Hij vindt dit/jij vindt dat

Koop jij een leuk truitje, vindt hij er niets aan. Zie jij een handige vintage kast, wil zij dat oubollige ding niet in huis hebben. Heb jij eindelijk die baan met toekomstperspectief gevonden. Wel in een stad 200 kilometer verderop. Vindt zij het voor de kinderen niet handig om nu te verhuizen. Wat een gedoe geven meningen toch.

Ik heb er ook veel last van. Twee dagen geleden schreef ik een paar regels over gevoelig zijn voor de mening van anderen. Dat was onvolledig [= objectieve mening]. Voordat je het weet, krijg je verwarring [= inschatting]. Of er haken volgers af [= bang vermoeden], omdat ze mijn tekst onaardig vinden [= veronderstelling]. Of pedant [= nog erger]. En dat, terwijl ik mij nog zo had voorgenomen om objectief en volledig te schrijven [= beroepseer en normen & waarden. Daar begint alle ellende mee.]

Bovendien wil ik niet steeds over mijzelf praten [= valse bescheidenheid, oeps = niet boeiend, pardon = achterliggende gedachte]. Want dat is niet professioneel. [= ‘Gut, kind toch, maak je niet druk en wees niet zo serieus.’] [= Bevat ook een Hele Belangrijke Mening, maar dan van mijn moeder.] Zucht.

Zie je nu wel. Nou, laat ook maar weer. Ik probeer het morgen nog wel een keer.