Voorouders in hun wijk

Soms verdwijnt een indruk door nieuwe ervaringen. Het genealogische onderzoek naar mijn voorouders biedt een prachtige metafoor. Zij kampten met gemeentebesturen die traag onderhoud pleegden aan openbare wegen. En met overlast van vechtende buren.

Onderzoek
Ik startte met mijn ouders en ging via alle vrouwelijke en mannelijke lijnen terug naar het verleden. Al snel kon ik niet meer bogen op spaarzame verhalen uit overlevering. Doop-, trouw- en overlijdensgegevens vormden de basis. Deze vulde ik aan met gegevens uit secundaire bronnen. Zoals informatie over beroepen, adressen en woningbezit uit koopakten, testamenten en volkstellingen. Er waren regelingen voor weeskinderen. Andere zaken kwamen voor de kerkenraad en het gerecht. Zo kreeg ik gaandeweg een beeld van de personen die mijn voorouders waren. Hun leven wordt beter inzichtelijk door combinatie van gegevens met lokale geschiedenis.

Buurtperikelen
Herhaaldelijk dacht ik een voorouder enigszins te kennen. Met al zijn gaven en tekortkomingen. Maar dan vond ik documenten die zijn imago veranderden. Zoals notulen van een rechtszitting. Dit zijn schaarse stukken waarin onze voorouders zelf het woord voeren. Bijvoorbeeld over de hoogte van een schutting, of de bouw van een schuur buiten de rooilijn. Of over een bedrijf in de straat dat stankoverlast, vervuiling en lawaai veroorzaakt. Er is in de afgelopen vier eeuwen weinig veranderd.

Omzetderving
In mijn buurt protesteerde men onlangs tegen een geplande brug. Een voorvader van mij baalde juist omdat een kapotte brug voor omzetdaling zorgde. Samen met zes buren geeft hij ‘Aan de Edele Groot Agtb. Heeren Burgemeesteren en Regeerders der stad Delft zeer ootmoediglijk’ in een verzoekschrift te kennen ‘Dat en tussen gens. brug niet alleen aan hun suppl. gelijk ook aan de overige bewooners zo van het westelijke als oostelijke gedeelten van het Oosteijnde althoos heeft gegeeven een gemakkelijke en voordeelige correspondentie, maar ook zij suppl. in ‘t bijzonder daardoor in hunne resp. neeringen althoos door de bewoonder van het oostelijke gedeelte merkelijk zijn gebenificeerd geworden; in zo verre zelve dat zij suppl. immers de meeste van hen heden in gemoede kunnen declareren dat de weekelijkse ontvangsten in hunne resp. winkels nadat de voorsz. brug onbruijkbaar en gedeeltelijk afgebrooken is geworden door ‘t gemis van hunne gewoone calanten aan de oostzijde van ‘t Oost Eijnde, so niet de helft ten minste een derde minder dan bevooren is geweest.’
(Sorry, ze deden toen nog niet aan korte zinnetjes voor internetgebruik.)

Waardedaling huis
In 1781 is er weer een andere dreiging. Een ondernemer wil een volmolen voor zeemleer op het nabijgelegen bolwerk bij de Oostpoort beginnen. Mijn voorvader dient met vijf buren een verzoekschrift in. Want ‘vermeenen (…) zij allen daardoor in hunnen panden omme en bij het voorsz. Erv. geleegen ten uijtersten zouden worden geprajudicieert, doordien het geraas, prasumtivelijk, soo wel bij nagt als dag van zodanige molen niet alleen bijkans ondragelijk, maar ook en wel voornamelijk de stank door de zeemvollerij wordende verwekt, geheel ondraaglijk, zeer pernicieus en de lugt infecteerdende is.’

Huwelijkse voorwaarden
Je zou denken dat mijn voorvader toen zelf een winkel had, maar dat is de vraag. Hij trouwde in 1754 met een vrouw van 21 jaar oud. Zij was twee maanden eerder wees geworden. Zij erfde de winkel en volledige boedel van haar moeder, een weduwe. Daar zaten twee huizen aan de westzijde van het Oosteinde bij, waarvan er een werd verhuurd. Een pakhuis stond aan de overkant van de gracht aan de oostzijde. Het paar trouwde op huwelijkse voorwaarden. Hierdoor werden alleen de zogenoemde vruchten en inkomsten gedeeld van haar inbreng. Ik weet niet of het aan de brug of omliggende bedrijven heeft gelegen, maar kennelijk ging het bergafwaarts met de zaak. Dat is niet zo vreemd aangezien het toen economisch erg slecht ging in Nederland. De strijd tussen de patriotten en de Oranjegezinden was in volle gang. In 1786 worden de huizen verkocht voor een miserabel bedrag. Als bejaarde is mijn voorvader later portier van de Koepoort in een andere wijk.

Niets is wat het lijkt
Mijn genealogische onderzoek kent een bijzondere aanleiding. Het begon als voor- bereiding op een reis naar Polynesië. Daar is voorouderverering de norm, dus wilde ik ook iets kunnen vertellen over mijn geschiedenis. Later kwam de opgebouwde kennis goed van pas bij vraagstukken over armoede in hedendaags Afrika. Het onderzoek bevestigt een mooie levenswijsheid. Soms is niets wat het lijkt en bepaalt de context alles.