Je ergens thuis voelen

Ik vroeg mij af waarom je je ergens wel of niet thuis voelt. Het resultaat is een kronkelende gedachtegang.

Geborgenheid
Het eerste waar ik aan denk, is een plek die veilig en vertrouwd is. Een ruimte waar je je comfortabel voelt en kan ontspannen. Dat kan een woning zijn, je eigen bedje in een dormitory van een hostel, of een studentenkamer. Je voelt je er prettig, zowel alleen als in gezelschap. Vooral wanneer kamer- of huisgenoten de grenzen van elkaars comfort zone respecteren.

Menselijke maat en sfeer
Ik heb in tenten en eenvoudige hostels overnacht, en in vijfsterrenhotels. In sommige kleine herbergen voelde ik mij aanzienlijk prettiger dan in een duur hotel. Vermoedelijk heeft dat te maken met de menselijke maat en ongedwongen sfeer. Een klein kamertje kan veel knusser aanvoelen dan een luxueuze balzaal vol strak marmer. Ik droom al mijn halve leven van wonen in een kermisfamilie caravan. Inrichting doet ook veel, maar daarin verschillen smaken nogal. Is het oud, kapot, rommelig en vies? Dan stoot dat wel veel mensen af.

Positie of rol
Je kan je thuis voelen in een positie of rol. Je zit goed als je baan aansluit bij je kennis en karakter. Een deel van ons groeit vanuit een inhoudelijke functie door naar een leiding- gevende positie. Maar daarin voelt niet iedereen zich senang. In een milieu waarin bedienden aanwezig zijn, leer je van kinds af aan delegeren. Dat ligt anders wanneer je uit een arbeidersmilieu komt. Met een baan op universitair niveau betreed je dan ook een nieuwe wereld. Daar moet je wennen aan ongeschreven regels. Telgen uit families die generaties lang topposities bekleden, zijn hier bij voorbaat al mee bekend.

Soort gezelschap
Bij vrienden en familie voel je je altijd thuis. Als het goed is tenminste. Vroeger knoopte ik niet snel een gesprek aan met onbekenden. Door levenservaring praat ik nu gemakkelijk met iedereen. Uit beleefdheid of professionaliteit pas ik mij als een kameleon aan. Bijvoorbeeld op een beurs of tijdens een zakelijke borrel met onbekenden. Maar als gedeelde opvattingen of interesses ontbreken, dan is zo’n gesprek toch oncomfortabel. Ik las een ingezonden brief van iemand met een beperking. Die vreesde pestgedrag als zij tussen ‘gewone’ mensen moest werken, omdat zij opdrachten minder snel begreep.

Welkom in een plaats
Tijdens reizen met een open einde kan ik onbekende plaatsen binnenrijden en mij er direct thuis voelen. Waarschijnlijk omdat de zon schijnt, het straatbeeld aangenaam en de sfeer gemoedelijk is. Of omdat de eerste persoon die ik aanspreek, mij vriendelijk bejegent. Je voelt je snel thuis in een plaats die voldoet aan je wensen en behoeften.

Voorouderlijk gebied
Al jaren kom ik in Dordrecht. Maar de stad zei mij weinig tot niets. Totdat ik ontdekte dat een voorouderlijke familietak daar heeft gewoond. Sindsdien is dit een van ‘mijn’ steden en snuffel ik aan elk oud gebouw. Ik kijk anders naar de bewoners. Hebben zij trekjes van mijn voorouders, is hun gedrag herkenbaar? Nu beschouw ik de oude binnenstad als ‘eigen’ terrein.

Vervreemding
Soms heb ik heimwee naar de jaren tachtig. Terwijl die economisch niet best begonnen, en de Koude Oorlog was in volle gang. Maar ik voelde mij prettig in de maatschappij zoals die toen was. Veel zaken waren overzichtelijk. Door de huidige hectiek en complexiteit treedt soms vervreemding op. Mensen met beginnende dementie voelen zich net zo vervreemd, denk ik.

Terug naar de bron
In een aflevering van ‘De bergen achter Sotsji’ neemt Jelle een oliebad. Terwijl hij na afloop door een mevrouw wordt schoon geschrapt, vertelt hij over een Russisch gezegde. Een warm bad is alsof je terug bent in de baarmoeder. Is dat dan de basis van je thuis voelen? De reden voor onze zoektocht naar warmte en geborgenheid in een knusse cocon met geruststellende geluiden. Hoe zit het dan met mensen die een hoekige, moderne en steriele woninginrichting verkiezen?