Vervreemden van onze economie

Frank Kalshoven schrijft in de Volkskrant van 1 maart over politieke keuzes rond een eerlijkere werkverdeling. Daarin onderscheidt hij de korte en langere termijn en wijst hij op het belang van keuzevrijheid qua aantal werkuren per week. Mijn visie staat in Ode aan de parttimebaan. Daarin wijs ik op het ontbreken van flexibiliteit en erkenning van diversiteit bij werkgevers. Er blijft nog een ander aspect in de discussie onderbelicht, namelijk de aard van het werk.

Ik wil dwars tegen de gevestigde idee ingaan dat de (kopers)markt het aanbod bepaalt. De werkloosheid in heel Europa en daarbuiten is torenhoog. Het is er nu de tijd niet naar om slechts te bepalen waar vraag naar is. De markt is een samenleving die grondig ontwricht raakt als een aanzienlijke groep (veelal jonge) mensen langdurig aan de kant moet staan. Dit vraagstuk kan je niet los zien van de groeiende tweedeling in de samenleving. In eerdere berichten deed ik suggesties voor marktuitbreiding en herverdeling van werk en welvaart.

Waar de discussie aan voorbijgaat, is dat een deel van de huidige werkzoekenden vervreemdt van de veeleisende economie. Dan heb ik het niet over mensen met een beperking. Maar over mensen die altijd goed konden meekomen. Volgens mij bestaat de markt nu uit talloze werkzoekenden die behoefte hebben aan een fatsoenlijke, passende baan. Een betaalde baan waar zij zelfstandig van kunnen rondkomen. Maar:

Hoeveel werk is er nog voor introverte mensen?
En voor mensen die één klus tegelijk aankunnen?
En voor mensen die langdurig standaardtaken willen doen?
En voor mensen die een rustige omgeving behoeven?
En voor mensen die veel aankunnen, maar niet lang op hun benen kunnen staan.
En voor mensen die tijdelijk extra stressgevoelig zijn door omstandigheden?
En voor mensen die aan de grens zitten van hun intellectuele vermogen?
En voor mensen die toch echt kinderen of een zieke moeder hebben?

Het overgrote deel van het werk dat zij voorheen konden doen, is verdwenen door automatisering en outsourcing naar lagelonenlanden. Maar deze mensen zijn achtergebleven. Het gaat fout als je ze dwingt om langdurig tegen hun aard en vermogen in te werken. Deze mensen zijn er. Dat is een feit en dit verandert niet. Daar moet een menswaardige toekomst voor worden gevonden op de arbeidsmarkt en in onze economie.