Leven zonder mobiele telefoon

Volgens onderzoek van provider Ben kijken wij gemiddeld elke vijf minuten op onze mobiele telefoon. Geen wonder dat iedereen het altijd maar druk heeft. En jullie kijken vast nog vaker. Ik trek namelijk het gemiddelde flink omlaag. Ongeveer eens per twee dagen kijk ik of het ding nog leeft. Meestal moet hij dan acuut aan het infuus. Batterij weer leeg.

Voorheen nam ik hem altijd mee. Dan werd ik steeds gebeld op de onhandigste momenten. Bijvoorbeeld net wanneer ik bij de kassa stond. Ook rinkelde hij graag tijdens vergaderingen, in de stiltecoupé of op een lawaaiige plaats. Vrijwel altijd gaat het om zaken die wel even kunnen wachten. Nu laat ik mijn mobieltje af en toe thuis. Familie en vrienden weten mij via e-mail en vaste telefoon prima te bereiken.

Ik vind deze mate van bereikbaarheid normaal. Er was een tijd waarin ik lange reizen maakte en contact via poste restante verliep. Zelfs mijn ouders wisten dan niet waar ik uithing. Trouwens, dat wist ik vooraf evenmin. Toen bleef ik wekenlang buiten bereik, al was dat niet helemaal de bedoeling. Want ik plande de volgende route en bestemming steeds per dag of per week. Dat is een vorm van vrijheid.

Ondanks herhaalde verzoeken, heb ik WhatsApp weggehouden van mijn mobiele telefoon. Je ziet hem al aankomen. Dit schrijft iemand die nu bijzonder in haar nopjes is. Soms loop ik op straat zonder enig bewijs van identiteit. Dan heb ik even geen behoefte aan ballast onderweg. Toch is het een beetje unheimisch wanneer niemand weet wie of waar je bent.

7 gedachtes over “Leven zonder mobiele telefoon

  1. Ingrid van Bouwdijk

    Bijna niemand heeft het nummer van mijn Nokia uit het stenentijdperk. Ik heb hem alleen aan als mijn man in het buitenland is. Sommigen die mijn nummer wel hebben irriteren zich er mateloos aan dat ik niet bereikbaar ben, want die vergeten natuurlijk dat ik erbij heb gezegd dat ik hem bijna nooit aan heb. Ik probeer aan de ene kant bewust mijn mobiel uit te houden; het breng me broodnodige rust. Ik moet er ook niet aan denken: fiets ik eindelijk lekker van of naar mijn werk in mijn eentje langs de Vliet en dan gaat dat rotding af. Je zou kunnen zeggen: zet hem dan even uit.
    Aan de andere kant heb ik een donkerbruin vermoeden dat ik het nog maar even kan volhouden. Mijn zoon gaat dadelijk naar de middelbare school en dan wil hij natuurlijk ook zo’n ding en wil ik toch wel bereikbaar zijn. What’s app is dan ideaal…. Het schijnt trouwens dat je een mobiele telefoon moet hebben wil je op bepaalde parkeerplaatsen kunnen parkeren. Dan tik je het nummer in van die parkeerplaats en wordt het van je rekening afgeschreven oid. Allemaal heel handig en vervelend; het lijkt of je mee moet in de vaart der volkeren (waar dat heen vaart heb ik niet zo’n vertrouwen in) of je kiest ervoor op een soort eiland te gaan wonen. Een tussenweg is niet makkelijk. Maar we blijven het proberen.

    1. Precies. Ik denk dat iedereen die bewust met social media wil omgaan, steeds afwegingen maakt. En ik kan mij voorstellen dat je voor je zoon bereikbaar wilt zijn. Zo is het ook met werk. Toen ik nog mijn eigen bedrijf had, nam ik mijn telefoon voortdurend mee. Er konden altijd klanten bellen. Dan draai je wel gelijk mee in de 24-uurseconomie. Vanuit het oogpunt van klanten is dat leuk. Maar als je degene bent die de zaken moet regelen, kan dat best een dilemma zijn. Dat is nog sterker bij een winkel aan huis. Ik ken mensen met een eigen zaak naast de deur. Die hebben vitrage in de woonkamer waardoor je van buiten niet naar binnen kunt kijken. Ik heb op een zondag meegemaakt dat de potentiële klanten ongegeneerd door het raam de woonkamer in probeerden te kijken om te zien of zij thuis waren. Dat gebeurde twintig jaar geleden al.

  2. berternste

    ‘Toch is het een beetje unheimisch wanneer niemand weet wie of waar je bent.’
    Dat was in die tijd van poste restante dus wel anders. Het is de druk van de anderen die het nu unheimisch doet voelen, denk ik. Als ik vroeger fietsend van huis naar school (9 km) bandenpech kreeg op de stille weg die ik fietste, kon ik niemand waarschuwen, maar daar maakten mijn ouders en ik zich toen weinig zorgen over. Wel als ik erg lang wegbleef natuurlijk.

    1. Inderdaad. Het lijkt alsof de mogelijkheid een nieuwe behoefte oproept. Daarnaast hanteren ouders misschien ook een andere definitie van ‘erg lang’ wegblijven dan een puber zelf doet. In de tijd van poste restante verbleef ik soms in zeer afgelegen gebieden, zoals de Australische woestijn. Daar besefte ik wel dat ik in geen geval in mijn eentje van de weg af moest dwalen.

  3. Ik ben nog nooit aan een mobieltje begonnen. 99% van de telefoongesprekken die ik over de vaste lijn (die ik vooral gebruik om te internetten en TV te kijken) krijg kunnen ook best een uur of zelfs een week later. Op dat ding heb ik om die reden een telefoonbeantwoorder. Al heel snel laat ik hem daar op over gaan. Zeker de helft spreekt niet in en dus was het niet belangrijk. Een mobieltje vind ik hetzelfde als een horloge of bijvoorbeeld automatisch ophalen van mail. Dat laatste doe ik ook alleen als het mij uitkomt. Ik voel me dan ook behoorlijk ongestoord en heb de indruk dat de gemiddelde medeburger zich veel meer laat opfokken door dit soort apparaten.

    1. Helemaal mee eens: heerlijk zo’n antwoordapparaat en het is veelzeggend dat de helft niets inspreekt. Toch ben ik het ook met Ingrid hierboven eens dat je inmiddels bijna wel gedwongen wordt om je mobieltje mee te nemen. Ook afhankelijk van een werksituatie kom je er soms gewoon niet meer onderuit. Ik schipper er een beetje tussendoor. Alleen dat WhatsAppen gaat nu echt niet meer gebeuren. 😉

      1. Om die reden ben ik met werken gestopt, daar ging me sowiso teveel tijd in zitten.
        WhatsApp wil niet op mijn T65 installeren. 😉

        (Er was tussenuitgevallen dat ik ook nooit aan een horloge ben begonnen.)

Reacties zijn gesloten.