Bijna dood of verongelukt

Floortje Dessing bezocht een Frans stel met kleine kinderen. Zij wonen zeer afgelegen in een vastgevroren boot in noordelijk Canada.  Slechts heel weinig mensen kunnen onze moderne maatschappij achter zich laten. Een paar keer ontmoette ik zulke mensen. Vaak hebben zij een bijzondere kijk op de wereld. De moeder in het gezin had ooit een bijna-doodervaring.

Ze was midden op zee even flauw gevallen en over de reling geduikeld. Maar liefst 4,5 uur dobberde zij in zee. Puur op overlevingsinstinct en koel inzicht bleef zij zo lang drijvende. Tot ze weer werd gevonden. Later belde ze haar moeder en vertelde het verhaal. Haar moeder zei: ‘Als je er nu nog bent, dan betekent dit dat je een taak in het leven hebt te vervullen’.

Bij mij was het drie keer kantje boord. Ik herinner mij een honderden kilo’s zware metalen ladekast vol dossiers. De bovenste lade was helemaal uitgeschoven en de lade daaronder deels. Ik stond er vlakbij met mijn rug naartoe en sorteerde documenten. Toen ik mij zomaar omdraaide, zag ik de kast al omvallend op mij af komen. Ik zou tussen de kast en de tafel beklemd raken. Razendsnel toeschietende collega’s konden hem ternauwernood tegenhouden.

Een ander voorval vond plaats in Ierland, waar ze links rijden. Ik liep halverwege een T-kruising toen er plots een bus de bocht om kwam. Heel even had ik geen flauw idee welke rijbaan de chauffeur zou kiezen. Ik stond stokstijf, terwijl hij mij rakelings passeerde.

In Australië tenslotte, kwam een vijftig meter lange road train mij ongezien tegemoet. Hij dook ineens op terwijl wij beiden aan weerskanten een heuveltop bereikten. Het enorme gevaarte passeerde op nog geen tien centimeter van mijn motorstuur. Dit gebeurde op een smalle eenbaanssnelweg met een venijnig steil randje. Een minuscuul zwenkje en het was einde verhaal geweest.

Ik denk er zelden aan terug, maar weet een ding absoluut zeker. Er was een beschermengel bij mij.