Slavernij anno 2014

Het is een mooie lentedag en de trein zit vol. Naast mij praten vier jonge vrouwen in rap tempo. Zij komen uit een voormalige kolonie, misschien de Antillen. Het meeste versta ik niet, afgezien van wat Spaans en het woord slavernij. Ik veronderstel dat ze onze gezamen-ijke geschiedenis bedoelen. Alleen schuurt dat ‘onze’ bij mij.

Ik ben geen fan van slavernij als economisch systeem. Het is evenmin een sympathieke strategie voor herverdeling van de populatie c.q. manier om je vijanden te decimeren. Verder is het geen leuke vorm van oorlogsvoering of machtsvertoon.

Maar dat ‘onze’ is dus niet van mij. Ik heb een gigantische hoeveelheid informatie over al mijn voorouders verzameld. Daar zit niet één slavenhandelaar of plantagehouder bij. Zelfs geen schipper, administrateur, keurmeester of wie er met slavernij te maken had. Dus voel ik mij niet aangesproken. Hoe rot die geschiedenis ook is en hoe goed ik mij de gevoelens van nakomelingen ook kan voorstellen.

Mij vallen altijd details op waarover wordt gezwegen. De slavernij is 150 jaar geleden door Nederland afgeschaft. Ik mis een plaatsing van slavernij in de toenmalige context. Want de Nederlandse slavenhandel had nooit zo succesvol kunnen zijn, als er geen constante aanlevering van verse slaven uit het binnenland van West-Afrika was geweest. Worden de Afrikaanse nakomelingen van slavenleveranciers ooit aangesproken op wat hun voorouders hebben gedaan?

Helaas heb ik in het buitenland gezien hoe mensen als slaven werden behandeld. Ik bedoel uitgerekend Afrikaanse landen, en hierbij waren uitsluitend Afrikanen betrokken. In één geval is het de vraag of de betrokkene het als zodanig herkende. Wellicht zag zij het als een extreem eerbetoon aan een hoger geplaatste persoon. Slavernij bestond al in Afrika voordat de blanken en Arabieren er kwamen. Helaas, het bestaat daar nu nog steeds. Je hoeft ook bitter weinig moeite te doen om hele nare machtsverhoudingen te zien in Azië en het Midden-Oosten.

Mijn indruk is dat mensen uit voormalige koloniën intussen iets belangrijks vergeten. Denk maar aan Nigeriaanse vrouwen die anno 2014 gedwongen in de seksindustrie werken. Of aan de arme Bengalese bouwvakkers in Dubai, de Indonesische kindermeisjes in Saoedi-Arabië. Helpen ze de positie te verbeteren van Zuid-Soedanese inwoners en van vrouwen in Oeganda?

Ik ken iemand uit Suriname van Afro/Indonesische afkomst. Ze luistert graag naar de vrijheidsteksten van Bob Marley. ‘They don’t care about us’ van Michael Jackson vindt zij prachtig. Ze steunt een onduidelijk project voor kinderen in haar land van herkomst. En dit weekend gaat zij met haar dochter shoppen in de Primark.

Ik voorspel het je. Over 150 jaar klagen Bengalen, Indiërs, Chinezen, Vietnamezen en Cambodjanen uit de ateliers en fabrieken alle huidige klanten van Primark aan. Vanwege iets wat nauwelijks onderdoet voor slavernij. Ik koop daar niet, dus kijk niet naar mij.

Dus hoe zit het nu? Zijn die Aziatische werklieden soms niet de ‘brothers and sisters’ van nakomelingen van slaven? Hopelijk vergis ik mij. Want de Afrikaanse geschiedenis bewijst waar clan-denken toe kan leiden. Dat geldt voor ons allemaal.

Een gedachte over “Slavernij anno 2014

  1. Pingback: Vluchtelingenbeleid: input voor de EU-migratietop – Raam Open

Reacties zijn gesloten.