Verschil in levensverwachting

Gisteren was ik bij mijn ouders op bezoek. Zij zijn nu allebei tachtig. Mijn moeder beschouwt zichzelf meestal niet als een bejaarde. Ze praat over anderen als over ‘die oudjes’. Die zijn dan hooguit vijf jaar ouder. Alleen als het zo uitkomt, roept ze: ‘Ja, maar ik ben al tachtig hoor!’ Ja, ja. We hadden het gisteren over kleine kwaaltjes. Die van mij dan; zij heeft bijna nooit wat.

Soms vermoed ik dat zij denkt dat ze het eeuwige leven heeft. Het zou mij niet verbazen als zij de leeftijd van haar moeder (die 97 werd) gaat evenaren. Zolang je gezondheid goed is en je een beetje levensvreugde hebt, kan dat best aangenaam zijn. Je hoort dat mensen in de toekomst wel 120 jaar kunnen worden. Lichamelijk kunnen we gezonder leven en de medische wetenschap bereikt steeds meer. Maar wat gebeurt er mentaal? Komt er dan nog een soort extra levensfase? Als je niet dement wordt, hoe ervaar je dan het leven als 95 tot 120 jarige?

Ik verwacht eigenlijk een tegengestelde beweging. Als typisch product van haar generatie werd mijn moeder huisvrouw na haar huwelijk. Haar is veel stress bespaard is gebleven, omdat zij nooit aan de ratrace heeft meegedaan. De multi-taskende moeders en carrièremakers van nu komen misschien wat eerder voor de hemelpoort te staan.

De huidige tachtigjarigen maakten een enorme welvaartsgroei mee en kregen als allereerste generatie kleine gezinnen. De generaties na hen staan voor meer wereldwijde uitdagingen. Althans, dat denk ik. Maar wellicht kijkt elke generatie zo naar de onbekende toekomst. We zoeken nog naar antwoorden en consensus.

4 gedachtes over “Verschil in levensverwachting

  1. De gemiddelde leeftijd stijgt wel, maar de maximale leeftijd niet. Die zakt eerder. Rond 1990 hadden we in NL nog mensen die 115 haalden, maar tegenwoordig is de oudste hooguit 108. Mijn ouders zijn ook minder oud geworden dan mijn grootouders en bij een aantal kennissen is dat niet anders. De groep die rond 1923 geboren is heeft een ongezonde jeugd gehad en zijn later voor de TV gaan hangen met een zak chips. De groep daarvoor had het beter in hun jeugd en later nog niet zoveel last van de oprukkende chips TV en auto.

    1. Dit is typisch een vraagstuk waar ik wetenschappelijke onderbouwing voor zou willen zien. Ik ben aan het broeden op een stuk over ouderenzorg en daarbij zijn gegevens op basis van grootschalig onderzoek handig. Dus ik ga nog even struinen op de sites van VWS e.d.

  2. Ingrid van Bouwdijk

    Ben benieuwd inderdaad naar de wetenschappelijke onderbouwing. Ik heb wel eens gehoord dat het verschil in levensverwachting tussen mannen en vrouwen minder groot is geworden doordat vrouwen al tientallen jaren ook aan die “ratrace” mee doen en meer dan vroeger bezwijken aan stressgerelateerde aandoeningen. Mijn vader is van 1923 en dat is een generatie van vóór de chipszakken, lijkt me, maar dat is inderdaad mijn beperkte perspectief. Aan de andere kant: in die tijd was de medische wetenschap minder ver; mensen stierven nog massaal aan TB. En het broertje van mijn vader is doodgebloed toen hij acht jaar was; hij kwam met zijn benen onder de tram. Was het nu gebeurd dan was hij afgevoerd met de trauma helicopter,hadden ze die benen geamputeerd en was ik nu een oom rijker geweest.

Reacties zijn gesloten.