Beschrijven en verzwijgen

Documentairemaker Hans Pool werkte onlangs in Sotsji. Vindt hij het teleurstellend dat je de realiteit daar niet kan filmen? In VPRO-gids # 6-2014 staat zijn antwoord: ‘Nou, je hoeft niet de echte realiteit te filmen. Het gaat er in film en kunst om dat je iets zodanig vertelt dat de kijker daarmee in zijn hoofd aan de slag gaat. Zelf denken om tot conclusies te komen. Op die manier komt het ook harder aan. Zo werkt kunst voor mij. Dat vind ik het mooist. Je hoeft niet alles letterlijk te zien.’

Dat ben ik met hem eens, het is een prachtige stijl. Nederlanders zijn een tamelijk direct volkje. Wij zijn gewend aan expliciete communicatie. Het risico bestaat dat je vergeet om tussen de regels door te luisteren. Engelsen en Fransen excelleren daar juist in.

Graag schrijf ik ongeveer zoals de Hollandse meesters schilderden. Bij Jan Steen denk je aan herkenbare, knusse huiselijke tafereeltjes. Zijn schilderijen lijken realistisch, maar zitten vol symbolen. Waarom staat die bezem schuin? Waarop wijst de verouderde kledingstijl van een man? Elk detail heeft een diepere betekenis. Je weet pas wat je ziet, als je de heersende opvattingen uit zijn eeuw begrijpt. Aangevuld met vleugjes surrealisme à la Dali en magische fantasy is mijn schrijfstijl compleet.

Het is een ware kunst om impliciet en toch helder te schrijven. Ik pas gelaagdheid, versluiering en symboliek toe in ogenschijnlijk alledaags proza. Dat is riskant omdat lezers het zelden verwachten. Toch verkies ik deze vorm. Want hoe minder ik uitleg, hoe meer ruimte lezers krijgen voor vrije interpretatie. Daarin zit een mooie metafoor van de werkelijkheid. Die kent ook meerdere facetten, afhankelijk van welke kant je belicht of verborgen houdt.