid moet nemen van een piano …

Een terugblik naar langer geleden
Tot ver in de twintigste eeuw stonden de medische, psychiatrische en geriatrische wetenschap in de kinderschoenen. Mijn oma’s wisten goed hoe het leven van bejaarden voor 1960 was geweest. Voorheen was menige senior lichamelijk gebrekkig, arm, en voor financiële ondersteuning en zorg afhankelijk van de kinderen. Een deel van de ouderen moest zo lang mogelijk doorwerken. Van die geschiedenis kunnen we wat opsteken.

De mensen die een voorbeeldig leven hadden geleid, konden terecht in hofjes op basis van hun geloof of dankzij vermogende weldoeners. Anderen kochten zich bij particuliere instellingen in en moesten daarvoor veel bezittingen afstaan. Ze hielden de meest basale meubels en spullen over. Deze ‘proveniers’ kregen turf, voedsel en zo nu en dan kleding of geld. Er golden strikte leefregels. Alleen de rijken troffen hun privé-maatregelen.

Vader en moeder van een Minnehuis en Armhuis, 1826-1841
Mijn voorvader Dirk werd rond zijn vijftigste (vanaf 1826 tot en met medio 1841) aangesteld als binnenvader van het Minnehuis en Armhuis in de Kaarsen- makerstraat te Leiden. Dit was een instelling waar arme bejaarden, die niet meer door hun eigen familie konden worden onderhouden, een bed op een zaal voor mannen of vrouwen kregen. De Hervormde diaconie kleedde hen en gaf hen te eten. In ruil daarvoor betaalden de bejaarden een (bescheiden) afgesproken bedrag per week van hun verdiensten. Zelfs zeer oude mensen werkten, tenzij ze dat echt niet meer konden. Hun lichamelijke gesteldheid werd bij aankomst in het inschrijfboek genoteerd.

Het minnehuis was ondanks goede bedoelingen van de regenten niet bijster geliefd onder de gewone bevolking. Sommige bejaarden verkommerden nog liever in hun eigen huisje, dan dat ze in het gesticht trokken. Vanaf dat moment werd hun leven namelijk voor een groot deel gedicteerd door strenge regels. Zij hadden hun hele leven voor zichzelf gezorgd en meestal een flink aantal kinderen groot gebracht. Eenmaal in het huis moesten ze zelfs toestemming vragen om een volle dag op familiebezoek te mogen gaan. Soms liepen bejaarden weg en riepen ze derhalve de toorn van de diaconie over zich af. Daarnaast waren er geregeld problemen in verband met al dan niet openbaar dronkenschap.

De functies van binnenvader en -moeder werden aan een echtpaar gegeven dat bij officiële aanstelling moest beloven zich aan de schriftelijke instructies van de regenten te zullen houden. Enkele bepalingen die daarin staan in 1841, zijn:
Artikel 1 ‘De Vader en Moeder zullen aan de Bestuurders …, die steeds den vrijen toegang in het Gesticht hebben, alle verschuldigde achting en eerbied bewijzen …’
Artikel 2. Ze moeten de bestedelingen met bescheidenheid behandelen ‘en zich steeds onthouden van alle vervoering van drift en onvoegzame bewoordingen …’
Artikel 3. ‘Zij zullen in het Minnehuis moeten wonen, en zich niet uit de stad mogen begeven, noch zich des nachts buiten het Gesticht verwijderen. Zooveel doenlijk is, zal steeds een van beiden te huis moeten blijven, ten einde het Gesticht nimmer buiten hun opzigt is. – Ook zullen zij niemand in hunnen dienst of bijwoning mogen nemen zonder goedkeuring van de commissie.’

Verder moeten zij goed voor het gebouw en de inventaris zorgen: de moeder moet toezicht houden op de jaarlijkse en dagelijkse schoonmaak. De bewoners mogen in verband met de hygiëne geen meubels binnen brengen en al hun kleding dient bij aankomst schoon te zijn. De vader en moeder moeten in de gaten houden dat zij er steeds ‘ordelijk en zindelijk’ bijlopen. De moeder houdt toezicht over de keuken en levensmiddelen. De inkopen moeten worden geregistreerd en de vader houdt toezicht op kleding en schoeisel (klompen). De voorgeschreven etenstijden zijn: zomer ontbijt om 7.00 uur, winter 8.00 uur, middageten om 12.30 uur, op zondag om 12.00 uur en het avondeten is om 21.00 uur. Bejaarden zijn verplicht om aan tafel te verschijnen, tenzij ze ziek of hoogbejaard zijn.

Artikel 29. ‘Voorts zullen zij [vader en moeder] in allen opzigte het belang van het minnehuis moeten in acht nemen; niet in de minste verstandhouding mogen staan met de leveranciers …’

Afspraken met leveranciers worden in een vergadering van regenten eerst goedgekeurd en nieuwe bewoners maken ook op de eerstvolgende bestuursvergadering hun opwachting. De vader houdt verder toezicht over de verdeling van het eten, gaat met de bewoners op zondag naar de kerk en houdt samen met de moeder toezicht op het gedrag en de bezig- heden van de bewoners. Ook vorderde hij wekelijks de inbrenggelden van de bewoners en verantwoordde dit in iedere gewone vergadering.

De poort ging ’s avonds op slot en elke laatkomer moest een verklaring afgeven. Na het sluiten van de poort riep de vader alle namen af. Wangedrag of gewelddadigheid werd bestraft met letterlijk een blok aan het been of iemand werd ‘in de prison’ gezet. Tja, daar kwam geen belangenbehartiger aan te pas.

Opname in een gasthuis anno 1822
De moeder van deze Dirk (Jannetje) wordt in 1822 in het Cecilia Gasthuis opgenomen. Haar echtgenoot Dirk leeft dan nog. Dit gebeurt op verzoek van haar zoon. Jannetje is 67 jaar oud en haar man is 74 jaar. Waarom zij gescheiden van hem ging wonen is niet duidelijk. Mogelijk was ze dement of anderszins hulpbehoevend geworden. Uit de overeenkomst met het gasthuis blijkt niet of ze ziek of gezond was, maar haar dagelijkse kost staat mooi beschreven. Al een dag nadat de volgende betaaltermijn vervalt, vertrekt zij. Wellicht was ze na een ernstig ziekbed weer hersteld.

Gasthuisopnamen, tekst ingekort.
Op den … 1822 is door Mrn. Regenten van de Vereenigde Gast & Leprooshuizen binnen Leijden in het Caecilie Gasthuis ingenomen de Persoone van Jannetje […], aldaar inbesteed door haren zoon Dirk […], om in de voorn. huis te worden onderhouden in eeten en drinken zo in ziekte als in gezondheid, zullende zij mitsdien hebben drie Brooden, een halv pond Boter, een halv pond Kaas s weeks, een pintje vier guldens Bier daags; voorts zal zij moeten werden ingebragt met bed, bulster en der zelver toebehoren, en ten laste van den Inbesteder worden onderhouden in reding en kleding, zo van linne als van wolle ten haren lijve en bedde behorende:
Zij zal zich ook der huislijke orde bij Mren Regenten alreede gesteld of nog te stellen moeten onderwerpen: Waarvoor regenten voont. zullen genieten eene somme van twee guldens vijftig cents ’s weeks, waarvan telkens een vierendeel jaars in voorraad zal moeten betaald worden.

Enkele jaren later sterft ze in een woonhuis. Haar man werkt dan nog. Hij woont tijdens zijn laatste levensfase bij zijn zoon in, die beheerder van het armenbejaardenhuis is.

Toekomstbestendige woonvormen, de oplossingen
Er bestaan al verschillende woonvormen voor ouderen. Ook in deze tijd treffen de rijken hun privé-voorzieningen, zoals woningaanpassing en een inwonende hulp of verpleegster. Er is behoefte aan betaalbare tussenoplossingen voor degenen die dagelijks hulp en/of verzorging nodig hebben, maar liever niet in hun oude huis blijven wonen.

Kangoeroewoning
Als zowel ouders als kinderen (of vrienden) dat willen, kunnen ze kiezen voor een kangoeroewoning. Dat is een zelfstandige woning voor ouderen die in of bij het huis van de kinderen wordt gebouwd. Deze en vergelijkbare vormen komen vaker op het platteland voor. Daar wonen bijvoorbeeld ouders en kinderen soms samen op een boerderij. Ik ken ook een gezin bij wie de moeder van de man een eigen slaapkamer in huis had. Zij was slecht ter been en wilde zich niet aan het gezin opdringen. Daarom kwam zij weinig uit haar kamer. Bij een goede verstandhouding en behapbaar zorgniveau bieden deze woonvormen beschutting en zorg voor ouderen en sociale contacten voor beide partijen.

Thematische woongroepen
Wil je zorg en verpleging voor een flink deel van de bevolking betaalbaar houden, dan moet je met grotere aantallen werken. Of slim krachten bundelen. Wat de aantallen betreft zie ik zelf thematische woongroepen wel zitten. Een groep mensen kan een stichting of vereniging oprichten. Die kan een aangepast appartementengebouw of blok woningen voor senioren kopen of huren voor de leden. Ik heb zelf in een monumentaal hofje van een voormalig katholiek oudemannenhuis gewoond dat later werd bestemd voor werkende jongeren. Een dergelijke vorm van wonen is veilig, sociaal en prettig voor wie rust wil. Als buren zaten we regelmatig gezellig in de tuin. Het oude hofjessysteem is zo gek nog niet.

Afhankelijk van wensen en gezamenlijke interesses is het vervolgens mogelijk om specifieke zorg en diensten in te huren. Een beetje zoals dat nu ook gebeurt bij zelfstandig wonende ouderen. Bestem een ruimte als uitvalsbasis voor een wijkverpleegster die zorg centraal kan regelen.

Denk aan het Rosa Spierhuis voor kunstenaars en zorghuizen voor oud-Indiëgangers of andere bevolkingsgroepen. Voor kunstenaars zijn ateliers beschikbaar, de Indiëgangers krijgen vertrouwde gerechten zoals zij ze het liefst hebben. Voor moslims en andere religies kan rekening worden gehouden met specifieke wensen qua indeling van woningen. En liefhebbers van tuinieren kunnen aan de slag in de binnentuin. Hier kan je een oneindig aantal thematische varianten op bedenken. Recent onderzoek wees (weer eens) uit dat mensen graag nabij gelijkgestemden wonen.

Verzamelcentra voor zorg, informatie, recreatie, winkelen en wonen
Terugdenkend aan het bejaardenzorgcentrum in Apeldoorn, vermoed ik dat dit de slimme toekomst is voor een andere grote groep ouderen. Ook hierbij spelen aantallen een rol om kosten te drukken. Vergelijkbaar met de woongroepen, kan je appartementen verhuren of via een vereniging verkopen aan ouderen. Denk aan een mix van basiswoningen, midden- klasse en luxere varianten. Combineer dit via een woningbouwvereniging met woningen voor andere leeftijdsgroepen. Inclusief de vaste plek voor een wijkverpleegster of andere deskundige voor centrale monitoring van zorg en verpleging.

Voeg daar naar believen een samenhangend voorzieningencentrum op de begane grond aan toe. Te denken valt aan een huisartsenpost met apotheek, kapper en pedicure, klein winkelcentrum, sportcentrum met gedeelte voor ouderen, grand café of buurtcentrum, geloofshuis, bibliotheek, etc. Er bestaan al vergelijkbare initiatieven en die blijken goed te werken. Het brengt ouderen, jongeren, werkenden, recreanten en vrijwilligers samen.

Als wandelaar heb ik al verschillende keren koffie gedronken in een gezellig restaurant van een bejaardenhuis of project voor mensen met een lichte handicap. Zo ontstaan sociale binding in de wijk en uitwisseling automatisch. En er hoeft niemand onopgemerkt te verkommeren.

Betaalbaarheid
Wanneer je met grotere aantallen werkt en krachten bundelt, kan je al snel voordeliger inkopen en diensten uitwisselen. Naast een basiszorgpakket aan hulp en verpleging, kunnen ouderen zelf extra diensten of voorzieningen kopen. Wanneer je dat centraal regelt en inkoopt hebben zij er minder omkijken naar en zijn ze verzekerd van zorg en verpleging zodra dat nodig is. Bejaarden die wat te besteden hebben, kunnen aanvullend maatwerk krijgen.

Ik las over de suggestie voor een zorgpensioen. Het lijkt mij vrij normaal om zelf te sparen voor een appeltje voor de dorst. Dan heb je ook wat te besteden als je extra voorzieningen wenst. Voor wie dat niet lukt, moet het basiszorgpakket op zich voldoende zijn. Degenen die nog enigszins vitaal zijn, zouden als bejaarde kunnen bijverdienen.

Zakcentje of diensten verdienen
Wellicht lijkt het hoog gegrepen, maar vermoedelijk zijn er genoeg ouderen die nog iets willen doen en zo een zakcentje kunnen bijverdienen. Of laat ze via een ruilsysteem met gesloten beurs extra diensten inkopen. Ik ben eens op een handwerkbeurs in de Jaarbeurs geweest en wist niet wat ik zag. Daar kwamen niet alleen opvallend veel ouderen met rollators en gehandicapten in rolstoelen op af. Nee, hele ligbedden werden naar binnen gereden. Die mensen willen ook bezig zijn, voor zover dat kan uiteraard. Dat wisten die bestuurders van het Minnehuis in 1826 ook. Dus zet die oudjes gewoon aan het werk.

Denk aan hippe truien breien voor die ene winkel in Rotterdam. Het kan even duren voordat een werkstuk af is, maar dat verhoogt de exclusiviteit. Of denk aan repair cafés in het ouderencentrum. Ouderen weten vaak goed hoe ze iets kunnen repareren. Laat ze een uurtje les geven tegen een bescheiden vergoeding. Sowieso hebben zij veel kennis om te delen, bijvoorbeeld over biologisch-dynamisch tuinieren. Dat is nu weer helemaal in. De coolste ouderen kunnen punten voor anderen verdienen met computergames. Daar zijn in India hele bedrijven voor opgezet. Sommigen willen wellicht lichte klusjes in het ouderen- centrum verrichten. Zoals helpen bij voedselbereiding en tafels dekken en afruimen. Laat gepensioneerde boekhouders mensen met schulden adviseren hoe zij hun administratie op orde krijgen. Combineer een verzamelcentrum met een speeltuinvereniging. Er zijn vast ouderen die een uurtje willen helpen met toezicht houden. Ik weet uit onderzoek dat er een groot tekort is aan routebeschrijvingen voor leuke uitstapjes met de rollator. Welke bejaarde wil ze in de buurt uitstippelen en begeleiden? (Misschien moet ik dat zelf eens doen.)

De opties zijn talrijk. Als het maar past bij de mogelijkheden van ouderen. Dan nemen zij ook langer deel aan de maatschappij en komen jongere mensen vanzelf naar hen toe.

4 gedachtes over “Huisvesting, zorg en verpleging ouderen en gehandicapten in de participatiemaatschappij

  1. goed artikel,

    De hofjes van vroeger waren zo slecht nog niet. Net als jij zie ik hofjes als mogelijkheid voor de toekomst. Ik zou er best willen wonen.
    Hier in Wageningen wordt nu net een oude volksbuurt gerenoveerd: alle woningen gesloopt en nieuwe er voor in de plaats. Best een goed plan en bovendien gemaakt met alle bewoners erbij. Een van de opties was om in een blok een gezamenlijke binnentuin te maken. Feitelijk een voorvorm van een hofje, maar dan met de voordeuren naar buiten. Maar daar was geen belangstelling voor, iedereen wil zijn eigen tuintje en schutting eromheen. Ik vind dat vreemd.

    Mag ik je artikel herbloggen?

    1. Bedankt.
      Nou, die mensen weten niet wat ze missen. Met het hofjesleven op zich heb ik alleen maar positieve ervaringen. Misschien kan een rondleiding door al bestaande hofjes en een gesprek met de bewoners aldaar helpen.

      Herbloggen mag zeker. Ik beschouw het als een eer.

  2. Pingback: Geen bebouwing meer in het groen! – Raam Open

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s